De trein heeft nu een ijswerende laag

Winterweer trekt over het land. Vrijdag worden veel problemen verwacht voor het verkeer. NS en ProRail laten vermoedelijk minder treinen rijden.

De sneeuw beïnvloedt niet alleen het treinverkeer. In Feerwerd (Groningen) is een man door gladheid tegen een boom gereden. Foto Kees van de Veen

Nog maar een paar jaar geleden maakten de NS en ProRail tv-spotjes waarin de herfst en de winter met optimisme werden begroet. „We zijn er klaar voor”, heette het. Toch ging het steeds weer mis. Veel uitval van treinen, grote vertragingen, miscommunicatie met de reiziger en onbegrip bij het publiek dat ogenschijnlijk rustig winterweer zo’n chaos kon veroorzaken. „We hebben het de afgelopen drie winters niet goed gedaan”, erkent een woordvoerder van ProRail. Bij de spoorbeheerder zul je ze niet meer horen zeggen dat het spoor er ‘klaar’ voor is. „Die koppen willen we niet meer in de krant zien.”

Er wordt gewerkt aan verbeteringen. Er was politiek overleg. Er zijn bezoeken aan Zwitserland afgelegd. Zodat in de herfst en winter het complete treinverkeer niet „out of control” raakt, zoals minister Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD) het omschrijft in een brief aan de Kamer.

Meer treinen worden nu bespoten met een ijswerende laag. Ook is er een proef met het ijsvrij houden van bovenleidingen. Van de 7.000 wissels zijn er circa 5.500 verwarmd. De verwarming van deze wissels, middels gas, elektriciteit of aardwarmte, is de afgelopen maanden gecontroleerd.

Als de wissels toch bevriezen, dan staat extra monteurs klaar om ze te ontdooien. Die rijden per auto naar de plek des onheils en om te voorkomen dat ze in de file terechtkomen, mogen ze nu met een geel zwaailicht over de vluchtstrook rijden. Er is nog overwogen om alle machinisten uit te rusten met een bezem om zelf een wissel ijsvrij te maken, maar deze proef gaat niet door. Te gevaarlijk.

Er zijn genoeg andere maatregelen. De wegsleepdienst voor gestrande treinen is uitgebreid van twee naar vijf locomotieven. Er wordt geoefend met een computerprogramma dat in enkele minuten het rooster van machinisten wijzigt. Zodat een trein niet moet afhaken doordat de machinist na weerkundig ongemak op de verkeerde plaats staat.

Dat slimme maatregelen niet altijd problemen kunnen voorkomen, is deze herfst weer gebleken. We hebben het dan over vallende bladeren. De rails waren netjes bewerkt met een scrub die platgereden blaadjes vergruist en de rails weer ruw maakt. Toch bleven de sporen hier en daar glad en werd de punctualiteit op een aantal trajecten niet gehaald. „Op gladde sporen rijden machinisten wat langzamer een station binnen en ze rijden ook wat rustiger weg”, zegt de woordvoerder van ProRail.

Veruit de belangrijkste maatregel bij meteorologisch onheil is de zogenoemde aangepaste dienstregeling. Als meteorologen slecht weer verwachten, dan kan een expertteam besluiten tot invoering daarvan. Dat gebeurt vermoedelijk morgen. Dat houdt in dat er niet 5.200 treinritten zijn, maar 4.300. Vooral in en om de Randstad gaan minder treinen rijden, veelal twee in plaats van vier per uur. „Minder treinen betekent minder kans op opstoppingen”, zeggen ze bij NS. Minder drukte geeft „lucht” om storingen te verhelpen en de „logistieke puzzel” van honderden treinen op te lossen. De treinen worden „waar mogelijk” wel langer om meer passagiers te kunnen vervoeren. Reizigers worden de middag vóór invoering ingelicht. Per sms bijvoorbeeld.

Met de minister is afgesproken dat de winterdienst mag worden ingevoerd als „enige sneeuw” wordt verwacht (morgen wordt tien centimeter voorspeld) of een temperatuur van minder dan -10 graden Celsius. De volgende dagen moet er meer dan drie centimeter sneeuw liggen of moet het kouder zijn dan min tien. Uitgaande van deze criteria zou er de afgelopen tien jaar gemiddeld twaalf dagen per jaar met een aangepaste dienstregeling gereden zijn.

Dat het toch mis kan gaan, werd afgelopen maandag bewezen. De NS besloot op het laatste moment een aantal treinen in en om Rotterdam uit de dienst te nemen. Een grote storing met veel natte sneeuw bleek ’s nachts veel sneller via het zuidwesten het land te naderen dan was voorspeld. De uitval van die treinen mag geen aangepaste dienstregeling heten. Er kwamen ook geen langere treinen. En een waarschuwend sms’je kon er ook niet af. „Het was een regionaal probleem”, aldus NS. Reizigersorganisaties hadden minder begrip. „Paniekvoetbal”, vindt de Maatschappij Voor Beter Ov. „Infra en treinen moeten gewoon tegen dit soort mild winterweer bestand zijn. Wij houden ons hart vast voor de dag dat het écht gaat sneeuwen of écht koud wordt.”

    • Arjen Schreuder