Eén been in de bouw, het andere in de politiek

Elco Brinkman moest na de bouwfraude het vertrouwen in de bouw herstellen. Volgend jaar vertrekt het gezicht van lobbyend Nederland.

Voor de opening van het nieuwe kantoor in 2006 wist Bouwend Nederland de koningin te strikken. En sindsdien blijft het markante ‘Bouwhuis’ in Zoetermeer invloedrijke gasten trekken. Dat is de verdienste van Elco Brinkman, zeggen bekenden van hem. De man die met één been in een bouwput staat en het andere op het Binnenhof.

In juni volgend jaar stopt Brinkman als voorzitter van de brancheorganisatie voor circa 5.000 bouw- en infrabedrijven. Hij heeft er dan twee volle termijnen opzitten, zegt het persbericht op de website. „Eigenlijk zijn het zes termijnen en in totaal achttien jaar”, zegt Brinkman telefonisch. Hij was al negen jaar voorzitter van het Algemeen Verbond Bouwbedrijf dat in 2004 fuseerde tot Bouwend Nederland.

In februari wordt Brinkman 65 jaar – een leeftijd waarop de meeste bouwvakkers al met pensioen zijn. „Het is tijd voor een nieuw gezicht”, zegt hij.

Brinkman, het gezicht van Bouwend Nederland, verlaat de sector in een moeilijke periode. Het aantal faillissementen is in een jaar met 25 procent gestegen, meldde het CBS gisteren. De crisis noemt Brinkman de „negatieve kroon” op zijn werk.

Maar als voorzitter heeft hij wel meer lastige periodes gehad, zegt hij zelf. Tijdens de ‘bouwfraude’ werd Brinkman in 2002 gehoord door de parlementaire enquêtecommissie – hij had toen net een chemokuur achter de rug. Ruim 340 bouwbedrijven hadden zich schuldig gemaakt aan prijsafspraken. De sector betaalde uiteindelijk een schadevergoeding van 70 miljoen euro.

Na deze affaire werd ‘bouwen aan vertrouwen’ een van zijn belangrijkste taken. „Het beste bewijs dat er geen prijsafspraken meer zijn, vormen de bodemprijzen die nu in de bouw worden gevraagd”, zegt hij.

Als politicus maakte Brinkman tijdens vergaderingen en interviews altijd al kleine schetsjes van bouwprojecten. Hij maakte carrière als ambtenaar op Binnenlandse Zaken. Brinkman was 31 jaar toen hij op dat departement door minister Wiegel (VVD) benoemd werd tot plaatsvervangend secretaris-generaal. In 1982 werd hij minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur in het eerste kabinet Lubbers, dat toen naam maakte met het forse bezuinigingsbeleid. Ook in het tweede kabinet Lubbers dat tot 1989 regeerde, leidde hij dat ministerie.

Brinkman gold als CDA-kroonprins. Na zijn ministerschap leidde hij de Tweede Kamerfractie, in de tijd dat het CDA met de PvdA van Wim Kok in zee ging. Brinkman profileerde zich als politicus die af wilde van de stroperige besluitvorming en met ambitieuze projecten elan wilde terugbrengen. Zo bepleitte hij de aanleg van een groot eiland voor de kust van Scheveningen.

In 1993 wees het CDA-partijbestuur Brinkman aan als lijsttrekker. Maar de spanningen tussen Lubbers en zijn ongeduldige opvolger namen toe en werden steeds openlijker. De kiezers waren weinig te spreken over de koers van het CDA. Met Brinkman als lijsttrekker werden de verkiezingen van 1994 een ramp. Het CDA verloor twintig van de 54 zetels. Enkele maanden later verliet Brinkman de politiek. Vorig jaar keerde hij terug als lid van de Eerste Kamer. Hij werd fractievoorzitter bij een partij die het kabinet soms nodig zal hebben.

Senator blijft Brinkman voorlopig wel, bevestigt hij. Ook is hij nog commissaris van de Rabo-Vastgoed Groep, van bouwleverancier Van Nieuwpoort (zand, grind en beton), ingenieursbureau Movares en de Algemene Pensioen Groep. Op Brinkmans CV staan ruim veertig nevenfuncties. Van bestuurslid van de Nederlandse Opera en toezichthouder op Staatsbosbeheer tot bestuurslid van het Rode Kruis en commissaris bij Philip Morris. De Volkskrant riep hem in 2006 uit tot invloedrijkste bestuurder van Nederland.

Stilzitten wordt het niet, zegt hij. Hij wil meer tijd voor zijn zeven kleinkinderen.