Het trappen ging zo snel

Bij de Buitenboys, de voetbalclub in Almere waar de overleden grensrechter lid was, heerste gisteren diepe droefenis. „Haantjesgedrag komt wel vaker voor, maar niet zo.”

Met Sinterklaas op komst is de kantine van voetbalclub Buitenboys in Almere uitbundig versierd: overal hangen lachende zwarte pieten. Maar op deze maandagavond hangt er een diep bedroefde stemming in de zaal.

De jeugdige voetballers van de club en hun ouders zitten in een kring. Ze staren naar de grond. Het nieuws dat hun grensrechter Richard Nieuwenhuizen even tevoren is overleden, nadat hem zondag na afloop van een wedstrijd zwaar letsel was toegebracht, is als een bom ingeslagen. „Gisteren was er nog sprake van mishandeling”, zegt Rob Mueller, de secretaris van Buitenboys. „Nu is het doodslag.”

Het veld waarop Nieuwenhuizen zondag in elkaar zakte, is deze avond verlicht. Alle andere velden zijn donker. De Nederlandse vlag op de gevel van het clubhuis hangt halfstok. Alle trainingen zijn vanavond afgelast, maar de clubleden zijn toch gekomen, voor een bijeenkomst met het bestuur, maar ook om met elkaar de schok te verwerken. Verdriet gaat naadloos over in boosheid en weer terug. „Haantjesgedrag komt wel vaker op het veld”, zegt Mueller. „Maar nooit op deze manier.”

Nieuwenhuizen was al een jaar of acht actief voor de club in Almere. Zijn zoon voetbalt hier ook. Zondagochtend stond de 41-jarige grensrechter te vlaggen bij een wedstrijd tussen Buitenboys B3, het team van zijn zoon, en Nieuw Sloten B1, uit Amsterdam. Jongens van 15, 16 jaar.

De sfeer was tijdens de wedstrijd al gespannen, vooral binnen het team van Nieuw Sloten zat een hoop frustratie: de spelers van het bezoekende team maakten onderling ruzie en scholden elkaar uit. Ook de arbiters werden niet gespaard.

Na afloop van de in gelijkspel geëindigde wedstrijd, rond het middaguur, escaleerde de situatie. Nieuwenhuizen werd door minimaal drie tieners van Nieuw Sloten geschopt en geslagen. „Mijn zoon voetbalt ook in Buitenboys B3”, zegt Mueller. „En ik kan gewoon niet geloven dat jongens van die leeftijd met volle hakken op iemands hoofd en nek trappen.’’ Werd er niet ingegrepen? Mueller: „Er is geprobeerd om te sussen en mensen uit elkaar te halen, maar dat trappen gaat zo snel: in een paar seconden is het gebeurd.’’

Na afloop van de schoppartij was bovendien niet meteen duidelijk hoe ernstig de situatie was: Nieuwenhuizen stond op en liep weg. Hij wilde zelf geen aangifte doen. „Laat maar, laat maar’’, zou hij hebben gezegd. Een paar uur later stond hij als toeschouwer langs de lijn bij een andere wedstrijd op het sportcomplex. Daar zakte hij plotseling in elkaar. Hij werd met een ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis. De club heeft alsnog aangifte gedaan.

Bij de bijeenkomst in de kantine zijn twee politierechercheurs aanwezig: ze zoeken getuigen. „Veel mensen hebben een stukje gezien’’, zegt Mueller. „Samen kunnen we de film compleet maken.” Mueller is boos op de KNVB. De voetbalbond mag dan zeggen dat er veel wordt gedaan tegen geweld op de velden: „Ondertussen is het acht uur ’s avonds, meer dan 24 uur na de gebeurtenissen, en we hebben nog steeds niets van ze gehoord.”

Na afloop van de bijeenkomst lopen de voetballers met hun ouders in kleine groepjes naar buiten. Voor het hek van de voetbalclub staan camera’s en journalisten, maar niemand wil praten. Een puber wijst naar de camera’s en zegt: „Wat denken ze nou dat we gaan zeggen?” Zijn vader antwoordt: „Dat ze levenslang moeten krijgen.”

    • Yasmina Aboutaleb