Conflict over Katoren

Bij de coproductie Koning van Katoren staan nog allerlei rekeningen open. Is de Nederlandse producent een wanbetaler of is de Italiaanse coproducent een oplichter? Het gevecht achter de camera’s.

DORDRECHT - Regisseur Ben Sombogaart (R) op de set van de film Koning van Katoren. ANP KIPPA ROBERT VOS

De film loopt beter af dan de productie. Livio Negri, uitvoerend procent van Koning van Katoren in Italië, is woedend op de Nederlandse producent Kees Kasander. Die noemt Negri op zijn beurt „een oplichter”.

Afgelopen vrijdag deden betrokkenen opnieuw een poging het conflict op te lossen. De belangrijkste financiers, de Belgische coproducent Jan Vrints, twee Italianen –waaronder Negri– en de verzekeraar vergaderden urenlang op het kantoor van het Filmfonds in Amsterdam.

„Het conflict is heel simpel”, zegt Negri. „Een van de bedrijven verantwoordelijk voor het filmen in Italië heeft niet genoeg geld gekregen om werknemers en leveranciers te betalen. Zonder waarschuwing stopte Kasander met de afgesproken betalingen.” Onzin, zegt Kasander. Volgens hem is Negri een charmante man die sprookjes vertelt. Hij heeft spijt ooit met hem in zee te zijn gegaan.

De samenwerking begon zo veelbelovend. Kasander, die de films van Peter Greenaway produceert, maar ook een familiefilm als Kruistocht in spijkerbroek (2006, budget: 11 miljoen euro), wilde Koning van Katoren grotendeels draaien op Italiaanse locaties. Zoals gebruikelijk in de filmwereld zou Negri als producent ter plaatse, met kennis van de nationale belastingvoordelen, zorgen voor de Italiaanse financiering.

Staking

Twee jaar lang verliep de samenwerking goed. Het ging mis in mei 2012, in de laatste opnameweek. Volgens Negri „schrok” Kasander van de hoeveelheid geld dat „eruit ging” nog voor de belastingvoordelen zichtbaar waren. „Ik kon het hem perfect uitleggen, maar hij raakte in paniek.” Kasander heeft een andere lezing. Niks paniek. De Italianen begonnen een staking. „Niet tegen mij, maar tegen de Italianen die hen moesten betalen. Vervolgens heeft een Milanees bureau een onderzoek verricht en bleek dat er meer geld door ons was overgemaakt dan uitgegeven.” Bovendien hielden de Italianen materiaal voor hem achter en verbraken ze alle communicatie.

Kasander droeg de zaak vervolgens over aan de zogenoemde completion bond. Dat is een soort verzekering, voor deze film afgesloten bij European Film Bonds (EFB), in Denemarken. De verzekeraar behoort toezicht te houden op geldstromen en productieproces en kan ingrijpen indien nodig. De EFB belegde de bijeenkomst van afgelopen vrijdag.

Negri beweert dat hij Kasander daarna maandenlang moest verdedigen tegenover de onbetaalde medewerkers. Die begonnen „een ware kruistocht” tegen hem. Het koste Negri de banden van zijn auto. „Ik werd beledigd, geslagen en moest zelfs eens naar het ziekenhuis ter behandeling.” Kasander gelooft het niet. Hij riep immers schuldeisers op zich te melden, maar kreeg geen reactie.

Op 10 oktober gebeurde er iets ongewoons voor conflicten bij internationale coproducties. De pers schreef erover. Het nieuws: de Amsterdamse rechtbank heeft de inbeslagname van de film gelast, omdat producent Kasander de Italiaanse acteurs niet zou hebben betaald. Kasander reageerde: niet waar. Hij was slachtoffer van een lastercampagne. Het nieuws bleek inderdaad onjuist: de rechtbank had een uitspraak gedaan over het gebruik van filmmateriaal dat in bewaring was gegeven bij het nabewerkingsbedrijf Hectic Electric. Volgens Kasander was de rechtsgang van de Italianen bedoeld om rechtbankstukken naar buiten te brengen over het conflict. Onderdeel van de lastercampagne.

In de Nederlandse filmwereld stellen enkele collega’s van Kasander dat hij de schijn tegen heeft: er doen meer verhalen de ronde over onbetaalde rekeningen. Zo was er gedoe rond een andere Kasanderfilm die dit jaar werd uitgebracht: The Domino Effect. Ook daar ging het om een buitenlandse producent, een Amerikaan, die weigerde materiaal aan Kasander over te dragen. Kasander noemt dat chantage. „Zij hebben geen recht op geld van mij, maar ik op geld van hen. Zo’n 100.000 euro.” De Amerikaan („een linke Loetje”) heeft volgens Kasander de belastingteruggave van de staat Michigan niet aan hem overgemaakt.

Culturele stereotypen

Kasander onderstreept hoe „normaal” dit soort conflicten zijn bij het maken van coproducties. „Ik heb er sinds 1981 meer dan honderd gemaakt, deze dingen gebeuren altijd. Daarom pleit ik voor de komst van een bureau dat uitlegt hoe het werkt en waarschuwt voor de gevaren van werken in het buitenland.”

Nu moet gezegd: internationaal produceren biedt mogelijkheden, maar brengt ook moeilijkheden met zich mee. Vooral de eisen die landen, incluis Duitse deelstaten, verbinden aan hun steun, fiscaal of anderszins, maken een filmproductie soms een bijzonder ingewikkelde puzzel.

Neem Nordrhein-Westfalen. De deelstaat eist dat 150 procent van geld dat via haar regeling naar de film gaat, binnen haar grenzen moet worden uitgegeven. Met dit soort eisen betekenen meer coproducenten soms een duurdere productie, in plaats van een goedkopere. Bovendien is het niet altijd even makkelijk om geld lokaal zinvol te besteden: niet overal zijn cameramensen, geluidsmannen en anderen van voldoende niveau.

En dan zijn er nog de culturele misverstanden. Kasander wijst daarop, net als Ben Sembogaart, de regisseur van Koning van Katoren. Negri wil er niet van weten. Kasander heeft zich gewoon niet aan zijn afspraken gehouden, zegt hij. „Wel speelt hij in op een cultureel stereotype. Dat van de onbetrouwbare Zuid-Europeaan. Zo van: die Italianen, je kent ze wel.” Negri wilde Kasander vrijdag niet bij het spoedberaad hebben. Hij kan niet meer normaal met hem omgaan, zegt hij. „Eerst gedroeg hij zich als vriend, om me daarna een mes in de rug te steken. Ik had veel kracht nodig om niet fysiek ziek te worden.”

Openstaande rekening

De bemiddelaar, EFB, wil niet antwoorden op de vraag wiens woord meer waard is, dat van Kasander of Negri. Volgens een woordvoerder heeft de bemiddeling „al ongelofelijk veel tijd en moeite heeft gekost”. Andere betrokken zeggen, na vrijdag, dat de openstaande rekening 380.000 euro bedraagt – aanzienlijk minder dan de 1,4 miljoen euro van Negri. Het geplande filmbudget was 5,5 miljoen euro. Alle betrokkenen, ook Kasander, gaan ervan uit dat aan financiële verplichten wordt voldaan. Iedereen noemt de vrijdagvergadering „constructief”. Maar een oplossing is er nog niet.

En de film? Regisseur Ben Sombogaart vertelt dat hij zich voelt als Frank de Boer, trainer van Ajax. Die behaalde vorig jaar het kampioenschap terwijl clubbestuur, commissarissen en Johan Cruijff elkaar over een weer stijf scholden. Sombogaart: „Met deze film winnen wij uiteindelijk ook gewoon de wedstrijd.”

    • Pieter van Os