Talent genoeg, nu het geld nog

De handbalsters plaatsten zich in Apeldoorn voor de play-offs van ’t WK 2013. Technisch directeur Sjors Röttger maakt zich zorgen over de gelden.

Machtige worp van Nycke Groot. Achter haar Yvette Broch. Foto Eric Brinkhorst

Geld, altijd maar dat geld. En als het om handbal in Nederland gaat, vooral gebrek aan geld. Terwijl het Nederlands vrouwenteam zich afgelopen weekeinde in Apeldoorn plaatste voor de play-offs van het WK 2013 in Servië, vreest Sjors Röttger, technisch directeur van het handbalverbond, de dag van morgen als sportkoepel NOC*NSF de verdeling van de topsportgelden voor de komende vier jaar bekend maakt. Hij acht de tijd rijp voor solidariteit, vooral van kapitaalkrachtige sporten als hockey en voetbal.

Er bereiken Röttger verontrustende signalen. Hij weet dat zijn collega Maurits Hendriks bij NOC*NSF nog meer geld wil uitgeven aan olympisch kansrijke bonden. Als het zou betekenen dat jaarlijks 22 van de beschikbare 39 miljoen euro bij zeven bonden terechtkomt, vraagt Röttger zich af wat er voor handbal resteert. „Ik zou graag zien dat er een extra potje wordt gecreëerd voor sporten die in het grijze gebied net onder de olympische kanshebbers zitten. Schraap 5 procent van die 22 miljoen af en je kunt die sporten helpen het laatste stapje te maken. Wij zijn er daar één van. Ons vrouwenteam miste de Olympische Spelen in Londen op één doelpunt. Maar over vier jaar in Rio de Janeiro willen de speelsters er pertinent bij zijn.”

Er zijn volgens Röttger sporten die zich zonder de financiële injectie van NOC*NSF goed op de Olympische Spelen kunnen voorbereiden. Van 100.000 euro minder steun per jaar zullen voetbal en hockey – „het goud hoeft geen diamant te worden” – volgens hem geen pijn lijden, maar kunnen armlastige bonden goede topsportprogramma’s draaien. Röttger zou graag zien dat die sporten een kontje krijgen om op olympisch niveau te komen.

De technisch directeur refereert aan het WK in Rusland in 2005 toen het vrouwenteam onder zijn leiding vijfde werd. „Daarna hoorden we er in de ogen van NOC*NSF plotseling bij. Dat vond ik frustrerend. Ik zei tegen de toenmalige technisch directeur Charles van Commenée: ‘Mooi, maar waar waren jullie de jaren ervoor, toen we het geld echt nodig hadden?’ Van het geld dat dankzij die vijfde plaats vrijkwam, hebben we op ons nationale sportcentrum Papendal de handbalacademie ingericht om met talenten fulltime te kunnen werken. Dat is een goede investering gebleken, want 75 procent van de huidige nationale vrouwenselectie is daarvan afkomstig.”

De olympische aanvraag van het handbalverbond bij NOC*NSF bedraagt zes miljoen euro. Alleen voor de vrouwen; de mannen zijn volgens de sportkoepel internationaal te laag gerangschikt om hoe dan ook voor steun in aanmerking te komen. In geval van een (gedeeltelijke) afwijzing heeft Röttger een plan B klaarliggen. Dan wordt het topsportprogramma geminimaliseerd en gepoogd zo veel mogelijk speelsters bij sterke buitenlandse clubs onder te brengen om niveauverlies te voorkomen. Röttger: „Ook met minder middelen willen we naar Rio.”

Bij een verlaagde uitkering komt volgens Röttger het voortbestaan van de handbalacademie wel serieus in gevaar. Dan moet er een noodplan op tafel komen om de jaarlijkse begroting van 400.000 euro rond te krijgen. Nee, aan opheffing denkt hij vooralsnog niet. „Daarvoor is het te belangrijk voor onze talentontwikkeling.”

Aan sombere vooruitzichten besteedt vrouwenbondscoach Henk Groener geen energie. Hij prefereert een optimistische instelling. „Als bondscoach moet je de topsportgedachte blijven uitdragen. We komen eraan, dát moet je uitstralen.”

Daarmee maakte Groener in Apeldoorn een begin. In de voor handbal te grote, en daarmee sfeerloze hal Omnisport presenteerde de bondscoach een vernieuwde nationale ploeg. Met een gemiddelde leeftijd van 22,5 jaar onervaren, zoals vrijdag avond bleek uit het grillige wedstrijdverloop tegen Slovenië (24-23). Oostenrijk (30-18) en Israël (47-20) waren geen partij. Maar de nieuwe generatie internationals is gretig en vooral beloftevol, zoals Nycke Groot, Jessy Kramer, Laura van der Heijden, Ailly Luciano, Estavana Polman, Danick Snelder, Yvette Broch en Martine Smeets in Apeldoorn demonstreerden.

„Deze ploeg is heel goed, anders win je niet van Slovenië”, looft Groener zijn speelsters. „We zijn nog geen wereldtop, dat kost tijd. Maar er is een sterke teamgeest; ze knokken voor elk punt en durven verantwoordelijkheid te nemen. Het is een heel prettige groep om mee te werken.”

Waarmee Groener indirect zegt dat wat hem betreft Nederlands beste handbalster, Maura Visser, niet hoeft terug te keren. Die zou een stoorzender kunnen zijn. De bondscoach heeft haar na het WK van vorig jaar in Brazilië wegens onaangepast gedrag uit de selectie gezet. Enkele verzoeningsgesprekken ten spijt is het conflict tussen die twee niet opgelost.

Groener wekt de indruk daar niet wakker van te liggen, ook al zou hij de ervaring van Visser goed kunnen gebruiken. „Ik heb mijn best gedaan. Ben zelfs naar Leipzig geweest, waar ze speelt. Maar Maura gaf aan voorlopig geen behoefte te hebben aan het Nederlands team. Dat is haar keus. Ik moet verder. Wie niet wil, telt niet meer mee.”

    • Henk Stouwdam