Strafzaak tegen voormalige Fortis-top

Vier jaar na de verplichte nationalisatie en ontmanteling van Fortis, zet de Belgische justitie een nieuwe stap tegen de voormalige bestuurders.

Jean-Paul Votron (links) en zijn advocaat bij een eerdere, civiele rechtszaak in 2011. Foto Maurice Boyer

Van de lange, lopende reeks aan juridische procedures rondom de ondergang van het Fortis-concern is voor de betrokken hoofdpersonen de meest ingrijpende stap nu aangebroken: een strafzaak.

De Belgische onderzoeksrechter Jeroen Burm heeft ten minste drie voormalige Fortis-bestuurders nu officieel als verdachte aangemerkt in het strafrechtelijk onderzoek dat hij kort na de deconfiture van Fortis in het najaar van 2008 was gestart.

Ex-bestuursvoorzitter Jean-Paul Votron, voormalig financieel bestuurder Gilbert Mittler en oud-topman van de bankentak Filip Dierckx hebben in de afgelopen dagen bericht gekregen van justitie dat zij formeel „in verdenking staan”, zoals dat in het Vlaams wordt aangeduid.

Officieel doet justitie er het zwijgen toe, maar via de Belgische krant De Tijd lekten de afgelopen dagen details over de kennelijke doorbraak in het strafdossier. Volgens de krant richt justitie zich op dezelfde verwijten als de vele gedupeerde beleggers die zowel in België als Nederland verschillende procedures hebben aangespannen. De voormalige top zou in het jaar dat de omvangrijke overname van ABN Amro een te zware last bleek te zijn, een vals beeld hebben geschetst van de financiële gezondheid van concern. Voor de aankoop van het Nederlandse deel van ABN Amro had Fortis 24 miljard euro betaald zonder dat de financiering ervan afdoende was geregeld.

Votron, Mittler en Dierckx hebben hun nieuwe status als verdachte tegenover De Tijd bevestigd. Votron zei vorige week al in de krant „verrast” te zijn door het besluit van de onderzoeksrechter. Hij zal er beroep tegen aantekenen. Mittler liet vanochtend op de website van De Tijd weten eigenlijk wel blij te zijn met zijn nieuwe status als verdachte. „Eindelijk zal ik weten wat mij werkelijk verweten wordt en mij kunnen verdedigen.”