Spandoekenmachine

Traag wandel ik heen en weer tussen aankomsthal 1 en 2 – ik ben er vrij zeker van dat ze uit een van deze twee poorten moet verschijnen. Met mijn hoofd ben ik al bij mijn eigen reis, morgen vertrek ik, vandaag resten me slechts die typische dag-voor-vertrek-dingen als antimuggenspul kopen, bakjes bami weggooien en

Traag wandel ik heen en weer tussen aankomsthal 1 en 2 – ik ben er vrij zeker van dat ze uit een van deze twee poorten moet verschijnen. Met mijn hoofd ben ik al bij mijn eigen reis, morgen vertrek ik, vandaag resten me slechts die typische dag-voor-vertrek-dingen als antimuggenspul kopen, bakjes bami weggooien en apathisch op bed zitten met het gevoel dat je iets essentieels aan het vergeten bent. En dus ook een vriendin ophalen van Schiphol, om elkaar precies tussen onze reizen in bij de Juggle Juice Bar te kunnen treffen.

Een spandoek wordt altijd lelijk. Er komen vlekken op en de letters gaan scheef

Als ik voor de derde keer terug naar aankomsthal 1 wandel, zie ik hem voor het eerst. Wel over gehoord, nooit met eigen ogen gezien: de spandoekenmachine. ‘Print op doek!’ prijst hij zichzelf enthousiast aan. De machine zorgt ervoor dat de spandoekenpurist in mij meewarig het hoofd schudt: een spandoek hoort natuurlijk niet uit een machine te komen. Een spandoek maak je zelf. Het is namelijk een gedoe, een spandoek maken, gedoe met een laken dat je moet bevestigen aan splinterige latjes, waarna je het gaat beschilderen en er steevast het volgende gebeurt: LIEVE MAMA WAT FIJN DAT JE ER WEer bent. Een spandoek wordt altijd lelijk. Er komen vlekken op en de letters gaan scheef en de glitters klonteren samen met de lijm en de verf is op en de kat besluit over het laken heen te lopen, en daarna draaft-ie er nog vier keer overheen, maar dan in blinde paniek omdat je hem probeert te vangen. Misschien is het wel juist de durf om vervolgens met zo’n mislukt hobbylaken boven je hoofd in een aankomsthal te staan die een spandoek zijn charme geeft. Ik heb een keer een vriendin opgehaald met een zelfgemaakt spandoek (‘WELKOM TERUG ESTHER wiegertje!’, dat vonden we een leuke grap) en dat was best een opgave. Een spandoek maakt je min of meer tot een stripfiguurtje dat maar ÉÉn ding te zeggen heeft, waar maar ÉÉn tekstballonnetje aan ontsnapt. En er zijn eigenlijk maar twee plekken waar dat voorkomt: op een vliegveld, waar mensen speciaal voor die persoon gekomen zijn. En bij demonstraties, waar mensen op dat moment samenvallen met de boodschap over de regering/abortus/chemtrails die ze willen verkondigen.

Toch vraag ik me bij de spandoekenmachine af of er niet andere plekken zijn die ruimte bieden voor een spandoek – waarom kom je nooit naar een verjaardag met een spandoek, zijn er nooit spandoeken om mensen mee uit te zwaaien (VEEL PLEZIER IN THAILAND, KRIJG MAAR GEEN DENGUE HOOR!) of ga je nooit met een subtiel, positief spandoek naar een club: ‘IK HOOP DAT DIE JAPANSE PIL DIE JE POEP NAAR BLOEMETJES LAAT RUIKEN HIER OOIT OP DE MARKT KOMT’.

Als ik kijk naar de mensen bij de aankomsthallen zie ik alleen een oudere vrouw in een glimmende winterjas die een ballon draagt – niemand heeft een spandoek. Ik hoop toch dat de spandoekenmachine zal blijven bestaan, dat hij mensen over de streep zal trekken hun gedachten op doek te zetten, ook al zal het resultaat nooit helemaal de overtuigingskracht van een zelfgeknutseld exemplaar overstijgen – het heeft immers wel wat als mensen voor even in stripfiguren veranderen.

    • Renske de Greef