Voor je het weet, heb je gefraudeerd

Welke werknemers de boel zullen oplichten, valt te voorspellen, blijkt uit onderzoek dat vandaag bekend is gemaakt.

Werkgevers die denken met strenge controles en cameratoezicht te voorkomen dat managers en werknemers frauderen en stelen: slecht nieuws. Wie een niet-integere werknemer heeft aangenomen, heeft een hogere kans op bedrijfsmisdrijven. Toezicht of geen toezicht. Dat blijkt uit onderzoek van universitair hoofddocent persoonlijkheidspsychologie Reinout de Vries van de Vrije Universiteit en criminoloog Jean-Louis van Gelder van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving. Ze gingen na welke persoonlijkheidskenmerken voorspellen of werknemers gaan frauderen. Het onderzoek gebeurde in opdracht van Hoffmann Bedrijfsrecherche, dat steeds vaker een verzoek krijgt van bedrijven om sollicitanten door te lichten. „Een aantal jaar geleden staken werkgevers nog hun kop in het zand”, zegt Hoffmann-directeur Richard Franken. „De gemiddelde sollicitant werd niet eens om zijn diploma gevraagd. Maar in deze zware tijden kunnen werkgevers het zich niet meer veroorloven dat het bedrijf de fout in gaat omdat een bestuurslid niet te vertrouwen bleek. Bovendien merken we dat bedrijven door de crisis meer te maken krijgen met fraude; uit onvrede. Banen staan op de tocht, salarissen worden niet verhoogd – een goed excuus voor sommige werknemers om te stelen van de baas.”

Diefstal van geld en goederen komt het vaakst voor, zegt Franken. „Laptops, iPads en gereedschap, zoals boormachines. In de hogere posities gaat het om fraude met transacties.” Fraude met informatie wordt steeds belangrijker. „Werknemers die kennis doorspelen aan concurrenten, bijvoorbeeld.” Moest de bedrijfsrechercheur een paar jaar geleden vooral medewerkers in de ‘buitendienst’ natrekken, nu gaat het vaker om hoge managementfuncties, vertelt Franken. „Je zou kunnen zeggen dat werkgevers wantrouwiger worden. Ik noem het: risicobewuster. Ze beginnen in te zien hoe groot de gevolgen van een onbetrouwbare top kunnen zijn. De kranten staan vol van frauderende wetenschappers en zelfverrijking.”

Het zou dus handig zijn als de baas vooraf kan inschatten welk type werknemer over de schreef gaat. Uit het onderzoek van De Vries en Van Gelder bleek – niet zo verrassend – dat de karaktertrek integriteit een belangrijke voorspeller is. Hoe integerder de werknemer, des te kleiner de kans dat hij fraude pleegt. Maar hoe bepaal je of iemand integer is? Daar zijn persoonlijkheidstests voor, vertelt De Vries. „Integriteit bestaat uit vier onderdelen. Oprechtheid: praat je mensen naar de mond wanneer je dat uitkomt? Rechtvaardigheid: vind je dat je meer recht hebt op spullen en geld dan anderen? Hebzucht: ben je gefocust op status, geld en spullen? Bescheidenheid: vind je dat je beter bent dan anderen?”

Ook andere karaktereigenschappen blijken – in mindere mate – van invloed op de fraudegevoeligheid. „Als iemand consciëntieus is, zal hij minder geneigd zijn te frauderen. Zo iemand houdt namelijk meer dan anderen vast aan de regels”, verduidelijkt De Vries. Ook verdraagzaamheid vermindert de kans op fraude. „Werknemers die niet vergevingsgezind zijn, zullen eerder uit wrok iets doen wat het bedrijf schaadt.” Ten slotte: hoe ouder de werknemers, des te kleiner hun neiging tot bedrijfscriminaliteit. En ook vrouwen zijn er minder toe geneigd dan mannen.

Hangt het dan alleen maar af van de persoonlijkheid van werknemers? Nee, zegt De Vries. „Uit het onderzoek blijkt ook: hoe meer toezicht, hoe minder kans op bedrijfsfraude. Werkgevers doen er dus goed aan werknemers in de gaten te houden, door bijvoorbeeld werkzaamheden waarbij veel geld of goederen gemoeid zijn, duidelijk zichtbaar te maken. Grote transacties zou een werknemer niet in zijn eentje mogen doen, maar samen met iemand anders. Het is ook verstandig activiteiten vast te leggen in logboeken, zodat je kunt nagaan wie voor welke acties verantwoordelijk was.” Tot hun verbazing vonden de onderzoekers geen wisselwerking tussen toezicht en integriteit. „Minder integere personen plegen nog steeds vaker fraude dan integere mensen, ook als er streng toezicht is. Zij zijn erop gericht de mazen in een systeem te vinden.”

Het omgekeerde geldt ook: hoe minder toezicht, des te groter de kans op fraude – integer of niet. „In een bedrijf waarin alles voor het grijpen ligt en medewerkers niet gecontroleerd worden, gaan ook integere werknemers vaker voor de bijl”, zegt De Vries. Franken: „Dit bevestigt wat wij al vaak in de praktijk hebben gezien: de gelegenheid maakt de dief. De reden om te frauderen luidt vaak: ‘Omdat het kon.’”

    • Catrien Spijkerman