Kinderen tijgermoeders doen het toch niet beter

Schoppen kinderen van ‘tijgermoeders’ het het verst in het leven? Vergeet het maar, concluderen vijf psychologen uit Texas in een online voorpublicatie in Asian American Journal of Psychology.

Tijgermoeders zijn die uiterst strenge, veeleisende moeders die Amy Chua vorig jaar beschreef in haar boek Strijdlied van de Tijgermoeder. Chua, zelfbenoemd tijgermoeder, vertelde daarin hoe haar kinderen altijd de beste moesten zijn in de klas, niet met vriendjes mochten spelen, trouw muziek moesten studeren. Maar zo’n strenge opvoeding helpt kinderen niet extra vooruit.

De Texaanse psychologen keken eerst in een groep van enkele honderden Chinees-Amerikaanse ouders welke verschillende opvoedingsstijlen mensen er op na hielden. Beide ouders en een kind vulden drie keer een lange vragenlijst in, de eerste keer toen de kinderen in de steekproef gemiddeld 13 jaar waren, en vier jaar en acht jaar later nog eens. Hoe warm waren de ouders, legden ze hun beslissingen uit, schreeuwden ze tegen de kinderen, straften ze streng?

De onderzoekers konden vier typen ouders onderscheiden, afhankelijk van de – hoge of lage – scores op positieve opvoedingstechnieken (aanmoediging, liefde geven, kind mag zich vrij uitdrukken) en negatieve technieken (boos worden, beledigen, straf geven zonder uitleg, schaamte oproepen). Ze noemden ouders die op beide hoog scoorden ‘tijgerouders’. Kinderen van die tijgerouders bleken het minder goed te doen dan kinderen van warme, niet strenge ouders. Ze hadden minder goede schoolcijfers, meer depressieve symptomen en voelden zich meer onder druk gezet en minder verplicht aan hun familie.

Het laatste woord over tijgerouders is hiermee nog niet gezegd. Het onderzoek vergeleek bijvoorbeeld geen Chinees-Amerikaanse met westerse ouders en de definitie van tijgerouderschap is niet heel goed onderbouwd.