Trotse EU-leiders naar Oslo, Rutte ook

Eurosceptische leiders mijden de uitreiking van de Vredesnobel aan de EU maandag. Premier Rutte gaat wel, blijkt nu. Reden: zo kan hij Merkel spreken.

Ook premier Mark Rutte reist volgende week maandag naar Oslo voor de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede aan de Europese Unie. Uitsluitsel over zijn plannen liet lang op zich wachten. Al veel Europese regeringsleiders maakten de afgelopen weken bekend of ze aanwezig zouden zijn, maar vanuit Den Haag bleef het stil.

In Brussel ging al het verhaal dat het ‘lastige Nederland’ zich zou aansluiten bij de kleine minderheid van eurosceptische regeringsleiders, zoals de Britse premier David Cameron en de Tsjechische president Vaclav Klaus, die de bijeenkomst boycotten. Cameron had voorgesteld dat elk EU-land een schoolkind zou sturen en volgens Brusselse bronnen vonden de Denen dat een heel goed idee.

Aan de andere kant was er de Franse president François Hollande die vorige week op een persconferentie aankondigde dat hij „vol trots” naar Oslo zou gaan. En meteen al nadat op 12 oktober bekend was geworden dat de prestigieuze vredesprijs naar de EU ging, had de Duitse bondskanselier Angela Merkel er bij haar collega-regeringsleiders op aangedrongen dat ze allemaal zouden komen.

Al achttien regeringsleiders hadden hun komst toegezegd en gisteren kwam dan ook het nieuws uit Den Haag: Rutte is erbij. Maar wel met de nadrukkelijke toevoeging dat deze reis heel goed te combineren is met het voorbereiden van de EU-top van eind volgende week in Brussel.

Rutte reist via Berlijn om samen met Merkel naar Oslo te gaan – de Europa-kritische Nederlander hoeft niet meteen te denken dat Rutte alleen maar gaat om de Europese Unie toe te juichen.

De prijs wordt in ontvangst genomen door de voorzitter van de Europese regeringsleiders, Herman Van Rompuy, voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso en de Duitse voorzitter van het Europees Parlement, Martin Schulz.

Cyprus, tijdelijk EU-voorzitter tot het eind van het jaar, hoort daar niet bij. De Cypriotische president Demetris Christofias had op een EU-top in oktober juist bedacht dat de vier voorzitters de prijs zouden ontvangen, toen Van Rompuy naar buiten bracht dat het er maar drie zouden zijn. Cyprus organiseert als voorzitter een flink aantal EU-bijeenkomsten van ministers, maar bijvoorbeeld niet die van de ministers van Buitenlandse Zaken. Van Rompuy zag geen reden om Christofias te laten delen in de eer.

Voor Christofias zelf was het pijnlijk en gisteren meldde Cyprus in Brussel dat de president niet naar Oslo komt voor de ceremonie. Hij heeft „geen tijd” en stuurt zijn minister van Europese Zaken.

De EU-landen hebben nog tot woensdag de tijd om te zeggen of ze komen of niet. De Zweedse premier Frederik Reinfeldt blijft ook weg, maar dat heeft niets te maken met anti-Europese gevoelens – hij moet op 10 december in het stadhuis van Stockholm zijn voor een andere Nobel-bijeenkomst.

En er komen toch nog jongeren: drie meisjes werden uitgekozen na een teken- en opstelwedstrijd, een jongen was de winnaar van een verkiezing op Facebook. Ze komen uit Italië, Spanje, Polen en Malta en reizen met de drie Europese voorzitters mee.