Weg met markt in zorg en onderwijs

De enige manier om een eind te maken aan misstanden in de zorg, het onderwijs en woningcorporaties is systematische ‘ontmarkting’, vindt August Hans den Boef.

Aan het eind van de jaren zeventig vond ik een parttimebaan in het hoger beroepsonderwijs. Er waren toen zo’n kleine vierhonderd hbo-instellingen – veel te veel, volgens het CDA-VVD-kabinet-Lubbers I. Mijn hogeschool moest fuseren. We werden opgeslokt in de Algemene Hogeschool Amsterdam, die na korte tijd weer werd ingelijfd bij de Hogeschool van Amsterdam. De dynamiek van de fusieprocessen bleek een nieuw type bestuurder te produceren, vergelijkbaar met de ontwikkeling van traditionele vrouwenberoepen die interessanter worden en daarmee opeens mannen aantrekken.

Eenzelfde proces van schaalvergroting en verzelfstandiging voltrok zich in andere sectoren van het onderwijs en eveneens in het wonen, maar vooral in de zorg. Empirische bewijzen voor het nut van dit soort schaalvergrotingen en verzelfstandiging bestonden niet. Diederik Stapel had het kennelijk niet van een vreemde, al deed hij tenminste nog enige moeite bij de presentatie van zijn resultaten.

De nieuwe bestuurders mompelden soms wat routineus over reductie van overheadkosten. Meestal ging het gewoon om groot-groter-grootst, ook letterlijk, als het nieuwe gebouwen en salarisschalen betrof. Ze spiegelden zich in alle opzichten aan het beeld dat zij hadden van grote bedrijven – marktconform wilden ze zijn, „anders worden we niet serieus genomen”. Want wij durven risico’s te nemen, zo heette het.

We weten sinds enige tijd dat die risico’s in zorg, wonen en onderwijs vrijwel geheel betaald worden door mensen die geen enkele invloed konden uitoefenen op het gevoerde beleid. Werknemers van wie de arbeidscondities verslechteren, worden gedemoveerd of zelfs ontslagen. Leerlingen, studenten, huurders, cliënten en patiënten krijgen te maken met afnemende kwaliteit en hogere kosten. Marktconform gelden ook in deze sectoren werknemers met een vaste aanstelling, vooral de relatief oudere, als ‘vastklampend aan hun verworven rechten’.

Gelukkig zullen die verworven rechten in de toekomst verschrompelen onder het flitsontslagregime dat Femke Halsema en Alexander Pechtold beschouwen als hun kroonjuwelen, maar de verworven rechten van bestuurders in zorg, woningcorporaties en onderwijs zijn heel andere kwesties. Die zijn nu eenmaal contractueel vastgelegd, zoals PvdA-dinosaurus Hans Alders samenvatte over een incompetente Maseratirijder met een gouden handdruk.

Volgens dezelfde redenering houden de zorgbestuurders principieel vast aan hun eigen code, zegt directeur Jos de Beer van de Nederlandse vereniging van bestuurders in de zorg. „En we hebben als samenleving nu eenmaal gekozen voor een privaat zorgsysteem, niet een staatssysteem zoals in Engeland of Denemarken.” Dit is zijn antwoord op de vraag of procederen tegen een salarisbeperking gepast is in een tijd dat salarissen van verpleegkundigen worden bevroren en de verplichte premies voor de zorg worden verhoogd.

Dit is een goedbedoelde vraag, maar ook een zinledige. Het nieuwe type bestuurder in een ‘vermarkte’ omgeving is in het geheel niet geïnteresseerd in de salarissen van zijn ondergeschikten. Interessant is alleen het eigen inkomen dat is vastgelegd in een contract, en daarmee basta. Het enige argument dat zulke bestuurders aanspreekt, is of hun gedrag misschien een volgende carrièresprong kan belemmeren.

Over de zelfverrijking en belangenverstrengeling bij Amarantis stelde een Kamerlid „dat het beschamend is dat bestuurders zo weinig oog hadden voor leerlingen en zo bezig waren met zichzelf en hun eigen prestigeprojecten”. Een ander meende „dat er goed gekeken moet worden naar de mogelijkheden van strafvervolging of terugvordering”. Kamerlid Tanja Jadnanansing (PvdA) noemt het vervolgens „schokkend en schrijnend” als de beschuldigingen over Amarantis juist zijn. Dan heeft volgens haar ook de inspectie gefaald. Dit moet onderzocht worden. Het zijn sympathieke stellingnamen, en zeker de verwijzing naar de inspectie is zinnig, maar het is allemaal te weinig structureel.

Dit blijkt ook uit de stellingname van Kamerlid Lea Bouwmeester (PvdA). Zij wil af van de verspilling in de zorg en geeft daar twee voorbeelden van. Het eerste is dat van patiënten in de thuiszorg die veel overtollige medicijnen en verband thuis hebben liggen. Dit is een misstand uiteraard, maar peanuts vergeleken bij andere. Het tweede voorbeeld is Bouwmeesters fysiotherapeut, die op de computer keek en zei: „U heeft recht op 34 behandelingen, dus dat komt goed.” Zelf dacht ze sobertjes aan „vijf of tien sessies”. Dit is oud nieuws. Inmiddels moet Bouwmeester die bescheiden vijf of tien zelf betalen, tot en met de eerste twintig!

Onlangs presenteerde Vrij Nederland een lijstje van sociaal-democratische grootverdieners in gesubsidieerde instellingen die erg boos waren over de plannetjes van Hans Spekman en Diederik Samsom om hen aan te pakken of zelfs te royeren. Sommigen hadden alvast maar hun partijlidmaatschap opgezegd. Dit is goed nieuws. Ze hoeven zich geen zorgen meer te maken, gezien Bouwmeesters stellingname. Het gaat om klein grut aanpakken, meer niet.

De enige manier om een eind te maken aan de misstanden in de zorg, bij de woningcorporaties en in het onderwijs is een systematische ‘ontmarkting’. Iedereen – ook medisch specialisten – in loondienst moet in reguliere ambtelijke schalen. Geen private verzekeraars, maar de overheid. Ontvlechting van de bestuurlijke moloch in overzichtelijke en te controleren eenheden. En structurele invloed van werknemers en afnemers op alle terreinen van het beleid.

Het nieuwe type bestuurder kan dan voortaan zijn heil zoeken in het bedrijfsleven.

August Hans den Boef is essayist en publicist.