Puinhoop bij Amarantis vooral schuld van overheid

Tot de aardigste open deuren in het rapport over het Amarantis-debacle hoort wel het advies om leden van raden van toezicht voortaan een „basisopleiding” te laten volgen. Waarna een „vorm van certificering” volgt. En „permanente educatie” is ook een goed idee. Het meeste nieuws over de kolossale onderwijsgroep waarop zij ‘toezagen’, moesten zij immers het afgelopen jaar in de krant lezen.

Feitelijk mag de samenleving op dit moment geen vertrouwen hebben in de wijze waarop de kwaliteit van het hoger onderwijs is georganiseerd. De autonomie van het hoger onderwijs moet ter discussie worden gesteld. Het is de hardste conclusie die gisterochtend werd getrokken, in een litanie van constateringen over falend toezicht, wanbeheer, incompetentie en mogelijke zelfverrijking. De instorting van Amarantis, een concern met 55 scholen en 30.000 leerlingen, moet dus een keerpunt zijn in de besturing van het onderwijs.

Daarbij moet de voornaamste oorzaak toch worden gezocht bij de overheid zelf. Die bevorderde schaalvergroting, waarna het ministerie zich alleen ‘stelselverantwoordelijk’ achtte en het hoger onderwijs aan zichzelf overliet. Dat kon dat dus niet aan. De kwaliteit werd uitbesteed aan de raden van toezicht van de instellingen zelf, de Onderwijsinspectie en de medezeggenschapsorganen. Die bleken alle drie te zwak, zo staat nu wel vast. De inspectie hield wel toezicht, maar „via de achteruitkijkspiegel”. Alle informatie was behalve versnipperd ook een half tot anderhalf jaar oud. Het ministerie hield zich van de domme, en was dat waarschijnlijk ook. Het rapport spreekt van een departement dat zich heeft „verscholen” achter een te beperkte taakopvatting. Het resultaat was „verweesd onderwijs”.

De raad van toezicht van Amarantis was slordig, verdiepte zich niet in de problemen, was gauw tevreden en liep in alles achter. Niet goed genoeg dus. Ook de bestuurders zelf bakten er niets van. Onderling waren ze het niet eens, de sfeer was slecht, de organisatiecultuur was behalve gesloten ook „kil, autocratisch”. Tussen de directie en de bedrijfsonderdelen was wantrouwen. Met de regio was geen effectieve samenwerking. Met de raad van toezicht waren „oplopende spanningen”. Alleen het salaris was goed, net als de reiskostenvergoedingen en de afvloeiingsregelingen, zo lijkt het nu.

Dat de studenten en docenten daarvoor onverbiddelijk de rekening betaalden, is nog het meest onaangename feit uit het rapport. Aan minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) de taak om het toezicht op het hoger onderwijs te saneren en volledig verantwoordelijk te worden voor de kwaliteit ervan. Want zo hoort het.