Makers van EPD willen uitstel van privacy-eis

De vereniging die werkt aan invoering van het elektronisch patiëntendossier (EPD) wil patiënten pas over een half jaar om toestemming vragen voor het gebruik van hun gegevens. Daarmee wijkt de vereniging VZVZ af van een belangrijke privacy-eis die de politiek heeft gesteld aan het EPD.

Nadat de Eerste Kamer de plannen voor deze vorm van medische gegevensuitwisseling afwees, is afgesproken dat patiënten per 1 januari 2013 expliciet toestemming moeten geven voor het vernieuwde EPD. De ruim 8 miljoen medische dossiers die al beperkt elektronisch toegankelijk zijn, mogen niet zomaar landelijk gebruikt worden.

VZVZ wil nu langer gebruikmaken van de oude situatie. Dat zou betekenen dat burgers die ervan uitgaan dat hun medische gegevens vanaf 1 januari uit het systeem verdwijnen, een half jaar langer tegen hun wil in het EPD zitten.

Bestuurder Edwin Velzel van de VZVZ, die het EPD invoert, bevestigt dat hij een verzoek heeft gedaan bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en het College Bescherming Persoongegevens (CBP). „Veel minder mensen dan wij dachten hebben toestemming gegeven. Dat betekent dat we 95 procent van de dossiers verliezen. Als we al die mensen per 1 januari uit de index halen, lopen we gezondheidsrisico’s.”

Begin november begon een publiekscampagne om mensen toestemming te vragen. Op 1 januari zouden zo hooguit 400.000 mensen toestemming hebben gegeven. Gehoopt werd op het vijftienvoudige.

    • Huib Modderkolk
    • Jeroen Wester