Griekse terugkoop voedt hoop

Griekenland trekt 10 mil- jard euro uit om staats- obligaties terug te kopen van beleggers. „Het gaat de goede kant op”, aldus een eurominister.

A worker cleans graffiti off the Bank of Greece logo, outside the central bank's headquarters in Athens, Monday, Nov. 26, 2012. The ministers of the 17 countries that use the euro are meeting in Brussels later Monday to try to reach an agreement on disbursement of Greece's next rescue loan installment, after several delays. Athens faces bankruptcy without the cash. (AP Photo/Thanassis Stavrakis) AP

enChris Hensen

Velen haalden gisteren in Brussel opgelucht adem, toen de Griekse regering details van een plan bekendmaakte om voor 10 miljard euro aan Griekse staatsobligaties terug te kopen van beleggers.

Griekenland biedt deze beleggers méér dan verwacht. Dit vergroot de kans dat beleggers meedoen en het land zijn schulden op termijn sterk kan verminderen. Forse schuldenreductie is voor eurolanden en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) voorwaarde om volgende week eindelijk 31,5 miljard aan achterstallige leningen naar Athene over te maken.

„Het gaat de goede kant op”, zei de Luxemburgse minister Luc Frieden gisteravond na de vierde Europese ministerraad in vier weken. Deze buy back (terugkoop) moet ruim 20 miljard opleveren. Van alle Griekse schuld die nog in particuliere handen is – 61 à 62 miljard euro – moet de helft worden afgeschaafd. „Dat is ambitieus”, zegt een expert die vorige week bij een marathonvergadering was waarin ministers van Financiën besloten om de Griekse schuld in 2020 met 40 miljard te verminderen, tot 124 procent van het bbp. „Als deze terugkoopactie niet de vereiste 20 miljard oplevert, explodeert het Griekse probleem binnenkort opnieuw. We nemen een groot risico.”

Er is een gemakkelijke methode om de Griekse schuld drastisch te verminderen: kwijtschelden. De meeste schuld (175 miljard) is intussen in handen van eurolanden en de ECB. Maar Duitsland, Finland, Nederland en Oostenrijk weigeren verliezen te nemen: zij hebben hun parlementen beloofd dat ‘Griekenland’ geen extra geld gaat kosten.

Het IMF, dat eenderde van de leningen aan Griekenland betaalt, eist echter een fikse schuldenreductie. Anders wordt de schuld ‘onhoudbaar’ en mag het IMF niet langer meebetalen aan leningen. Eurolanden zitten klem: zonder IMF zijn zij óók duurder uit. Daarbij krijgt Griekenland, dat al sinds juni geen leningen heeft gekregen, dan voorlopig geen geld. Dat vergroot de kans op een chaotische Grexit – precies wat iedereen wil vermijden.

Eindeloos hebben de ministers vergaderd om uit deze patstelling te komen. Het lijkt simpel. De Duitse bondskanselier Angela Merkel heeft dit najaar na lang wikken en wegen besloten Griekenland in de eurozone te houden. Een Griekse exit kan catastrofaal zijn voor de muntunie. Velen dachten dus dat Merkel iets zou bedenken om het land binnenboord te houden. Maar nee: zij was het struikelblok, afgelopen weken.

In oktober legde IMF-baas Christine Lagarde haar eis neer voor een forse Griekse schuldenreductie. Particuliere beleggers hebben dit jaar een haircut gehad. Iedereen weet dat eurolanden nu aan de beurt zijn. Maar Merkel wil dit niet – althans niet vóór de Duitse verkiezingen komend najaar.

Daarom moesten ministers en experts nachten doorvergaderen om andere methodes te bedenken die voor 40 miljard schuldenverlichting zorgen. Vorige week maandag definieerden zij er vier: terugkoop (die nu in gang is gezet), lagere rente op leningen van eurolanden, langere afbetalingstermijnen op deze leningen én terugstorting van de winst die de Europese Centrale Bank (ECB) op Griekse staatsobligaties maakt.

De kunst was deze vier te mengen tot een „werkbaar pakket”. Het meeste oponthoud werd veroorzaakt door Duitsland. „Merkel zei vaak nee. Dan begonnen we van voren af aan”, zegt een diplomaat.

Daardoor werd de ‘buy back’ het leeuwendeel van de schuldenreductie. Lagarde vond dit zó riskant, dat ze weigerde vooraf te beloven dat Griekenland op 13 december de volgende tranche krijgt.

Hét vraagteken voor veel onderhandelaars is hoeveel beleggers meedoen. Griekse banken bezitten 15 miljard aan staatsschuld, Griekse pensioenfondsen 8 miljard. Zij zijn zó afhankelijk van overheid en ECB, dat ze elke deal slikken. Eurozonebanken, met 4 à 5 miljard in huis, zijn evenmin het probleem. Hedgefondsen, die de rest bezitten, zijn minder voorspelbaar. Als zij in mei hebben gekocht, toen één euro Griekse schuld 11 cent waard was, kunnen zij incasseren nu hen ergens tussen 30 en 40 cent wordt geboden.

Maar dit, zegt een EU-functionaris, „doet niet iedereen. Veel beleggers denken nu dat Griekenland in de euro blijft. Met enig geduld kunnen ze méér winst maken: Griekse schuld kan over enige jaren op 80, 90 staan. We weten niet wat zij gaan doen.” Bijkomende zorg is dat het zij geen cash terugkrijgen, maar schuldpapier voor zes maanden van het euronoodfonds EFSF.

Op financiële markten werd gisteren positief gereageerd: Griekse obligaties stegen in waarde. Maar hoe het afloopt, weet niemand. De veiling sluit vrijdagmiddag. Op 13 december beslissen de ministers over een nieuwe tranche voor Griekenland.

    • Caroline de Gruyter
    • Chris Hensen