En daar zat wéér een rechter in het beklaagdenbankje

Amsterdam 22 Juli 2004 Advocaat, Strafpleiter, Toga, Rechter, Advocaten, Rechtbank, Strafrecht. ©MARK VAN DER ZOUW ©MARK VAN DER ZOUW/Hollandse H>

Hoe dat nu voelde om als voormalige strafrechter opeens zelf in de beklaagdenbank te zitten? Dat vroeg de president van de Arnhemse rechtbank gisteren aan ex-collega Henk de Graaff. Hij stond terecht voor valsheid in geschrifte. Hij wordt ervan verdacht in 2010 als rechter een valse beschikking te hebben laten opmaken om te voorkomen dat een verdachte uit voorarrest zou worden vrijgelaten.

De verdachte, niet bijgestaan door een advocaat, noemde de situatie vervreemdend. Hij ging met vervroegd pensioen, maar is op dit moment niet eens in staat vrijwilligerswerk te krijgen. „Deze strafzaak is een geweldige aanslag op mijn integriteit en zelfbeeld. Mijn twee zoons worden er ook voortdurend op aangesproken.”

De Graaff (64), theoloog en jurist, is de derde Haagse rechter die dit jaar voor de strafrechter staat. Hij werd op latere leeftijd officier van justitie, maakte furore als aanklager in de zogeheten Clickfonds-zaak en werd in 2003 rechter. In 2010 behandelde hij een pro-formazaak tegen een verdachte van een roofoverval. De zitting verliep chaotisch en eindigde in een wrakingsverzoek. Uit het proces-verbaal van de zitting bleek dat de rechtbank had nagelaten te zeggen voor welke termijn de zaak werd geschorst. Dat kon als consequentie hebben dat de verdachte vrijuit zou gaan. De Graaff heeft daarop op eigen houtje besloten het zittingsverslag aan te passen omdat hij denkt dat hij de zogeheten schorsingsformule wel had uitgesproken. Zijn collega’s en andere getuigen zoals de griffier en officier van justitie delen die lezing niet. „Ik wilde een omissie herstellen”, zei De Graaff gisteren. „Ik stel altijd hoge eisen aan mezelf.”

De rechtbank liet blijken verbaasd te zijn dat De Graaff over de exacte gebeurtenissen op de zitting niet de griffier heeft geraadpleegd die destijds aanwezig was. De Graaff zei niet te weten waarom hij haar en de zittingsaantekeningen niet had geconsulteerd. De verdachte van de roofoverval deed aangifte tegen De Graaff wegens valselijk opmaken van een verbaal. Het OM seponeerde de zaak maar moest na een beklag toch vervolgen in opdracht van het hof.

Officier van justitie J. Grijns meent dat aannemelijk is dat De Graaff een onjuiste beschikking heeft laten opstellen. Hij heeft onzorgvuldig gehandeld en „het beeld van de rechterlijke macht geschaad”. Maar het OM vindt niet dat kan worden bewezen dat De Graaf opzettelijk fout heeft gehandeld en eist daarom vrijspraak.

De verdachte van de roofoverval eiste gisteren een schadevergoeding van ruim 10.000 euro van De Graaff voor juridische kosten en 5.000 euro immateriële schadevergoeding. Eiser zei dat De Graaff dat geld moet overmaken aan het Rode Kruis. Hij wil het niet zelf en ziet dat geld als „bloedgeld”. Uitspraak 19 december.