De 'La Liberté' is zeker geen gewone vrouw'

Op wat eens de Compagnie des Mines de Lens was, opent het Musée du Louvre uit Parijs een transparante dependance met schatten uit de collectie van het moedermuseum.

Members of the media work at the site of the Le Louvre Lens Museum, by Japanese architects Kazuyo Sejima and Ryue Nishizawa, on the eve of the inauguration of the museum in Lens, northern France, December 3, 2012. MANDATORY CREDIT Architects Kazuyo Sejima + Ryue Nishizawa SANAA REUTERS/Pascal Rossignol (FRANCE - Tags: SOCIETY MEDIA) Reuters

Een oude steenkoolmijn lijkt een nogal onwaarschijnlijke plaats voor de collectie van een van ’s werelds beroemdste musea voor klassieke kunst. Maar precies hier, op de begin jaren tachtig gesloten mijnschacht 9 bis van wat eens de Compagnie des Mines de Lens was, opent het Musée du Louvre uit Parijs deze week een dependance. Met vuurwerk en onbeperkt friet stelde president François Hollande het glimmende gebouw tussen de gitzwarte slakkenbergen met mijnafval gisteren in gebruik. Volgende week is het museum open voor publiek.

„Lens was een groot zwart gat”, zegt regiovoorzitter Daniel Percheron, met gevoel voor dramatiek, in de lichte ontvangsthal van het nieuwe complex. Het mijnbassin van Pas-de-Calais staat elders in het land vooral bekend om zijn hoge werkloosheidcijfers, om alcoholisme, friteries, en, in betere tijden, om de lokale voetbalclub.

Sinds in 2003 de Franse regering besloot tot „culturele decentralisatie” was de onvermoeibare Percheron een van de drijvende krachten achter het Louvre-filiaal in zijn streek. „Het was natuurlijk een krankzinnig idee”, zegt hij. „Maar onze mensen hebben zoveel problemen gekend dat ze een museum van wereldklasse verdienen.”

Wat zij te zien krijgen is een dwarsdoorsnede van de collectie van het Louvre, gepresenteerd op onconventionele en bovenal toegankelijke wijze rondom, wat men noemt, een ‘Galerie du Temps’. In een 120 meter lange aluminium doos staan hier tientallen schatten uit de collectie van het moedermuseum op „strikt chronologische volgorde” opgesteld, legt hoofd schilderkunst Vincent Pomarède uit. De bezoeker begint bij 3.500 voor Christus bij sculpturen uit de oudheid en eindigt, in dezelfde ruimte, in 1830 bij het topstuk van het museum, Eugène Delacroix’ ‘La Liberté guidant le peuple’. Een op de aluminium zijwand aangebrachte tijdbalk houdt bezoekers bij de les.

Pomarède, naast een werk van Rubens: „In Parijs laten we onze werken zien aan de hand van verschillende regio’s, scholen of stijlen. Hier kunnen we experimenteren met nieuwe vormen, we kunnen onze collectie op een andere manier laten zien. De Galerie du Temps vertelt in wezen de geschiedenis van de beschaving aan de hand van objecten uit de tijdsperiode die wij in het Louvre dekken. De bezoeker kan de ontwikkelingen in de verschillende geografische regio’s zo met elkaar vergelijken.”

De nieuwe vestiging is „een proeftuin”, zegt hij. „Maar zoals we hier de kunst presenteren zou in Parijs volstrekt onmogelijk zijn.”

Dat heeft deels met de architectuur te maken. Het Louvre-Lens is ontworpen door het Japanse bureau SANAA, dat eerder onder andere het nagenoeg raamloze New Museum of Contemporary Art in Manhattan bouwde. „Het gebouw moest niet intimiderend overkomen, en in het landschap passen”, zegt hoofdarchitect Kazuyo Sejima. Daarbij vond ze vooral de kleine mijnarbeidershuisjes op haar pad. „Naast zulke bouwwerken is een museum van 28.000 vierkante meter snel te groot.” Het resultaat is een ingetogen, lage constructie met een transparante glazen ontvangsthal die de twee voornaamste tentoonstellingsruimtes met elkaar verbindt. Die ruimtes hebben, opvallend, geen binnenmuren en krijgen via een ingenieus dak diffuus licht van buiten, dat nog zachter wordt door de aluminium wanden. Rondom het museum komt een vrij toegankelijk park – dat nu overigens nog een modderpoel is.

Het museum is in de eerste plaats bedoeld voor de lokale bevolking, zegt directeur Xavier Dectot. Het Louvre is na de Franse revolutie opgericht om alle Fransen kennis te laten maken met kunst. „Dat hoeft niet alleen in Parijs.” De uitleg bij de kunstwerken is ook daarom bijzonder laagdrempelig – af en toe op het overdrevene af. „Deze figuur is geen gewone vrouw”, zegt de stem op de elektronische gids bij de afbeelding van ‘La Liberté’ op de puinhopen van de julirevolutie in 1830 van Delacroix. „Ze is een allegorie.” En de ruimte voor wisselende exposities waar het komende jaar een tentoonstelling over de renaissance te zien is, begint met uitleg op kniehoogte over de renaissance zelf.

Behalve lokaal publiek hoopt het Louvre-Lens ook toeristen van over de grens uit België, Nederland en vooral ook Engeland aan te trekken. Percheron droomt van een „wederopstanding” van Lens en omgeving „zoals Bilbao die gekend heeft”. De satellietvestiging van het New Yorkse Guggenheim Museum heeft die Noord-Spaanse stad sinds 1997 een tweede leven gegeven.

Directeur Dectot verwacht een half miljoen bezoekers per jaar, tegen 9 miljoen mensen die het Louvre in Parijs ontvangt. Met toenemend toerisme door het Louvre-Lens hoopt Percheron voor zijn regio Pas-de-Calais in „vijf tot tien jaar” een groei van het bruto inkomen met maar liefst 10 procent te bewerkstelligen.

Maar erg realistisch is dat niet, waarschuwt journalist Edouard Wayolle van de lokale krant La Voix du Nord. „Er is verder in Lens niet heel erg veel te doen. Er zijn allemaal plannen voor hotels, maar niets is nog af.”