Vrouwen kunnen ook bumperkleven

Het verkeer in de metropool Delhi is een toeristische attractie op zich. En je leert helemaal veel over de Indiase samenleving als je instapt bij een vrouwelijke taxichauffeur.

Wanneer je een miljoenenstad als Delhi wilt ontdekken, zit je voor een groot deel vast aan en in het verkeer. Saai? Misschien. Tenzij je het verkeer als een toeristische attractie leert waarderen. De wijze waarop er wordt ingehaald – van alle kanten en wat nou, dooie hoek – hoe voertuigen soms letterlijk zij aan zij aanschuiven voor een rood stoplicht, het gulle claxongebruik en de wijze waarop alle weggebruikers, of ze nu een scooter of vrachtwagen besturen, hun richting aangeven met een sierlijke handbeweging.

Bovendien krijg je op de weg een dwarsdoorsnede van de samenleving te zien. Een stel dat met hun drie kinderen tussen hen ingeklemd op een motor zit, mollige middenklassers in glimmende SUV’s, arme gezinnen die op vluchtheuvels wonen en hun behoeften doen terwijl het verkeer langs raast. Af en toe tikt er een moeder met een pasgeboren baby op het raam, ze gebaart dat ze honger heeft, wijst naar haar kind. Terwijl je koortsachtig bedenkt of je wat moet geven – misschien houd je dit bedelaarsprincipe zo wel in stand, hoort deze vrouw bij een bende – trekt de taxi op.

Die dwarsdoorsnede van de samenleving vind je niet binnen in de taxi; vrijwel alle chauffeurs zijn man. Maar vandaag zit ik achterin bij Saroj. Een vrouwelijke taxichauffeur. En dat is bijzonder in een land waar stereotypen over mannen en vrouwen regeren.

Van haar vader mocht het niet, vertelt Saroj (25), terwijl ze de Tata Indica tussen de andere auto’s parkeert voor het stoplicht op een kruispunt in Delhi. De zon is net onder en de stad is heet als een pas afgeslagen motor. Binnen in de taxi is het koel. Alle gordels zijn intact en de bekleding is schoon.

Saroj – gekleed in een groen uniform – is een van de chauffeurs van Sakha Consulting Wings Private Limited, het eerste taxibedrijf voor en door vrouwen in Delhi. Sakha werkt samen met zusterorganisatie Azad Foundation, de ngo die de vrouwen werft en opleidt tot chauffeur. Ze begonnen in 2008 en inmiddels zijn er vijftig vrouwelijke chauffeurs aan het werk.

Doel van de organisatie is vrouwen uit het gemarginaliseerde deel van de samenleving op een waardige manier in hun onderhoud te laten voorzien. Bovendien kunnen vrouwen in Delhi door een andere vrouw vervoerd worden – geen gek idee in een stad die bekend staat als Rape Capital. Zo snijdt het mes aan twee kanten.

„Wij willen vrouwen niet alleen een baan geven, maar hun ook de kans geven andere rollen voor zichzelf te bedenken”, zegt bestuurder Nayantara Janardhan van Sakha. „Over een paar jaar zullen we vrouwen opleiden tot bouwvakker, timmerman of elektriciën.”

Er wordt nogal gekeken naar de vrouwentaxi. De mannen die naast ons staan voor een stoplicht gluren grijnzend naar binnen. Anderen staren alleen maar naar de vrouwelijke chauffeur. Saroj, die me naar een etentje brengt in Defence Colony – De Pijp van Delhi met veel eettentjes – doet of haar neus bloedt.

De vrouwen krijgen les in zelfverdediging van de Delhi Politie. Saroj heeft het nog niet hoeven gebruiken, vertelt ze terwijl ze optrekt. De grijnzende mannen rijden nog steeds naast ons. Wel krijgt ze met regelmaat te maken met getreiter op de weg. Mannen die met haar willen racen of haar van de weg af proberen te drukken. Ze laat hen voorgaan in de hoop dat ze haar met rust laten.

Haar collega Chandni (22), een meisje met een ernstig gezicht en een Ohm-teken ter grootte van een twee-euromunt op haar pols getatoeëerd, bijt wel van zich af wanneer ze geconfronteerd wordt met gesar, merk ik een paar dagen later. Ze heeft me naar Lodhi Gardens gebracht, een van de vele stadstuinen in Delhi die nog stammen uit het Moghul-tijdperk. Als we weg willen rijden, blijkt een andere auto haar taxi klem te hebben geparkeerd. Ze staat op en loopt op de bestuurder af. Rug recht en met een stoïcijnse uitdrukking op haar gezicht. De bestuurder, een man, reageert nauwelijks en blijft staan. Chandni blijft haar boodschap herhalen, rustig gebarend, maar met een diepe frons. Na een paar minuten start de auto en maakt de weg voor ons vrij.

Ook Chandni’s rijstijl is nogal aanvallend: ze houdt haar claxon regelmatig een aantal seconden ingedrukt, snijdt en kleeft bumper. Nu zijn dit onvermijdelijke strategieën in het verkeer van Delhi, anders kom je doodleuk niet vooruit, maar de manoeuvres van Chandi zijn opvallend doortastend. Wanneer een man rakelings haar auto voorbijschiet, kijkt ze hem vernietigend aan en maakt een wegwerpgebaar. De man gebaart dat hij haar een tik wil verkopen.

Een paar minuten later zegt Chandni: „You know ma’am. This man. He wants to hit me. I am very upset.”

Ook buiten het verkeer moeten de vrouwen van Sakha strijd met mannen leveren, zegt Nayantara Janardhan. „Soms zijn de mannen in de familie het er niet mee eens dat een vrouw werkt als chauffeur. Er zijn meiden die elke dag met ruzie de deur uitgaan.”

Ondanks die familieleden zijn veel van de vrouwelijke chauffeurs kostwinner en zijn hun families er sterk op vooruitgegaan. Gemiddeld had een familie voordat de vrouw als chauffeur aan de slag ging 3.000 tot 5.000 roepies te besteden (45 tot 75 euro), en met een vrouwelijke chauffeur in de huishouding 8.000 tot 10.000 (120 tot 150 euro).

Dat heeft niet alleen effect op de directe familie, maar op de hele omgeving, zegt Janardhan. „Mensen in de buurt zien dat het beter gaat met een familie, ze hebben een mooiere tv, een auto. Ze laten zien wat er mogelijk is, ook als vrouw. Een ander belangrijk effect is dat de vrouw een stem heeft binnen een familie, zij zorgt er bijvoorbeeld voor dat ook de meisjes naar school gaan.”

Soms is die verantwoordelijkheid zwaar, aldus Janardhan, omdat er van de vrouwen ook nog verwacht wordt dat ze thuis de traditionele vrouwenrol spelen: is er een kind ziek, dan is het bijvoorbeeld ondenkbaar dat de man het ophaalt.

Saroj zet me af bij een restaurantje waar ik mijn eetafspraak heb. Wanneer ik twee uur later weer naar buiten kom, zit ze in de auto te wachten. Iets verderop staan de mannelijke chauffeurs bij elkaar te praten. Ze verklaart: „Ik blijf het liefst in de auto. Too many mosquitoes.”

Terwijl we over een nagenoeg verlaten ringweg rijden, die baadt in een doforanje licht, vertelt Saroj dat ze haar vader pas na haar training heeft verteld over haar nieuwe werk. Hij vond het niks, maar houdt haar niet tegen. Haar moeder staat achter haar. Ze vertelt dat ze, ondanks het getreiter van mannen, meer zelfvertrouwen heeft gekregen door haar baan. „Vrouwen zijn in India weinig waard. Net zoveel als een dier. Ik heb geleerd dat ik ook gewoon iemand ben, een persoon met gevoelens.”

    • Marte Kaan