Ingrijpen in dure zorg moet, de vraag is hoe

Mona Keijzer liet gisteravond een stilte vallen tijdens haar interruptie in een debat in de Tweede Kamer. „Dit is eigenlijk een historisch moment”, zei de CDA-parlementariër tijdens de behandeling van de begroting van het ministerie van Volksgezondheid. „We spreken hier voor het eerst over het afschaffen van het recht op langdurige lijfgebonden zorg.” Hoe kon de PvdA daar zo luchthartig over doen, vroeg zij. Hoe kijken de sociaal-democraten naar „dit historische moment van afschaffing van het recht op zorg in de AWBZ”?

Een pijnlijke vraag: bezuinigingen in de ouderen- en gehandicaptenzorg raken de kwetsbaarsten. Dat is voor de PvdA een van de lastigst te verdedigen compromissen uit het regeerakkoord.

Tweede Kamerlid Otwin van Dijk (PvdA) daarentegen zei dat het „een doorbraak” is. Hij schetste het alternatief: vasthouden aan het recht op zorg waardoor de overheid continu de polisvoorwaarden moet aanpassen. „De vraag is of je met het aanscherpen van polisvoorwaarden in de AWBZ uiteindelijk een stelsel overeind houdt.”

De discussie tussen Van Dijk enKeijzer raakt de kern van het probleem in de langdurige zorg. Het tweede kabinet-Rutte wil een tien jaar geleden genomen besluit terugdraaien. Toen werd het recht op zorg in de wet vastgelegd, waardoor de begeleiding – die tot dan toe vooral aan gehandicapten was voorbehouden – onder ouderen en zwakbegaafden een hoge vlucht nam. De kosten zijn zo hoog geworden dat vrijwel alle politieke partijen in hun verkiezingsprogramma’s miljardenbezuinigingen aankondigden.

De manier waarop ouderen en gehandicapten thuis blijven wonen en hulp aan huis krijgen wordt straks een taak van gemeenten. Zij moeten dat ook beter en efficiënter kunnen, denkt het kabinet, en ze krijgen daarom 1,6 miljard euro (eenzesde van het budget) minder. Gemeenten gaan nu ook al over hulp in de huishouding voor ouderen en gehandicapten. Burgers zullen dat meer zelf moeten gaan betalen. Het budget dat gemeenten hiervoor krijgen wordt ruim 1 miljard gekort, volgens de gemeenten een verlaging met driekwart.

Dat een recht een voorziening wordt waarvan de burger maar moet afwachten of hij er aanspraak op kan maken, roept wel vragen op over de verplichte premie die burgers maandelijks afdragen. Keijzer: „Het kabinet wil dat we in de toekomst AWBZ-premie blijven betalen, maar we krijgen er geen zorg meer voor terug. Hoe zit dat?”

PVV en SP zijn faliekant tegen de bezuinigingen. Renske Leijten (SP) sprak van „jarenlang beuken op de solidariteit in de samenleving”. Burgers krijgen volgens haar steeds vaker te horen dat ziek zijn een keuze is. Zij noemde het wrang dat er bezuinigd wordt op begeleiding en dagbesteding terwijl consultants „goud geld” in de zorg zouden verdienen. Fleur Agema (PVV) sprak van een „paarse plunderclub”.

Van Dijk (PvdA) wees juist op huidige excessen. „Ik sprak vorige week een huisarts. Hij zei: ik hoop dat wij over een paar jaar niet de zoveelste indicatiemedewerker met checklist en protocollen hebben, maar een wijkteam dat zonder al te veel gedoe zijn werk kan doen.”

    • Jeroen Wester