Zal de goede Sint wel komen?

Verwarmde wissels, een ijswerende laag en een computerprogramma voor treinroosters. De NS neemt allerlei extra maatregelen om het winterweer te kunnen weerstaan. Toch kan het misgaan.

Reuver, 20-11-2005; Sinterklaas komt aan per trein. Foto Vincent van den Hoogen/HH Vincent van den Hoogen/Holland>

Nog maar een paar jaar geleden maakten de NS en spoorbeheerder ProRail televisiespotjes waarin de herfst en de winter met optimisme werden begroet. ‘We zijn er klaar voor’, heette het.

Toch ging het de afgelopen drie winters steeds weer mis. Veel uitval van treinen, grote vertragingen, miscommunicatie met de reiziger en onbegrip bij het publiek dat ogenschijnlijk rustig winterweer zo’n chaos op het spoor kon veroorzaken. „We hebben het de afgelopen drie winters niet goed gedaan”, erkent een woordvoerder van ProRail. Bij de spoorbeheerder zul je ze niet meer horen zeggen dat het spoor er ‘klaar’ voor is. „Die koppen willen we niet meer in de krant zien staan.”

Er wordt gewerkt aan verbeteringen. Er is politiek overleg gevoerd. Er zijn werkbezoeken aan Zwitserland afgelegd. Zodat in de herfst en winter het complete treinverkeer niet „out of control” raakt, zoals minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD) het omschrijft in een recente brief aan de Tweede Kamer.

Dat gebeurde op 3 februari dit jaar. Duizenden reizigers strandden toen onder meer op Utrecht Centraal. Informatie ontbrak. Dat moet veranderen. Meer treinen worden dit jaar bespoten met een ijswerende laag. Ook loopt er een proef met het ijsvrij houden van bovenleidingen. Van de 7.000 wissels op het spoor zijn er ongeveer 5.500 verwarmd. De verwarming van deze wissels, middels gas, elektriciteit of aardwarmte, is de afgelopen maanden gecontroleerd.

Als de wissels toch bevriezen en een trein er niet overheen kan, dan staat extra personeel klaar om ze te ontdooien. De monteurs rijden met de auto naar de plek des onheils en om te voorkomen dat ze in de file terechtkomen, mogen ze vanaf deze winter met een geel zwaailicht over de vluchtstrook rijden. Er is nog overwogen om alle machinisten uit te rusten met een bezem om zelf een wissel ijsvrij te maken, maar deze proef gaat niet door. Te gevaarlijk op het grootste deel van het Nederlandse spoor.

Er zijn nog genoeg andere maatregelen over. De wegsleepdienst voor gestrande treinen is uitgebreid van twee naar vijf locomotieven. Er wordt geoefend met een computerprogramma dat in enkele minuten het treinrooster van de machinisten kan wijzigen. Zodat een trein niet moet afhaken doordat de machinist na weerkundig ongemak op de verkeerde plaats staat.

Dat slimme maatregelen niet altijd problemen kunnen voorkomen, is deze herfst weer gebleken. We hebben het dan over vallende bladeren. De rails waren netjes bewerkt met een scrub die platgereden blaadjes vergruist en de rails weer ruw maakt. Toch bleven de sporen hier en daar glad en werd de punctualiteit op een aantal trajecten niet gehaald. „Op gladde sporen rijden machinisten wat langzamer een station binnen en ze rijden ook wat rustiger weg”, zegt de woordvoerder van ProRail.

Veruit de belangrijkste maatregel bij meteorologisch onheil is de zogenoemde aangepaste dienstregeling. Als de meteorologen van weerbureau MeteoConsult slecht weer voorspellen, dan kan een expertteam besluiten tot invoering daarvan. Dat houdt in dat die dag niet 5.200 treinritten worden gereden, maar 4.300. Vooral in en om de Randstad gaan minder treinen rijden, veelal twee in plaats van vier per uur. „Minder treinen betekent minder kans op opstoppingen”, zeggen ze bij NS. Minder drukte geeft „lucht” om storingen te verhelpen en de „logistieke puzzel” van honderden treinen op te lossen. De treinen worden „waar mogelijk” wel langer om meer passagiers te kunnen vervoeren. Het is de bedoeling dat reizigers een dag vóór invoering van de dienstregeling worden ingelicht. Per sms bijvoorbeeld.

De alternatieve dienstregeling gaat deze winter eerder in dan vorige winters. Met minister Schultz van Haegen is afgesproken dat zo’n winterdienst mag worden ingevoerd als er voor het eerst „enige sneeuw” wordt verwacht, of een temperatuur van minder dan min tien graden Celsius. Een eerste dag sneeuw of felle kou leidt doorgaans tot ellende. De volgende dagen moet er meer dan drie centimeter sneeuw liggen of moet het kouder zijn dan min tien. Uitgaande van deze criteria zouden er de afgelopen tien jaar gemiddeld twaalf dagen per jaar met een aangepaste dienstregeling gereden zijn.

Dat het toch mis kan gaan, werd afgelopen maandag bewezen. De NS besloot op het laatste moment een aantal treinen in en om Rotterdam uit de dienst te nemen. Een grote storing met veel natte sneeuw bleek ’s nachts veel sneller via het zuidwesten het land te naderen dan was voorspeld. De uitval van die treinen mag geen aangepaste dienstregeling heten. Er kwamen ook geen langere treinen. En een waarschuwend smsje kon er ook niet af. „Het was een regionaal probleem”, aldus NS. Reizigersorganisaties hadden minder begrip. „Paniekvoetbal”, vindt de Maatschappij Voor Beter Ov. „Infra en treinen moeten gewoon tegen dit soort mild winterweer bestand zijn. Wij houden ons hart vast voor de dag dat het écht gaat sneeuwen of écht koud wordt.”