1,1 miljoen Nederlanders komen 'net tekort'

Het aantal armen in Nederland is in 2011 gestegen naar 1,1 miljoen. Maar wat is armoede en wie worden het hardst geraakt?

De armoede in Nederland is in 2011 „sterk toegenomen”. Dat blijkt uit het Armoedesignalement 2012 dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag publiceerden.

1 Wanneer ben je arm?

Over wat armoede is, bestaat een hoop onenigheid. Een bekende internationale definitie van armoede is de 1,25 dollar per dag grens van de Wereldbank. Wie dagelijks minder dan dat bedrag te besteden heeft, is arm. Maar dat bedrag is in veel landen, zoals Nederland, niet zo relevant. Een andere veelgebruikte definitie is die van de Verenigde Naties: is iemand arm als hij niet genoeg geld heeft voor basisbehoeften als voedsel en eten.

Ook het SCP en het CBS kunnen het niet eens worden over wat „arm” is. Daarom worden in het Armoedesignalement 2012 twee verschillende definities gebruikt. Het SCP gebruikt het ‘niet-veel-maar-toereikendcriterium’ en meet armoede per individu. „Niet veel maar toereikend” is volgens het SCP voor een alleenstaande een budget van 1.022 euro per maand, net genoeg voor „voedsel, kleding, wonen en sociale participatie”. Het CBS definieert armoede aan de hand van de ‘lage inkomensgrens’ en meet per huishouden. Welke definitie gehanteerd wordt, maakt eigenlijk niet zo veel uit: onder allebei de definities is het aantal armen in 2011 „fors” gestegen.

2 Worden we armer?

Ja, het aantal armen in Nederland neemt toe. „Fors” dus zelfs, zo staat in het rapport. In 2011 is het aantal mensen met dat van ‘niet veel, maar toereikend’ moet rondkomen gestegen naar ruim 1,1 miljoen mensen. Dat is 7,1 procent van de bevolking. In 2010 was dat nog 6 procent. De SCP-onderzoekers verwachten dat het aantal armen dit jaar zal zijn gestegen naar 7,5 procent. Ook voor 2013 wordt weer een stijging verwacht. Volgens de definitie van het CBS is de armoede ook gegroeid. Het aantal huishouden dat onder de ‘lage inkomensgrens’ leeft is gestegen, naar 8,7 procent. Dat zijn 604.000 huishoudens, samen 1,2 miljoen mensen. In 2010 leefde nog 7,4 procent van de huishouden onder de lage inkomensgrens.

3 Wie worden er armer?

Het zal niet verbazen dat mensen met een werkloosheids- of bijstandsuitkering het vaakst getroffen worden door armoede. In 2011 kwamen er bijna 70.000 armen in een uitkering bij, volgens de definitie van het SCP. Wat wel opvalt, is dat ook steeds meer zelfstandigen arm worden. Er kwamen in 2011 ruim 50.000 zelfstandigen bij die een maandelijks budget hebben dat kleiner is dat 1.022 euro. Het aantal zelfstandigen dat in armoede leeft, is het aantal armen in loondienst in 2011 zelfs voorbij gegroeid.

4 Zijn er verschillen tussen generaties?

Ja, die zijn er. En de verschillen tussen verschillende leeftijdsgroepen worden ook scherper, zo concludeert het rapport. In het algemeen geldt: hoe jonger, hoe groter de kans op armoede. In 2011 woonde ruim 10 procent van alle Nederlandse kinderen in een gezin dat arm is volgens de definitie van het SCP, terwijl het gemiddelde rond de 7 procent ligt. Ook dertigers en veertigers zijn gemiddeld armer, tussen de 8 en 9 procent. Dat komt volgens de onderzoekers vooral door de komst van kinderen. Mensen ouder dan vijftig hebben vaker wel genoeg geld om rond te komen. Van alle vijftigers is 5 procent arm en van de gepensioneerden zelfs maar 3 procent.

5 Welke bevolkingsgroepen zijn het armst?

Er zijn relatief meer allochtone Nederlanders dan autochtone Nederlanders arm. Om een idee te krijgen: ongeveer viervijfde van de Nederlandse bevolking is autochtoon, maar van alle Nederlandse armen is maar ongeveer tweederde autochtoon. Met name niet-westerse migranten van de eerste generatie zijn arm. In totaal was in 2011 volgens het SCP 17 procent van de eerste generatie niet-Westerse migranten arm. Dat zijn 161.000 mensen.

    • Teri van der Heijden