De inductiefout

Een gans krijgt voer. Aanvankelijk aarzelt het schuwe dier en denkt: ‘Waarom voederen die mensen me? Er moet iets achter zitten.’ De weken verglijden en elke dag komt de boer graankorrels voor haar strooien. Haar wantrouwen wordt geleidelijk aan minder. Na een paar maanden is de gans overtuigd: ‘De mensen hebben werkelijk het beste met me voor’ – een overtuiging die elke dag opnieuw wordt bevestigd, versterkt zelfs. Omdat ze totaal niet twijfelt aan de goedheid van de boer, staat ze versteld als hij haar op Kerstdag uit het hok haalt – en haar slacht. De kerstgans is slachtoffer geworden van het inductieve denken. Maar niet alleen ganzen zijn er vatbaar voor. We hebben allemaal de neiging op basis van afzonderlijke observaties tot algemeen geldige zekerheden te komen. Dat is gevaarlijk.

Een belegger heeft een aandeel gekocht. De koers schiet als een raket omhoog. Aanvankelijk is hij wantrouwig. ‘Het zal wel een bel zijn’, denkt hij. Als het aandeel ook maanden later nog altijd in waarde stijgt, krijgt hij zekerheid: ‘Het kan helemaal niet meer zakken’, te meer omdat hij elke dag opnieuw in die gedachte wordt bevestigd. Na een half jaar investeert hij al zijn spaargeld in een pakket met alleen die aandelen. Nu zit hij met een enorm risico. Hij is slachtoffer geworden van inductie en zal er uiteindelijk voor moeten boeten.

Maar het inductieve denken kan ook profijtelijk worden aangewend. Ik geef je een tip waarmee je andere mensen geld uit de zak kunt kloppen. Verstuur honderdduizend beursprognoses. In de ene helft van je mails voorspel je dat de koersen de komende maand zullen stijgen, in de andere helft waarschuw je voor een terugval. Stel dat de index na een maand is gedaald. Nu stuur je een nieuwe mail, maar alleen aan de vijftigduizend mensen die je een juiste voorspelling had gestuurd. Deze vijftigduizend deel je weer in twee groepen op. Aan de ene helft schrijf je dat de koersen de komende maand zullen stijgen, aan de andere helft dat ze zullen dalen, enzovoort. Na tien maanden zijn er honderd personen over die je steeds feilloos het juiste hebt geadviseerd. Voor die mensen ben je een genie. Je hebt bewezen dat je in het bezit bent van voorspellende gaven. Een aantal van die fans zullen je hun vermogen toevertrouwen. Met dat geld ga je ervandoor naar Brazilië.

Niet alleen anderen laten zich zo bedriegen, onszelf bedriegen we ook. Mensen die bijna nooit ziek zijn, menen dat ze onsterfelijk zijn. Een ceo die kwartaal na kwartaal een winststijging bekend kan maken, meent dat hij onfeilbaar is – en zijn medewerkers en aandeelhouders denken dat ook.

Ik had een vriend die aan basejumpen deed. Hij sprong van rotsen, zendmasten en gebouwen, en trok altijd pas op het laatste moment aan het koord van zijn parachute. Toen ik hem eens op het risico van die sport aansprak, zei hij: ‘Ik heb al meer dan duizend keer gesprongen. En er is nog nooit iets gebeurd.’ Twee maanden na dat gesprek was hij dood, doordat hij in Zuid-Afrika van een levensgevaarlijke rots sprong. Eén enkele tegengestelde waarneming is voldoende om een duizendmaal bevestigde theorie van tafel te vegen.

Inductief denken kan vernietigende gevolgen hebben – maar we kunnen niet zonder. We maken er staat op dat de aerodynamische wetten nog werken als we morgen het vliegtuig in stappen. We rekenen erop dat we op straat niet zonder enige aanleiding in elkaar worden geslagen. We rekenen erop dat ons hart ook morgen weer zal slaan. We hebben de inductie nodig, maar we mogen niet vergeten dat al die zekerheden altijd maar voorlopig zijn. Zoals Benjamin Franklin zei: ‘Niets is zeker, behalve de dood en de belastingen.’

Inductie kan verleidelijk zijn: ‘De mensheid heeft het altijd voor elkaar gekregen, dus de uitdagingen van de toekomst zullen we ook wel aankunnen.’ Klinkt goed, maar we vergeten dat die uitspraak alleen maar gedaan kan worden door een soort die tot nu heeft overleefd. Het is een ernstige fout te denken dat het feit dat we nu leven erop wijst dat we ook in de toekomst nog zullen leven. Waarschijnlijk de ernstigste fout die er is.

De Zwitser Rolf Dobelli schreef het boek De kunst van het heldere denken. 52 denkfouten die u beter aan anderen kunt overlaten