'Agenten worden niet getraind om op de benen te mikken, maar op het middenrif'

Nederland. Leusden. 04-2003. Leren omgaan met het dienstwapen of pistool. Op de foto bekijkt een aspirant politieagent zijn schietresultaat op de schietschijf. Een diaprojector geeft de beeltenis van een crimineel met gleufhoed. Een onderdeel van de politieopleiding(L.S.O.P.) tijdens het eerste jaar is de schietopleiding. Foto: Peter Boer/ Hollandse Hoogte Peter Boer/Hollandse Hoogte

De aanleiding

Vorige week schoot een politieagent de 17-jarige Rishi C. dood op perron 4 van station Hollands Spoor. Daarna barstte weer de discussie los die na elke dodelijke politiekogel volgt: hoe kan dit gebeuren? Zat de agent fout? En neemt het aantal doden door ‘politievuur’ toe? In die discussie deed Gerrit van de Kamp, voorzitter van politievakbond ACP, een opmerkelijke uitspraak in nrc.next. Hij wilde „een wijdverspreid misverstand” uit de wereld helpen. „Agenten worden niet getraind om op de benen te mikken, omdat die heel lastig te raken zijn. Daarom leren politiemensen om iemand in zijn middenrif te raken.” Lezers vroegen de redactie om deze uitspraak te checken.

Waar is het op gebaseerd?

Van de Kamp heeft het over een situatie van noodweer. Ieder mens, dus agent én burger, heeft het recht zich te verdedigen met alle beschikbare wapens, als hij zijn eigen lijf moet verdedigen tegen een aanranding – een aantasting van de lichamelijke integriteit. Dat mag alleen als de aanranding ‘wederrechterlijk’ is (het moet onterecht zijn) en ‘ogenblikkelijk’ (er valt niet aan te ontkomen). Dat staat niet in de Politiewet of in de ambtsinstructie voor agenten, maar gewoon in het wetboek van Strafrecht, artikel 41, dat geldt voor iedereen.

Als burgers zich op noodweer beroepen, is de vraag of ze niet hadden kunnen vluchten. Een beetje gek is dat agenten zich juist vaak naar gevaarlijke situaties moeten begeven. Maar ook agenten kunnen zich op noodweer beroepen, en ze trainen ervoor. In de Integrale Beroepsvaardigheden Training die ze krijgen, leren ze om – als dat nodig is – op het grootste deel van het lichaam te mikken: de borst of het middenrif. Dan hebben ze de grootste kans om te raken.

En, klopt het?

Maar er is meer. Agenten wordt óók geleerd om op de benen te richten. Wanneer doet een agent dat dan? Een woordvoerder van de Politieacademie legt het zo uit: „Het gaat altijd om deëscaleren. Eerst probeert een agent dat met zijn stem, door te vorderen. Als dat niet lukt, dan schaalt hij op naar wapens, zoals de stok of pepperspray. Pas op het laatst pakt hij zijn vuurwapen. We leren een agent dan om op de benen te schieten - conform voorschrift. In een noodweersituatie mag de agent op de romp van de verdachte schieten.”

Jaap Timmer, universitair hoofddocent politiestudies aan de Vrije Universiteit Amsterdam, legt het nog iets preciezer uit. Hij doet al jaren onderzoek naar politiegeweld. Waar je op moet mikken, zegt hij, ligt aan de reden waarom je schiet. Eén reden is dus noodweer, voor die situatie leren agenten onder meer te schieten op de borst.

Iedereen kan zich beroepen op noodweer. Maar politiemensen hebben daarnaast de bevoegdheid om geweld te gebruiken binnen hun taak, zegt Timmer. In hun ‘ambtsinstructie’ staat bijvoorbeeld dat ze mogen schieten om iemand aan te houden. Maar dan alleen als de hele situatie ernstig lijkt, dus niet bij een gewone winkeldiefstal. De regel is: een agent mag schieten als er een misdrijf dreigt waar vier of meer jaar celstraf op staat. Timmer: „Dat is als er sprake is van de aantasting van lichamelijke integriteit, zoals bij verkrachting of mishandeling of bedreiging met de dood.” Een agent mag ook zijn pistool trekken als de verdachte vuurwapengevaarlijk is.

In hun training leren agenten om te schieten onder de broekband, dus op de benen, als ze schieten om aan te houden. Om precies te zijn: tussen de benen. Want, zegt Timmer, „dan kan de kogel links of rechts uitwijken.”

Het aantal doden en gewonden door politiekogels is al tientallen jaren stabiel, wil Timmer nog eens benadrukken. Meer dan de helft van het aantal kogels bestaat inmiddels uit aanhoudingsvuur. Vroeger was dat een kwart, de rest was noodweer. Dat er meer aanhoudingsvuur is, komt door betere training, zegt Timmer. „Noodweer is onveiliger.” Mogelijk denkt de vakbondsvoorzitter die de uitspraak deed nog in termen van noodweer, denkt Timmer.

Conclusie

Leren agenten nu wel of niet op de benen te mikken? Of op het middenrif? Het antwoord is: allebei. Agenten trainen voor situaties van noodweer, dan leren ze het middenrif te raken. Maar agenten mogen ook, in ernstige situaties, hun vuurwapen gebruiken om iemand aan te houden. In die gevallen leren ze te mikken op de benen. We beoordelen de uitspraak van Gerrit van de Kamp dus als half waar.

    • Carola Houtekamer