Een operateske, tragische heldin

Anna Karenina blijft heel dicht bij Tolstoj. Ondanks of dankzij de visuele overdaad.

Filmrecensent

Wat zou mysticus en romancier Leo Tolstoj van musicals hebben gevonden? IJdel stadsvermaak?

Vast wel; toch is het een gelukkige keus van regisseur Joe Wright (Atonement) om Anna Karenina als een soort musical te beginnen. Zonder liedjes, maar wervelend en verbluffend gestileerd, met de camera op drift door gordijnen die uitwaaieren en sets die als matroesjkapoppen in andere sets passen. De spelers stellen zich voor, muzikanten wandelen door een kantoor vol ambtenaren die als een slagwerkgroep documenten stempelen: bureaucratie is de ziel van Rusland. Overdaad, visueel en muzikaal; en toch blijft deze Anna Karenina veel dichter bij Tolstoj dan eerdere films.

We bevinden ons in een aftands Russisch theater anno 1873. Soms vluchten we met Anna Karenina even naar buiten, naar een wereld met echt gras en sneeuw en houten huizen. Die ook kunstmatig is, als romantische Russische schilderijen waar winterlicht bleek op de bronzen samovar fonkelt. Het is van een bijna obscene pracht, maar telkens keren we terug naar dat theater, soms verbouwd tot balzaal, dan weer tot salon of racebaan. Met de hoge adel op het toneel en het volk in de coulissen.

Het theater is een voor de hand liggende metafoor voor de 19de eeuwse high society, met zijn suikertaartjurken en gala-uniformen. Het idee om Anna Karenina zo operatesk te stileren is van Joe Wright; het gevoel voor drama om de zaken desondanks echt te houden eveneens. Want echt blijft het, hoe dik Wright alles ook aanzet. Als de in opspraak geraakte Anna een salon binnen wandelt, zoemen dameswaaiers als nijdige horzels. Als ze op het bal danst met Vronski, bevriezen andere dansparen tot alleen zij nog over zijn, onder een spotlight.

Anna Karenina, als breed uitwaaierende feuilleton gepubliceerd tussen 1873 en 1877, werd in eerdere films – met Greta Garbo, Vivien Leigh – ingekookt tot een liefdesdriehoek. Anna, haar dorre echtgenoot Karenin en Vronski, de drieste officier die haar hart steelt. Anna is een societydame die naar Moskou reist om haar schoonzus te verzoenen met haar notoir overspelige broer Stiva. Als ze valt voor Vronski, merkt ze dat voor die veel oprechtere liefde andere regels gelden. Verteerd door passie, vermalen door decorum: Anna is een tragische heldin. Tolstoj zelf kon zich niet helemaal aan haar betovering onttrekken: was ze in zijn eerste aantekeningen dom en lelijk, onder het schrijven werd ze onweerstaanbaar.

Joe Wright neemt evenmin genoegen met een gemakkelijke film over ware liefde versus hypocrisie. Het duo Levin en Kitty, in verfilmingen meestal marginaal, vormt net als bij Tolstoj een contrapunt. Kitty, eerst stapelverliefd op Vronski, wordt door haar liefdesverdriet volwassen, terwijl de liefde Anna reduceert tot een zwijmelende bakvis. De scène waarin Kitty en Levin elkaar kalm de liefde verklaren met scrabblestenen is ontroerender dan alle hitsige of languissante scènes van Anna en Vronski opgeteld. Met zijn steeksnorretje en poedelkrullen is Aaron Taylor-Johnson als Vronski vooral een weke dandy. En de zinderende Keira Knightly maakt van Anna bijna een borderliner.

Anna’s overgave aan de liefde is destructief; malende treinwielen kondigen steeds haar einde aan. Ze eist het onmogelijke; haar dood is een zinloze aanklacht. Het is tekenend dat echtgenoot Karenin (Jude Law) hier geen lege huls is, maar een bedachtzame, geduldige liberaal die de positie van joden en zigeuners wil verbeteren, maar faalt omdat Anna’s overspel hem tot risee maakt. Haar liefde is niet de oerkracht uit de zwijmelromantiek, eerder een verslaving die isoleert en egoïstisch maakt. Anna Karenina is de architect van haar eigen noodlot.

Anna Karenina

Regie: Joe Wright. Met: Keira Knightly, Jude Law, Aaron Taylor-Johnson. *****

    • Coen van Zwol