De accountant is iets té klantbewust

Na het debacle bij onderwijsgroep Amarantis richt de kritiek zich – opnieuw – op accountants. De affaire toont hoeveel ruimte de regels laten voor slappe controles. Uit angst de klant te verliezen zijn accountants ook te weinig kritisch.

Illustratie Rhonald Blommestijn

Twee accountants zaten er begin 2007 met hun neus bovenop; de fusie van de twee onderwijsinstellingen ROC ASA en de Interconfessionele Onderwijsgroep Amsterdam (ISA) tot Amarantis. Accountantskantoor PWC was de huisaccountant van ISA en deed de jaarlijkse controle. En KPMG deed een uitgebreid boekenonderzoek vanwege de aangekondigde fusie.

Toch werden ze bij het ROC ASA na de fusie volkomen verrast door de slechte financiële situatie van hun fusiepartner. Een gat van ruim 7,6 miljoen euro op de huisvestingsportefeuille van ISA en nog eens dik 20 miljoen euro aan verwachte overschrijdingen op bouwprojecten.

In de jaren daarna ging het financieel steeds slechter met de scholengemeenschap, waar 3.000 mensen werkten en 30.000 leerlingen een opleiding volgden. Ook in deze periode trok de huisaccountant van Amarantis, Deloitte, niet aan de bel. Dit jaar werd de nood te groot. Amarantis is opgesplitst in vijf scholen, waarbij honderden banen verdwenen.

Dus hebben de betrokken accountants jarenlang opzichtig gefaald?

Nee, zegt de commissie die in opdracht van het ministerie van Onderwijs onderzoek deed. Deloitte heeft „binnen de daarvoor geldende regels inclusief het Controleprotocol geopereerd”. Maar de bestuurders van Amarantis zochten de „maximale ruimte” op om in de jaarstukken „een solvabiliteit neer te zetten die voldeed aan het gewenste niveau”.

Daar had Deloitte iets aan kunnen doen, oppert de commissie. „Blijkbaar heeft de instellingsaccountant in het kader van zijn natuurlijke adviesfunctie geen of onvoldoende aanleiding gezien om te komen tot bijsturing van dit gedrag.”

Deloitte had scherper moeten oordelen, concludeert Marcel Pheijffer, hoogleraar forensische accountancy, op basis van het rapport. Dat kon ook, zegt hij. In opdracht van de commissie heeft Ernst & Young binnen dezelfde regels dezelfde posten van Amarantis anders verwerkt. Zo had de negatieve ontwikkeling van het vermogen, het resultaat en de solvabiliteit járen eerder kunnen worden gesignaleerd. „Dat zegt zowel iets over de regels als over de wijze waarop de controlerend accountant die heeft toegepast”, zegt Pheijffer.

De zaak-Amarantis verbaast Pieter Lakeman van de Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) niet. „Accountants zijn niet onafhankelijk”, zegt hij. „Ze worden betaald door degene die ze moeten controleren. Dan hoef je niet al te veel kritiek te verwachten.” Volgens Lakeman zit een accountant in een onmogelijke positie. Als hij te kritisch is, raakt hij zijn klanten kwijt en kan hij schadeclaims verwachten.

„De grootste valkuil bij het toezicht is de angst, het gebrek aan moed om in te grijpen”, zegt Pheijffer. „Een goede toezichthouder is bereid om ook vijanden te maken.”

De hoogleraar pleit voor ‘narratief rapporteren’: niet alleen wel of niet fiatteren, maar het hele verhaal achter een onderneming vertellen. „Nu kunnen accountants de verdedigingslinie voeren: ik heb niets fout gedaan, want mijn werk valt binnen de regels. Maar dat zijn accountants die een 5,5 genoeg vinden. Wat we nodig hebben zijn accountants met lef die een eigen afweging maken tussen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en de klant.”

Een veelgehoord verweer van de beroepsgroep is: een accountant ziet niet of een bestuurder van een scholengemeenschap als Amarantis twee dienstauto’s, een OV-kaart eerste klas en taxivergoedingen van de zaak heeft of niet. Een accountant controleert de jaarrekening achteraf en kijkt naar de stabiliteit van de onderneming. Hij moet afgaan op de cijfers die de raad van bestuur en de raad van toezicht hem voorschotelen.

Verder zijn de budgetten voor accountants de laatste jaren „uitgehold”, volgens Pheijffer. „Dat valt de opdrachtgevers van de accountant te verwijten. Maar het is geen verontschuldigingsgrond voor het accountantsberoep om ondermaats te presteren. Als het budget ontoereikend is om de benodigde kwaliteit te leveren, zou een accountant simpelweg ‘nee, ik doe het niet’ tegen de opdrachtgever moeten zeggen.”

De Eerste Kamer stemt vandaag over de aanscherping van de regel-geving voor accountants. Accountantskantoren zouden na acht jaar verplicht moeten rouleren bij de bedrijven die ze controleren. Ook wil het kabinet de ruimte beperken om controles en advieswerk voor één bedrijf te combineren.

Een woordvoerder van Deloitte zegt dat het kantoor de controle van Amarantis „volledig in lijn met wet- en regelgeving heeft verricht”.