Twee stemmen - toneel en muziek

Jeroen Willems kon het zelf nauwelijks geloven, maar hij was een van de beste acteurs van zijn generatie. Gistermiddag overleed hij, volslagen onverwacht, tijdens een repetitie in theater Carré.

Herien Wensink

‘In je adem schuilt je ziel” – dat zei acteur en zanger Jeroen Willems begin dit jaar in een interview met deze krant. Niet in de ogen dus, al werden juist zijn ogen keer op keer geprezen als het ging over zijn spel. Recensenten roemden zijn felle, soms bijtende oogopslag, de leegte erin, dat ijzig-beschouwende waar een grote dreiging vanuit ging. Boog Jeroen Willems op toneel het hoofd, dan verscheen „onder zijn donkere pupillen, het witte, halve maantje van zijn oogwit.” Die pupillen, schreef deze krant eens, waren zo donker dat de ziel er nauwelijks in weerspiegeld werd.

Maar hoe vaak zijn expressieve fysiek ook werd geprezen, Jeroen Willems interesseerde zich veel meer voor het effect van de adem, de stem. „Ik behandel toneelteksten vaak als een partituur, inclusief pauzes, ritme en klanken”, zei hij.

Als kind zong Willems al graag. Geboren in Maastricht, opgegroeid in Heerlen, was hij misdienaar en lid van het ‘gezinsorkestje’ thuis. Of hij zong mee met de soulplaten van zijn vader. Zijn vader, die ook acteerde en regisseerde, stierf toen hij een tiener was. Op zijn zestiende ging Willems ‘aan het toneel’. Hij verkoos de toneelschool (in Maastricht) boven het conservatorium, dat leek hem te conventioneel. Op de toneelschool was er bovendien ook veel aandacht voor zang en ademhalingstechnieken.

In 1987 studeerde hij af, kort daarna verbond hij zich aan gezelschap Hollandia, toen onder leiding van regisseur Johan Simons. In de zestien jaar dat hij daar zat, speelde memorabele rollen, zoals in Val van de goden (1999), Bloeddorst (2000), De Metsiers (2002) en La Musica Twee (2003). In 1994 werd Willems onderscheiden met de Mary Dresselhuysprijs voor de beste acteur. Tegelijkertijd kwam een indrukwekkende film- en tv-carrière tot stand, met rollen in Bij nader inzien (1991), Tijd van leven (1996), Wij Alexander (1998) en Bij Ons in de Jordaan (2000). En in de speelfilm Nynke (2001), waarvoor hij werd genomineerd voor een Gouden Kalf. Later speelde hij onder meer in Stellenbosch (2007), Zomerhitte (2008), Komt een vrouw bij de dokter (2009) en de tv-film Cop vs. Killer, dit jaar. In 2010 won Willems een Gouden Kalf voor zijn rol als prins Claus in Majesteit (2010). Willems was in meer dan dertig films te zien, vaak in een bijrol. In maart 2013 komt Boven is het Stil uit, de verfilming van de roman van Gerbrand Bakker, waarin hij zijn eerste grote hoofdrol in een film speelde.

Dankzij zijn verbluffende monoloog Twee Stemmen (1997), verplaatste Willems’ toneelcarrière zich naar Europees niveau. In die solo, naar teksten van Pier Paolo Pasolini, wisselde hij zes rollen af, van onder andere een staatsman, een grootindustrieel, een intellectueel, en een crimineel. Hij speelde hem sindsdien met onverminderd succes in heel Europa, in vloeiend Duits, Engels of Frans. Willems werd er de succesvolste Nederlandse acteur in het buitenland mee. Toen hij Twee Stemmen in 2004 speelde op het prestigieuze theaterfestival in Avignon, prees het dagblad Le Figaro hem als „verbluffend metamorfosegenie”. Sindsdien was hij een veelgevraagd acteur, en speelde even gemakkelijk in München (bij Johan Simons), Basel, Avignon of Amsterdam.

Naast Pierre Bokma en Gijs Scholten van Aschat was Willems de beste acteur van zijn generatie. Zijn aandacht voor ademtechnieken en zang leidde tot de muzikale tekstbehandeling waarmee hij zich als acteur onderscheidde. Ook zijn stem droeg daaraan bij, donker en warm, maar met een kras erop die de nodige levenspijn suggereert. Willems kon vleien en knauwen, zijn stem was als fluweel of schuurpapier. Kenmerkend was ook zijn fraaie jarenvijftigdictie; het gevolg van zijn Limburgs accent en de vastberaden poging daar vanaf te komen. Als hij sprak, vormde de acteur aarzelend en weloverwogen een zin. Hij proefde elk woord voor in de mond en gaf dat bij het uitspreken met getuite lippen nog een zetje.

Na zijn vertrek bij Hollandia , in 2003, pakte hij het zingen serieuzer aan, met Brel – De Zoete Oorlog (2004), bij Toneelgroep Oostpool. Toen stond daar nog een onzeker zanger. Tegelijk zag je de formidabele acteur, ogenschijnlijk tastend naar woorden, in staat elk lied te transformeren tot een scène. Willems kreeg er de hoogste Nederlandse toneelprijs voor, de Louis d’Or. Hij nam zangles bij sopraan Marjanne Kweksilber, zong nog eens Brel in Brel 2, bracht madrigalen van Monteverdi in de voorstelling Orfeo en had rollen in opera’s van onder anderen Louis Andriessen en de Zwitserse theatermaker Christoph Marthaler. Even ambieerde Willems een carrière in de opera, misschien wel omdat dat te hoog gegrepen was. „Ik denk vaak: ‘O God, daar kom ik, met mijn stemmetje.’”

Begin dit jaar zong Willems, verkleed als indiaan, liederen van John Dowland, in de voorstelling Flow my tears van de Veenfabriek. De verkleedpartij was zijn idee, hij had er zin in om eens een indiaan te zijn. Het was een lichtere rol dan waar hij doorgaans voor gevraagd werd, die waren mysterieus, ongrijpbaar, diabolisch. In het spelen blonk hij uit in ingehouden dreiging. Dolende, gekwelde mannen speelde hij vaak, op de rand van een uitbarsting. In Twee Stemmen, in Brel en in Ludwig II bij de Münchner Kammerspiele, onder regie van Ivo van Hove – zijn laatste grote toneelrol. Als acteur kleefde aan hem een aura van romantisch solitair machismo. Maar hij was, zo zei hij zelf, luchtiger dan de personages die hij vaak vertolkte. Grappiger ook.

Louis Andriessen, in wiens opera La Commedia Willems een rol vervulde, voelde zich zelfs genoodzaakt te benadrukken dat diens kwaadaardigheid natuurlijk maar gespeeld was: in het echt, zei hij, was de acteur en zanger een beminnelijke man.

Een bescheiden man ook. Sceptisch over zijn talent, en boordevol twijfel en zelfkritiek. Streng voor zichzelf, en voor collega’s. Willems kon zich ergeren aan toneel. Het was een haat-liefde-verhouding, zei hij. Elke paar jaar was hij wel weer even klaar met acteren. Taal is maar ratio, vond hij. Hij was jaloers op „de directe manier waarop muziek kan raken”.

In het interview met deze krant begin dit jaar sprak hij over vijftig worden. Dat was pas halverwege, als het aan hem lag. Hij wilde nog drie nieuwe liefdes meemaken. In een paar mooie films spelen. En een soulalbum opnemen. Want, weer: „Zingen, dat heeft voor mij nog magie”.

Hoe gelauwerd en geprezen hij als acteur ook was, zingen wilde hij het liefst. Gisteravond zou Jeroen Willems zingen op het jubileumgala van theater Carré, een ode aan Toon Hermans. Hij werd onwel tijdens de repetities en overleed later aan een hartstilstand.

    • Herien Wensink