De derde helft

Ik heb wel eens meegevoetbald bij de veteranen. De laatste keer smeekten ze of ik kwam, ze waren met acht. Mijn tegenstander zei de hele tijd ‘Als je me passeert, hak ik je door midden’ Ik ben spits. Voor de deskundigen onder u: type Glusevic. Ik kreeg drie ballen, waarvan een tegen het achterhoofd. Mijn

Ik heb wel eens meegevoetbald bij de veteranen. De laatste keer smeekten ze of ik kwam, ze waren met acht.

Mijn tegenstander zei de hele tijd ‘Als je me passeert, hak ik je door midden’

Ik ben spits. Voor de deskundigen onder u: type Glusevic.

Ik kreeg drie ballen, waarvan een tegen het achterhoofd. Mijn directe tegenstander was groter en sterker, de ogen stonden angstaanjagend dicht bij elkaar. Hij zei de hele tijd ‘Als je me passeert, hak ik je door midden’.

Ik geloofde het zo erg dat ik niet perse aangespeeld hoefde te worden. Niet dat mijn teamgenoten het van plan waren, ik deed mee voor het wedstrijdformulier en ‘de derde helft’.

Eigenlijk wilde ik ‘schele’ of ‘dikke’ tegen mijn tegenstander zeggen, maar ik begreep heus wel dat dat geen optie was.

In de scheidsrechter had ik weinig vertrouwen, die probeerde met het magere lijf zoveel mogelijk uit de buurt van de bal te zijn en zo weinig mogelijk te fluiten.

Na iedere beslissing werd hij door spelers van beide teams bestormd. Dan sprintte hij al fluitend zo snel mogelijk richting middenlijn.

Ik deed ook mee aan die achtervolgingen en de duw- en trek- en scheldpartijen. Ik geloof niet dat we hem daadwerkelijk in elkaar wilden slaan.

Na het laatste fluitsignaal zei de dikke die me een paar keer goed had geschopt dat hij lekker had gevoetbald. Hij liep naar de scheidsrechter, ging wijdbeens voor hem staan en riep ‘Jij hebt lekker gefloten!’

Dat vond de scheidsrechter ook.

„O, dankjewel!”

Ik vroeg me af wat de hobby aan deze hobby was.

Ik bleef lang hangen in de kantine. Ik at twee broodjes frikadel en dronk veel bier. Ik heb meegejuicht toen een van onze spelers de sleutels van de kantine liet zien.

‘We mogen afsluiten – We mogen afsluiten – We mogen afsluiten.’

Het betekende nog meer bier.

De meesten hadden kinderen en een baan.

Een van hen zei: „Op dinsdag – de trainingsavond – en op zaterdag leef ik. De rest van de week kom ik bij.”

Het begrip midlifecrisis kwam angstaanjagend dichtbij en ik besloot niet nog een keer op voetbal te gaan.

Ik fietste naar huis met twee medespelers. Eentje werkte er op een administratiekantoor, er zat een kinderzitje op zijn bagagedrager. Hij zong liedjes, viel van zijn fiets en piste tegen een hek.

Komende zaterdag mag hij van de KNVB niet voetballen omdat er een grensrechter is overleden nadat hij tijdens de wedstrijd Buitenboys B3 – SV Nieuw Sloten B1 was mishandeld. De KNVB noemt het ‘een moment van bezinning’.

Als je nog nooit iemand hebt mishandeld, voelt dat als een onverdiende collectieve straf. Ik geloof niet dat de veteranen die ik ken bij elkaar gaan komen in de kantine om te discussiëren. Als ze komende zaterdag al naar de kantine gaan, gaan ze om de rest van het leven te vergeten. Bezinnen kan thuis, daarvoor zitten ze niet op voetbal.

Op dat niveau hebben ze trouwens niet eens grensrechters.

    • Marcel van Roosmalen