Rutte moet de senaat wat gunnen

Het kabinet-Rutte II zit vandaag in de Eerste Kamer voor de Algemene Politieke Beschouwingen. Rutte en zijn bewindslieden hebben daar veel werk te doen, want de VVD en PvdA hebben er niet genoeg zetels. Bij veel maatregelen lijkt hij wel steun te krijgen, maar voor de oppositie is er „elke dag wat te winnen”.

De hypotheekrenteaftrek voor huizenbezitters wordt beperkt, het eigen risico in de zorg gaat omhoog, werklozen belanden sneller in de bijstand, en je eigen ziekenhuis kiezen zit er niet meer in.

De maatregelen van het kabinet-Rutte II raken de komende jaren iedereen. En wie de hoop had dat de Eerste Kamer de plannen nog zou tegenhouden: die kans lijkt klein.

Vandaag debatteert de Eerste Kamer over de begroting 2013 en het regeerakkoord van het kabinet. Deze krant heeft bijna dertig voor het kabinet belangrijke plannen op een rij gezet. Er is een inschatting gemaakt hoe groot de kans is dat een voorstel door de senaat komt met hulp van de oppositie. Conclusie: Rutte lijkt veel plannen te kunnen uitvoeren.

Het kabinet van VVD en PvdA heeft in de senaat slechts dertig zetels: de VVD 16, de PvdA 14. Dat is 8 te weinig voor een meerderheid (38 van de 75 zetels). Dus moet het kabinet voor elk wetsvoorstel steun zoeken bij de oppositie. Dat kan bij het CDA (11 zetels), de PVV (10) of de SP (8). Ook kan Rutte bij kleinere partijen als D66 (5), GroenLinks (5) en de ChristenUnie (2) een meerderheid ‘bij elkaar shoppen’. En dan zijn er ook nog SGP, 50Plus, Partij voor de Dieren en de OSF, een verzameling regionale partijen, met elk 1 zetel.

Het is voor het eerst sinds het kabinet-Cort van der Linden (1913-1918), de liberale voorganger van Rutte, dat een kabinet langere tijd met een minderheid in de senaat moet regeren. Het vorige kabinet had daar ook geen meerderheid, maar kon in de praktijk bijna altijd rekenen op de steun van de PVV en ‘stille gedoger’ SGP.

Belangrijk is dat Rutte zijn steun al in de Tweede Kamer verwerft. Getalsmatig niet nodig, omdat VVD en PvdA daar wél een meerderheid hebben. Maar de praktijk leert dat senaatsfracties bijna altijd hun collega’s in de Tweede Kamer volgen, zo bleek uit een analyse van PvdA-senator Han Noten van het stemgedrag in de afgelopen tien jaar. De ‘ijzeren wet van Noten’, noemt hij die zelf.

Voordeel voor Rutte is dat de senaat zich traditioneel terughoudend opstelt. Zeker als het kabinet de vertrouwensvraag stelt, al kan een kabinet dat niet te vaak doen. Wie wil verantwoordelijkheid nemen voor wéér een kabinetscrisis en wéér nieuwe verkiezingen? Al betekent dat niet dat senatoren klakkeloos alles zullen aanvaarden, lieten ze eerder in deze krant weten. Zo zei Elco Brinkman (CDA): „Het is geen gelegde kaart dat we alles zullen steunen.” En Tiny Kox (SP) voorspelde dat het voor Rutte en Samsom „wel eens complexer kan worden dan ze nu denken”.

Dat kan in de praktijk leiden tot concessies aan de oppositie. Vooral politiek gevoelige voorstellen als de bezuinigingen op studenten en de belasting voor corporaties zullen veel van het onderhandelingsvermogen van Rutte vergen. „Dat maakt het ingewikkeld”, zegt Eerste Kamerkenner Bert van den Braak van de Universiteit Leiden. „Zeker als een partij voor steun concessies op een ander terrein vraagt. Dan krijg je een ingewikkelde uitruil.”

Het vraagt om vakbekwaamheid van bewindslieden, zegt hoogleraar politicologie Rinus van Schendelen van de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Een bewindsman moet eerst een oppositiepartij iets gunnen, dan terug naar het kabinet, waar VVD en PvdA het elkaar weer moeten gunnen. Het is allemaal handel.”

Door de snel wisselende voorkeuren van de kiezers is de kans groot dat kabinetten in de toekomst vaker een minderheid in de senaat hebben. Een „geweldig positieve ontwikkeling”, zegt Van Schendelen. „Niet alles is bevroren door het regeerakkoord. Voor iedereen is er elke dag iets te winnen of te verliezen.”