Column

Wielrennen en de waarheid

Wielervolgers, noteer maar vast in de agenda: juni 2013, maand van de waarheid.

Dan komt een onderzoekscommissie met haar rapport over de rol die wielerfederatie UCI heeft gespeeld in de dopingaffaire rond Lance Armstrong. Een barones, een oud-rechter en een advocaat vormen het onderzoeksteam, weten we sinds vrijdag. Prestigieus, Angelsaksisch trio.

Ook de commissie die de KNWU heeft ingesteld om de dopingcultuur in het Nederlandse wielrennen in heden en verleden bloot te leggen, moet uiterlijk 1 juni met de uitslag komen.

Spannende weken, zo kort voor de Tour de France. Aanvankelijk was het de bedoeling om een ‘waarheidscommissie’ in te stellen. Maar dat komt er voorlopig niet van. Zo’n commissie zou ook jaren werk hebben. Niet voor niets kon schrijver Herman Chevrolet een boek over het wielrennen samenstellen dat hij Het feest van list en bedrog noemde. Hij wijdde er 368 pagina’s aan, te stellen dat daarmee alles wel gezegd is, zou erg optimistisch zijn.

AD Sportwereld drukte vorige week de antwoorden af van vijftig Nederlandse (ex-)wielrenners aan wie de vraag was gesteld of ze doping hadden gebruikt. Het resultaat: vijftig manieren om een simpele vraag met ‘nee’ te beantwoorden. Dicht bij een soort ‘ja’ komt alleen Davy Dubbeldam: „Ik zou nee kunnen zeggen, maar ik voel me er heel ongemakkelijk bij.” Dat is het nadeel van te vaak liegen: ook de waarheid wordt niet vertrouwd. Neezegger Servais Knaven: „Mensen geloven je toch niet.”

In diverse varianten krijgen de media de schuld. „De journalistiek heeft meer dan genoeg schade berokkend aan de wielersport”, zegt Adrie van der Poel. Arme wielerjournalisten. Kregen ze eerst van allerlei columnisten, gezeten achter hun bureau, het verwijt dat ze lui of naïef waren of te solidair met wielrenners, nu zegt Pieter Weening: „Wat is dit voor een domme vraag? Nee!”

Gezeten op een racefiets merkt de waarheid het wel: wat is die leugen verdomde snel.