Van Canadese post-punk tot Japanse post-rock

Festival

Le Guess Who?, Utrecht ***

Het lijkt bijna onderdeel van de act. Hoe Palmbomen geen contact maakt met het publiek in Tivoli zaterdag. Vanonder hun sliertenhaar en snor turen de drie mannen, jongens nog, ingespannen richting microfoon. Die gesloten houding staat in schril contrast met de vrolijke, galmende elektropop die het trio maakt.

De Amsterdammers openen de derde avond van Le Guess Who?!, het Utrechtse muziekfestival dat zich richt op underground rock en elektronische muziek. Ooit was dat alleen Canadese rock, maar in de zes jaar dat het festival bestaat, heeft het zijn visie verbreed. In de afgelopen vier dagen gaven 140 acts op verschillende podia een beeld van wat komen gaat in muziekland. Van Canadese post-punk en Portugese psychedelica tot Japanse post-rock en de Nederlandse underground, waartoe ook Palmbomen behoort.

De twintigers, notoire liefhebbers van analoge apparatuur, staan als band op het podium. Met elektrische steel drums, gitaar, vintage synthesizers en drumcomputers. Er hangt sowieso een zware jarentachtig-vibe rond de band: warpy baslijntjes, galmende synths, veel gezichtsbeharing, en de heren zingen hoger dan Prince. De naam zegt het eigenlijk al. Palmbomen klinkt als strand en surfen, met een elektronische twist. Interactie met het publiek is nog een verbeterpunt, net als de abrupte overgang tussen de nummers.

Ook Mala, de Brits-Jamaicaanse dubstepproducer uit mistig Oost-Londen die daarna zijn plek achter de dj-tafel inneemt, heeft een exotisch uitstapje gemaakt. Zijn laatste album maakte de dubsteppionier met lokale muzikanten op Cuba. Een percussionist, pianist en zanger, kwam over naar Europa voor optredens als die in Tivoli. Mala’s optreden is een absoluut hoogtepunt, vooral vanwege de interactie met de live muzikanten. Hij speelt uitsluitend fragmenten van het nieuwe album: salsaritmes, af en toe zwoele Spaanstalige zang, en steeds weer die diepe bas. Het is indrukwekkend hoe hij live de geluidsfragmenten opgenomen op Cuba mixt met percussie- en pianowerk op het podium. Exotisch, met een aangenaam duister randje.

De vrijdagnacht in de Ekko stond in het teken van progressieve beatmakers. De aftrap werd gegeven door Mo Kolours, een Mauretaans-Britse producer die bekendheid kreeg toen een van zijn tracks werd gebruikt op een compilatie naast grote namen als Hudson Mohawk en Flying Lotus. Met de laatste heeft hij meer gemeen dan met de eerste. Mo Kolours maakt tegendraadse hiphopbeats met een lekker lome groove. Zijn Afrikaanse wortels hoor je terug in de lichtvoetige percussie die hij door zijn tracks heen weeft. Ook zijn stem gebruikt hij als instrument. Hij samplet geluiden en kreten en mixt die door de muziek. Het werkt bezwerend.

Daarna is het de beurt aan Koreless, een veelbelovende producer uit Glasgow, een stad die zich steeds meer ontwikkelt tot een broedplaats voor talentvolle beatmakers. Maar zijn set slaat vanavond dood. De sferische, veelal beatloze garagetracks zijn wel mooi, maar vanavond klinkt het als één langgerekt intro.

De eveneens uit Glasgow afkomstige Dam Mantle weet het publiek daarna niet meer echt mee te krijgen. Zijn set is gevarieerder dan die van zijn stadgenoot. Hij neemt elementen van techno, house en dubstep en drapeert daar subtiele soundscapes overheen. Maar ook hier geldt dat wat in de huiskamer goed overeind blijft, niet altijd werkt op de dansvloer.