Uitgever: ‘Drehmanns heeft onredelijke verwachtingen’

Het opiniestuk van Drehmanns in de Volkskrant van maandag

Het ‘literaire hart’ van een uitgever wordt helemaal niet ondermijnd door ‘zijn bedrijfseconomische brein’, vindt uitgeverij Querido. Schrijver Peter Drehmanns somberde gisteren in de Volkskrant dat zijn uitgever ‘behoudend en commercieel’ is geworden. Overdreven en onredelijk, vindt zijn uitgeefster.

Was de weigering van Peter Drehmanns’ uitgeverij Querido om zijn nieuwe boek uit te geven ‘exemplarisch voor wat er momenteel gaande is in letterenland’?  Zijn ‘als chic bekend staande uitgeverij’ weigerde zijn nieuwe manuscript – omdat zijn werk ‘dramatische verkoopcijfers’ kende, beweerde hij in de Volkskrant. Daar zou de uitgeverij klaar mee zijn: het beleid zou zijn bijgesteld ‘van gedurfd naar behoudend en commercieel’.

Querido zou hem hebben aangezegd dat er nog slechts ruimte was voor één boek van Drehmanns per drie jaar, of hij moest met ‘een echt goed boek’ komen. Dat geval staat niet op zichzelf, meende hij. ‘Wijd en zijd worden auteurs met een respectabel oeuvre respectloos geloosd.’ Literair agent Paul Sebes mengde zich gisteravond in die discussie via Twitter: in Nederland zijn volgens hem dit jaar ‘circa 5 Nederlandse en 15 Amerikaanse auteurs uitgeverloos geraakt, soms al na één boek.’

Drehmanns is niet de wacht aangezegd, zegt Querido-uitgever Annette Portegies. Wat er wel gebeurd is: Drehmanns’ redacteur had in korte tijd twee manuscripten van hem ontvangen die ze niet goed genoeg vond. ‘Peter Drehmanns levert soms sterke en soms zwakke manuscripten in. De sterke wil Querido graag uitgeven,’ aldus Portegies. ‘Zijn redacteur heeft hem gezegd dat het onredelijk is te verwachten dat hij zonder meer elk jaar een boek kan uitbrengen. Er zijn immers méér auteurs wier boeken door middel van interne subsidiëring tot stand moeten komen en die ook graag gepubliceerd willen worden. Zijn redacteur heeft wél gezegd dat hij de tijd moest nemen om weer iets écht goeds te maken. Daar lijkt mij niets verkeerds aan.’

Literaire uitgevers geven ook commerciële boeken uit waarvan de literaire kwaliteit niet het belangrijkste criterium is – daarin heeft Drehmanns ‘ronduit gelijk’. Dat doen ze enerzijds ‘omdat er nog maar weinig lezers zijn die zich beperken tot de literatuur en nooit iets anders willen lezen’, meent Portegies, en anderzijds om interne subsidiëring mogelijk te maken. Het bedrijfseconomische brein zorgt ervoor dat het literaire hart blijft kloppen, om in Drehmanns’ termen te blijven.

‘Geld verdienen is in geen enkele zichzelf respecterende literaire uitgeverij een doel op zichzelf, maar wel een noodzakelijke voorwaarde om in de toekomst ook boeken waarvan maar enkele honderden exemplaren verkocht worden te kunnen blijven uitgeven,’ aldus Portegies. ‘En dat is echt geen nieuw en verwerpelijk verschijnsel.’