Vrijgevochten animator werd beroemd met dansende paren

Disney was niet zijn stijl. Gerrit van Dijk maakte zijn animatiefilms vanuit de schilderkunst. Het bracht hem nationaal en internationaal succes.

Vreemde paren: Charlie Chaplin danst met Miss Piggy in ‘Pas à Deux ’.

Een in kleurpotloodstrepen geschetst danspaar, waarvan de contouren steeds meer op vlotte vegen gaan lijken naarmate hun dwarreling voortduurt. Maar er is nog iets: al gauw ondergaan ze een metamorfose. Ze veranderen in een ander paar. En dan wéér in een ander. Ze worden Vrouwe Justitia die met Vincent van Gogh ronddanst, Tarzan en Jane, Tina Turner, een breakdancende paus, Fred Astaire, Betty Boop, Mickey Mouse, het gaat maar door, het staat geen moment stil. Het filmpje heet Pas à Deux, het dateert uit 1987, het duurt maar vijf minuten en veertig seconden, het won een Gouden Beer in Berlijn – en de maker was Gerrit van Dijk. Hij maakte nog veel meer; in totaal omvat zijn filmografie ruim dertig titels. Maar deze werd de allerbekendste, en ook de vrolijkste.

Na een langdurige ziekte is Gerrit van Dijk gisteren overleden, een dag voordat hij zijn 74ste verjaardag zou vieren. Hij was niet alleen een van de beste animatiefilmers van Nederland, maar ook van de wereld. Hij maakte meer dan dertig animatiefilmpjes die stuk voor stuk een zegetocht hebben gemaakt langs de internationale festivals – als schoolvoorbeeld van het vrijgevochten en vooral in de schilderkunst gewortelde soort animatie voor een volwassen publiek. Het Disney-genre interesseerde hem niet. „Via dat soort filmpjes ben ik niet tot mijn liefde gekomen”, zei hij in dagblad Trouw. „Ik vind het best leuk om een keer de Flintstones te zien, maar het heeft niet mijn belangstelling”.

De doorgaans in zwart pak met zwarte hoed gehulde Van Dijk was een Brabantse boerenzoon, die naar de kunstacademie in Den Bosch mocht, schilder werd en zijn brood verdiende als leraar. Maar op een dag verzon hij een verhaaltje over een vlinder, die door aanzwellende woningbouw steeds minder ruimte krijgt om te vliegen en ten slotte opgeprikt aan de muur eindigt. Hij stuurde het naar het Arnhems Filmfestival, waar de gerenommeerde animatieproducent Nico Schrama hem de kans gaf het zelf te verfilmen. Dat werd in 1973 zijn eersteling Butterfly.

Zo vond Van Dijk het metier dat hem het liefst was: het monnikenwerk dat zo veel mooie filmpjes opleverde. Bovendien wierp hij zich op tot geestdriftig pleitbezorger voor zijn vak. Hij droeg onder meer bij tot de oprichting van het tweejaarlijkse filmfestival Holland Animation en het Nederlands Instituut voor Animatiefilm. Naast de films werkte hij voorts zeventien jaar lang als cartoonist voor het Haarlems Dagblad. Ook in dat werk klonk, net als in zijn films, nog veel door van de provo die hij in de jaren zestig was geweest. Hij bleef zijn humanistisch getinte engagement trouw.

    • Henk van Gelder