Journalistiek verhaal is soms temooi voor papier alleen

The New York Times maakt documentaires voor op de website. Ex-multimedia chef Andrew DeVigal wil dat kijkers betrokken raken bij het onderwerp.

Derek Boogaard stond niet op het ijs om te scoren. Hij was de enforcer. De Canadese ijshockeyer moest het spel van de tegenstander ontregelen. Door duels aan te gaan, te duwen, te vechten. Zo speelde hij als de zoon van een mountie in lokale teams in de provincie Saskatchewan. Zo speelde hij in de NHL, de hoogste Noord-Amerikaanse ijshockeydivisie, bij de New York Rangers en de Minnesota Wild.

‘The Bogeyman’ gaf de hardste klappen. Tegenstanders waren bang voor hem. Vorig jaar overleed hij. Totaal onverwacht. Na een overdosis pijnstillers en alcohol. Boogaard werd 28. Hij bleek al jaren een ernstige hersenbeschadiging te hebben.

Hoe kon het zover komen? The New York Times maakte een reconstructie van het leven van Boogaard. Op papier en digitaal, in de vorm van een interactieve documentaire. De krant blinkt uit in dat genre en heeft tientallen mensen die er aan werken.

De film over Boogaard, Punched Out: The life and death of a hockey enforcer, was vorige maand te zien tijdens het internationale documentairefestival IDFA in Amsterdam. Andrew DeVigal, tot voor kort hoofd van de afdeling multimedia van The New York Times, gaf een toelichting. „Punched Out vertelt een ongelooflijk verhaal”, zegt de Amerikaan in het Compagnietheater in Amsterdam. „Over het leven van een ijshockeyer, het gebruik van pijnstillers in de sport, de verslaving. Onze sportredactie wilde er flink mee uitpakken. Dan heeft het voor de multimedia-afdeling ook zin er veel werk in te steken. Het staat langer op de homepage, trekt meer bezoekers. Niets is zo frustrerend als wanneer je maanden aan iets werkt en het bereik valt tegen.”

Wat maakt ‘Punched Out’ een goed voorbeeld van een interactieve documentaire? Waarom is de film op zijn plek hier, op IDFA DocLab, het nieuwe-mediaprogramma van het festival?

DeVigal pakt zijn opschrijfboekje en tekent een horizontale lijn. „Dit is de verhaallijn van Punched Out. Elk verhaal, ook een goede interactieve documentaire, heeft een begin, middenstuk en eind.” Daarna tekent hij drie cirkels op de lijn. „Dat zijn loops: meer informatie over een thema dat op dat moment ter sprake komt in de documentaire. Voor iedereen die bijvoorbeeld de aantekeningen wil lezen die Boogaard maakte als kind. Klik door en je ziet ze. Maar: je moet eenvoudig terug kunnen naar het oorspronkelijke verhaal. Zet mensen nooit op een verkeerd spoor.”

Is dat uw belangrijkste aanbeveling voor interactieve films?

„Niet de enige. De titel van mijn presentatie was There is no screen. Als een ontwerper werkt aan een interactief verhaal is het al snel: hier komt de video, daar de knoppen. Dat is al een vergissing. Je moet je niet laten beperken door de grenzen van een scherm. Ontwerp in de eerste plaats voor de experience, de ervaring van gebruikers. Iedereen is nu zo opgewonden over het tweede scherm [kijkers krijgen meer informatie over tv of film op hun smartphone of tablet]. Maar misschien is het tweede scherm voor veel kijkers wel het eerste scherm. Teveel nadenken over dergelijke zaken beperkt de creativiteit.”

Maar de toekomst voor media ligt toch juist bij smartphones en tablets, kleine, begrensde apparaten?

„Je moet wel een raamwerk hebben. Mobiele media zijn interessant omdat ze je dwingen te focussen op het belangrijkste. Hoe groter het scherm, hoe meer dingen we erop willen zetten. E-mail, twitterberichten. Het scherm lijkt wel een commandocentrum. Dan komt een interactief verhaal niet goed tot zijn recht. Minder is meer, was mijn stelregel bij The New York Times.”

Punched Out is juist méér video en audio. Is dat dan interactief?

„Niet uitsluitend. Interactiviteit is ook niet dat je kan navigeren over een landkaart en dingen kan aanklikken. Het allerbelangrijkste is de betrokkenheid van mensen te vergroten. Ik citeer graag een Aziatisch spreekwoord: ‘Vertel het, en ik vergeet het; toon het en ik onthoud het; betrek me erin en ik begrijp het’.

„Je kunt lezers bij het nieuws betrekken door ze een game te laten spelen. Zo hebben wij bezoekers van NYTimes.com de federale begroting laten opstellen. Dat was een succes. Het was slim gedaan door onze politieke redactie. Bezoekers konden hun resultaten ook simpel delen via sociale media.”

Bij The New York Times moest u de brug slaan tussen gedrukte krant en digitaal. Is dat gelukt?

„Daarin zijn wij volgens mij steeds beter geslaagd. Print- en webredacties zijn geïntegreerd. Dat is heel belangrijk: twee gescheiden redacties die geheel los van elkaar werken, is niet goed. Ook al hebben beide media verschillende manieren om verhalen te vertellen.”

Waaruit blijkt die goede samenwerking tussen print en online?

„Kijk naar A Year At War. Verslaggever James Dao heeft een jaar een groep Amerikaanse soldaten gevolgd in Afghanistan. Hij werkte altijd voor de papieren krant, maar maakte daar ook video. Hij kwam enthousiast terug met heel veel materiaal. We hebben samen videoclips gemaakt voor de speciale multimediaproductie. Dat werkte heel goed.”

Heeft ‘multimedia’ last van de crisis bij de Amerikaanse kranten? The New York Times gaat binnenkort dertig redacteuren ontslaan.

„De krant moet zich bezinnen op de toekomst. Wat wil ze zijn? Waarin wil ze excelleren? De krant wil investeren in drie pijlers: visuele journalistiek, sociale media en mobiele toepassingen. Elke slimme nieuwsorganisatie moet hetzelfde doen.”

Waarom bent u dan weg gegaan? U werkt nu bij Second Story, in Portland, Oregon. Dat bureau maakt interactieve producties voor media en bedrijven.

„Ik wil nadenken over nieuwe manieren van verhalen vertellen. Bij Second Story hoop ik dat te kunnen verbeteren. De krant is nooit helemaal onderdeel van de open discussie op het web. Er is ruimte tussen traditionele media enerzijds en het ongefilterde sociale web aan de andere kant. Die ruimte moeten we benutten: journalisten, programmamakers en curatoren ontdekken er relevante verhalen, het publiek kan er z’n persoonlijke ervaring aan toevoegen.”

Alle interactieve documentaires van vijf jaar IDFA DocLab (sites en iPad-apps) zijn te zien via idfa.nl/doclab.

    • Jan Benjamin