Merkel en Netanyahu werken aan hun relatie

Bondskanselier Merkel zal de Israëlische premier Netanyahu op zijn werkbezoek uitleggen dat kritiek op Israël nog geen antisemitisme is.

Het werkbezoek van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu aan zijn ambtgenoot Angela Merkel, dat vanavond begint, komt geen moment te vroeg. Er is mot tussen de regeringsleiders van de formeel innig bevriende naties. Hoog tijd dus voor wat fence mending, het repareren van de diplomatieke betrekkingen.

Directe aanleiding voor de onmin van Israëlische kant is de zeer ongebruikelijke stap van Duitsland om zich van stemming te onthouden toen de Verenigde Naties, vorige week donderdag, instemden met de waarnemerstatus van Palestina als staat en niet langer als entiteit. Duitsland stemt in dit soort kwesties altijd trouw in het voordeel van Israël.

Naar verluidt is Merkel in woede ontstoken over de Israëlische reactie op de uitslag bij de VN: de aankondiging vorige week vrijdag van nieuwbouw in nederzettingen in Palestina. Want de wrevel van de Duitse regering over de Israëlische nederzettingenpolitiek was juist mede aanleiding voor de standpuntbepaling bij de VN, zo stelde Die Zeit.

Merkel hield gisteren op het verkiezingscongres van haar partij, waar zij met 98 procent van de stemmen werd herkozen als leider, een lange toespraak, maar ze sprak met geen woord over de kwestie. Wel bracht ze vrijdag, als eerste Duitse bondskanselier, een met symboliek overladen bezoek aan de vergadering van de Centrale Raad van Joden in Duitsland. Afgelopen jaar was moeilijk voor de Joden in Duitsland, erkende Merkel. Ze doelde op een soms onfrisse discussie die losbarstte nadat de rechter besnijdenis van jongetjes had verboden.

In de zomer was er een reeks incidenten in Berlijn waarbij rabbijnen op straat werden lastiggevallen door moslimjongeren. Merkel zei het belangrijk te vinden de ruim 100.000 Duitse Joden te laten weten „dat zij welkom zijn, want er is nog altijd veel antisemitisme in Duitsland”. En zaterdag onderstreepte Merkel in haar wekelijkse podcast dat Duitsland in veiligheidskwesties „altijd aan de kant van Israël staat”. Zo beklemtoonde zij, verwijzend naar de recente vijandelijkheden tussen Israël en Hamas: „Dus hebben we nu, bij de raketaanvallen door Hamas, weer duidelijk gemaakt: Israël heeft niet slechts het recht, maar ook de plicht zijn burgers te beschermen.”

Kenmerkend voor het Duitse debat over het optreden van de staat Israël, is het door elkaar lopen van tegenstrijdige gevoelens: afschuw over de onderdrukking door Israël van de Palestijnen in bezet gebied, schuldgevoel over de Duitse genocide op de Joden in de Tweede Wereldoorlog en daarom angst te worden uitgemaakt voor Jodenhater of antisemiet.

Met enige regelmaat worden critici van Israël gebrandmerkt als antisemitisch. Berucht is de kwestie rond de filosoof Judith Butler, die eind mei de Theodor W. Adorno-prijs van de stad Frankfurt won. Zij had zich uitgesproken tegen de Israëlische nederzettingenpolitiek. Der Spiegel herinnerde vorige week aan de reactie van de Centrale Raad van Joden in Duitsland die het een stomme fout noemde „om een bekende Israëlhater een prijs toe te kennen die genoemd is naar de grote filosoof die door de nazi’s als ‘half-Jood’ tot emigratie werd gedwongen”. Het weekblad waarschuwde voor inflatie van de term ‘antisemiet’: mensen worden zo vaak onterecht daarvoor uitgescholden, dat men er zo langzamerhand de schouders over ophaalt.

Ondertussen belast het echte antisemitisme de relatie met Israël: een peiling door de overheid wees vorig jaar uit dat één op de zes Duitsers vindt dat Joden te veel invloed hebben, één op de acht vindt dat Joden hun vervolging mede aan zichzelf te wijten hebben, 40 procent is van mening dat Joden nu voordeel halen uit hun vervolging en één op de vijf Duitsers heeft iets tegen Joden. Merkel zal Netanyahu moeten bezweren dat haar regering niet antisemitisch is, als zij het optreden van Israël tegen Palestijnse burgers bekritiseert.

    • Frank Vermeulen