De overmacht van Real was toch wel enorm

Ondanks een pijnlijke 4-1 nederlaag bereikte Ajax gisteravond toch de Europa League, dankzij de 1-0 nederlaag van Manchester City bij Borussia Dortmund.

Redacteur Voetbal

Rotterdam. Goed, de Nederlandse eer in Europa is dus gered doordat Borussia Dortmund met 1-0 won van Manchester City. Ajax mag daardoor als enige Nederlandse club na de winter aansluiten in de Europa League en kan na de 4-1 nederlaag tegen Real Madrid concluderen dat het daar ook meer te zoeken heeft dan in de Champions League. Een aardige tweede helft ten spijt.

Ajax blijft een internationaal ontwikkelingsproject. Het is pas twee jaar en drie maanden geleden, die eerste van zes recente confrontaties tussen Ajax en Real Madrid in de Champions League. En toch zijn er nog maar twee spelers over van het elftal dat in september 2010 een kansloze nederlaag leed in Madrid. Zo hoog is de omloopsnelheid bij Ajax. Zo snel is het allemaal gegaan. Twee landstitels en een Cruijff-revolutie later stond er gisteravond in stadion Santiago Bernabéu weer een fris, jeugdig stel Ajacieden aan de aftrap. Vol van zelfvertrouwen nog door de gewonnen topwedstrijd zaterdagavond tegen PSV.

Maar oog in oog met de sterren van Madrid – met Cristiano Ronaldo en Kaká waren die nog voldoende aanwezig bij het team dat zich kon veroorloven rustig aan te doen – faalde de ploeg van Frank de Boer opnieuw in de ambitie om in ieder geval een stukje mee te komen. Het eerste half uur, waarin Real op 2-0 kwam, was Ajax onthutsend zwak. Waren het de nieuwe jongens, die toch geïmponeerd waren door het immense Bernabéu? Voeten deden hun werk niet, er was nauwelijks beweging zonder de bal en de omschakeling van Real was weer dodelijk.

In de afgelopen drie verloren wedstrijden tegen Real was er in de lezing van rasoptimisten sprake geweest van winstpuntjes hier en daar. Ontwikkeling werd gezien in fases waarin Ajax níet weggespeeld werd. Maar een stunt, wat een gelijkspel in de huidige krachtsverhoudingen zou zijn, verwachtte niemand. Welke garanties, werd Frank de Boer vooraf gevraagd, zijn er dat er dit keer wél een resultaat gehaald kon worden? „Niks. Ik wil gewoon zien hoe wij kunnen spelen.”

Al na zes minuten tikte Karim Benzema raak uit een voorzet van Kaká, maar dat deed hij in buitenspelpositie. Fábio Coentrão schoot nog op de paal, maar daarna was het afgelopen met plaagstoten. Siem de Jong verloor een duel op het middenveld van Luka Modric. Benzema, randje buitenspel maar onbestraft, sloop weg van zijn bewakers Toby Alderweireld en Niklas Moisander en ontving de bal op maat. Naar de zijkant gedreven door doelman Kenneth Vermeer werd de Franse spits gedwongen af te spelen op de aanstormende Cristiano Ronaldo, maar dat was eenvoudig omdat beide centrale verdedigers van Ajax om een of andere reden allebei naar de doellijn gesneld waren.

Modric, schitterende Kroaat met dat uiterlijk van de jonge Johan Cruijff, stond ook aan de basis van de 2-0 toen hij met een meesterlijk dieptepass José Callejon vond achter Ajax’ laatste man Moisander. Feilloze controle, koelbloedige afronding. En gedurende de eerste helft mocht Cristiano Ronaldo nog een paar keer schieten uit vrije trappen. De overmacht was – weer – enorm. Na een half uur vond de Portugees tijd voor zijn eerste overbodig hakje. Spielerei.

Na rust was het Kaká die van buiten het strafschopgebied de 3-0 maakte: binnenkant voet, binnenkant paal. Toen pas schoot Daley Blind eens, en daarna Derk Boerrigter van de andere flank. En net toen Borussia Dortmund Ajax hielp door tegen Manchester City te scoren, vonden Fischer en Boerrigter de geest. De jonge Deen schoot eerst nog rakelings langs de kruising. Boerrigter profiteerde even later van een kluts in de verdediging van Real en kon in een – bijna – leeg doel afronden.

En dus was er toch weer een winstpuntje te noteren: scoren in Madrid was Ajax recentelijk niet gelukt. Danny Hoesen kreeg in het hoopgevende laatste half uur van Ajax nog een uitgelezen kans, maar schoot wild over. Het initiatief bleef in handen van Ajax, maar Callejón zorgde toch vijf minuten voor tijd nog voor een pijnlijke uitslag.

    • Bart Hinke