Egypte is niet moegestreden

In Egypte is het paleis van president Morsi gisteren omsingeld door tienduizenden demonstranten. De politie greep niet in.

Correspondent Noord-Afrika

KAIRO. De mars begon klein, met enkele duizenden mensen die zich hadden verzameld bij de Raba El-Adawiya-moskee in Nasr City, een stadsdeel van Kairo. De sfeer was gemoedelijk genoeg om een discussie toe te laten met twee gesluierde vrouwen die achter president Morsi staan.

„Wat heeft Morsi gedaan dat jullie zonodig tegen hem moeten demonstreren”, wil een van de vrouwen weten. „Wij strijden voor Egypte”, zegt een man. „Wel, wij strijden voor Allah”, antwoordt de vrouw. Een politieman probeert de gemoederen te bedaren. „Ik sta aan de kant van het volk”, verdedigt hij zich. Welk volk wil iemand weten. „Het Egyptische volk”, zegt de politieman. „Er is geen Egyptisch volk meer”, zegt de man, „er zijn twee Egyptes nu.”

Dat laatste was vorige week al duidelijk geworden, toen voor- en tegenstanders van president Morsi elk honderdduizenden mensen op de been brachten in Kairo. De inzet is de nieuwe, controversiële grondwet die vorige week in grote haast werd goedgekeurd door de Moslimbroederschap van Morsi, met de steun van de salafisten. Om dat mogelijk te maken, had Morsi eerst de rechterlijke macht buiten spel gezet omdat die de grondwetgevende vergadering dreigde te ontbinden.

Wat de betoging van gisteren zou brengen, was een groot vraagteken. Zijn de Egyptenaren niet moegestreden? Heeft het wel zin om tegen de nieuwe grondwet in het geweer te komen? En kan men überhaupt om de val roepen van een president die democratisch is verkozen?

Maar wanneer de mars uit Nasr City het presidentieel paleis in Heliopolis nadert, en de marsen uit andere stadsdelen zich samenvoegen, wordt duidelijk dat de tegenstanders van Morsi talrijk en vastberaden zijn. Te talrijk voor de oproerpolitie.

Het prikkeldraad dat de weg naar het paleis verspert, wordt al snel vertrapt door de betogers. Even hangt er spanning in de lucht. Maar dan geeft de politie het gewoon op. Terwijl de menigte richting paleis rent, wordt nog een drietal traangasgranaten afgevuurd. Ze hebben weinig effect.

Of de politie orders had om niet hard op te treden, of dat ze het zelf niet zo op president Morsi hebben, is onduidelijk. Maar minuten later plakken de betogers anti-Morsi-zelfklevers op de uniformen van breed glimlachende politieagenten.

Even later zitten er betogers bovenop de toegangspoort van het paleis. Het bericht komt dat de president het paleis heeft verlaten. Dat hij gevlucht zou zijn, lijkt overdreven: Morsi slaapt niet in het paleis, maar in de 5th Settlement, een buitenwijk.

De menigte roept om de val van het regime. Maar ze lijkt ook besluiteloos. Dat ze zo dicht bij het paleis zouden geraken, had niemand echt verwacht. Veel animo om het paleis te bestormen lijkt er niet te zijn.

Deze massa bestaat vooral uit gegoede burgers; het percentage ongesluierde vrouwen is opvallend groot. Arme mensen zijn niet te bekennen. Er bestaat weinig twijfel over het feit dat een groot deel van de menigte bij het paleis felool is: het scheldwoord waarmee de mensen worden aangeduid die tijdens de revolutie van vorig jaar trouw bleven aan president Mubarak.

Dat de felool nu aan de kant van de revolutionairen staan, is een probleem, zegt de 24-jarige Mahmoud Hashem voor de poort van het paleis. Hij vreest dat een alliantie met de ‘felool’ tegen de Moslimbroederschap uiteindelijk contraproductief zal zijn. „Dat de vijand van mijn vijand mijn vriend is, gaat in tegen alle principes van de revolutie waarvoor we hebben gevochten.”

President Morsi was gisteravond naar verluidt in spoedvergadering met leden van de Moslimbroederschap. Ondertussen stroomde ook het Tahrirplein opnieuw vol met anti-Morsi-betogers. De verleiding is groot om het huidige conflict te zien als religieus versus seculier. Maar voor het paleis houdt een vrouw in een zwarte niqab met haar zoontje een groot spandoek omhoog. „Ik ben hier om tegen de grondwet te protesteren”, zegt ze. „Wij willen in een vrije rechtsstaat leven.”