Uitgeest wist niets van bijna-botsing vliegtuigen en wil snel opheldering

Passagiersvliegtuigen van KLM en Garuda zijn vorige maand boven Uitgeest bijna op elkaar gebotst. Foto ANP / Lex van Lieshout Passagiersvliegtuigen van KLM en Garuda zijn vorige maand boven Uitgeest bijna op elkaar gebotst. Foto ANP / Lex van Lieshout

De gemeente Uitgeest wist niets van de bijna-botsing op 13 november van twee passagiersvliegtuigen boven de zuidoever van het Alkmaarder- en Uitgeestermeer. Het college heeft de Luchtverkeersleiding Nederland, de Onderzoeksraad voor Veiligheid en andere betrokkenen om opheldering gevraagd.

Als de vliegtuigen elkaar vijftien seconden later hadden opgemerkt, waren de vliegtuigen op elkaar geklapt, zo meldden de Volkskrant en Noord-Hollands Dagblad eerder. De vliegtuigen, een Boeing 737-800 van KLM en een Airbus 330-200 van Garuda, vervoerden samen vijfhonderd passagiers.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid gaat onderzoek doen naar het incident. Het rapport wordt ergens in het voorjaar verwacht.

Uitgeest wist van niets

De gemeente Uitgeest hoorde pas van de bijna-botsing toen het Noord-Hollands Dagblad er gisteren over publiceerde. Het college wil weten waarom het gemeentebestuur niet onmiddellijk van het incident op de hoogte is gebracht.

Het collegebestuur in een brief:

Feitelijk beschouwen wij een dergelijke situatie vanuit de veiligheidsrisico’s voor de woonkern van Uitgeest als onacceptabel. Wij stellen ons op het standpunt dat herhaling van een dergelijk risico dient te worden uitgesloten. Dit in lijn met onze herhaalde stellingname in diverse overlegsituaties dat aanvliegroutes boven bewoonde gebieden met de grootst mogelijke zorg moeten worden omgeven.

Een animatie:

Luchtverkeersleiding: geen sprake van ‘bijna-botsing’

Volgens de Luchtverkeersleiding Nederland gaat het te ver om te spreken van een ‘bijna-botsing’. Een woordvoerder meldt aan de NOS dat er te weinig hoogteverschil was tussen de twee toestellen, maar nog niet bekend is hoe dicht ze daadwerkelijk bij elkaar vlogen.

Garuda-toestel zette de bocht te laat in

De kans op overlevenden bij een botsing in de lucht is nihil. De brokstukken hadden op de grond nog voor slachtoffers kunnen zorgen. De vliegtuigen waren op weg naar twee verschillende landingsbanen die naast elkaar liggen: KLM moest naar de Polderbaan en Garuda naar de Zwanenburgerbaan. Die van Garuda kwam vanuit het oosten (het IJsselmeer) en moest naar links afbuigen, die van KLM vanuit het westen (de Noordzee) en moest naar rechts afbuigen.

Normaal zit er een hoogteverschil tussen de aanvliegroutes om botsingen te voorkomen, maar het toestel van Garuda vloog precies op de aanvlieghoogte voor de landingsbaan van het KLM-toestel. Ook zette het de bocht te laat in, waardoor het lijkt dat de piloten dachten dat ze op de andere landingsbaan, de Polderbaan, moesten landen.

Nadat de toestellen elkaar opmerkten, zijn ze op dezelfde hoogte naast elkaar verder gevlogen en geland. De Onderzoeksraad voor Veiligheid onderzoekt waarom de piloten van Garuda dachten dat ze op de Polderbaan moesten landen.

    • Marije Willems