Wéér de ene na de andere afzegging in het schaatsen

Veel schaatsers zeggen af voor de wereldbekerwedstrijden in Azië: het seizoen is te zwaar en te duur.

Rotterdam. Hoelang is de wereldbeker schaatsen in de huidige opzet levensvatbaar? Traditioneel regent het afzeggingen voor de wedstrijden in het Nagano (aanstaand weekeinde) en Harbin (een week later). Zelfs schaatsnatie Nederland slaagt er niet in om een volledige ploeg af te vaardigen.

Sjoerd de Vries geeft de voorkeur aan een trainingskamp boven de duizend meter in Nagano. Bij de vrouwen slaat Diane Valkenburg de trip naar Azië over. Marrit Leenstra en Lotte van Beek, uit de sponsorloze ploeg van coach Jan van Veen, doen alleen mee in het Japanse Nagano. Voor reserve Ireen Wüst, net hersteld van ziekte, is de winter zonder Azië zwaar genoeg. Zo benut Nederland in het Chinese Harbin maar drie van de vijf startplekken.

In Astana bleef afgelopen weekeinde de Amerikaanse ploeg weg. De armlastige bond van dat land schrok terug voor de hoge kosten. Alleen Shani Davis – met Nederlandse privésponsor – deed mee en won de 1.500 meter. Het Duitse Erfurt overweegt door geldgebrek de organisatie van de wedstrijden in maart terug te geven. Vorig jaar klaagde Rolf Hauge, sponsor van de Noorse ploeg CBA, over de hoge kosten van een in zijn ogen te lang schaatsseizoen. Maar ook nu kent de wereldbekercyclus weer negen wedstrijddagen, verspreid over liefst drie continenten.

Ard Schenk pleitte vorig jaar voor een compacte reeks in januari en februari, met als finale de WK afstanden. Tot het zover is, zal het afzeggingen blijven regenen. NRC