Stop deze aanval op internet

Regeringen willen het internet beknotten zoals dat ooit gebeurde met de drukpers, waarschuwt Vint Cerf.

Momenteel zijn er meer dan twee miljard mensen online — ongeveer eenderde van alle aardbewoners. Internet is uitgegroeid tot een belangrijke motor van de eenentwintigste-eeuwse economie. De invloed van het medium is voelbaar in elke branche, van automatisering tot de auto-industrie en van de restaurantwereld tot de retailsector. Volgens een recent onderzoek van de OESO is 13 procent van de totale omzet van het Amerikaanse bedrijfsleven afkomstig van internet.

Sinds Gutenberg de drukpers uitvond en Alexander Graham Bell de telefoon is er geen uitvinding geweest die de mensheid zoveel mogelijkheden en kansen biedt.

Dit vrije en open internet wordt nu bedreigd. Van de 72 landen waarnaar het Open Net Initiative onderzoek heeft gedaan, houden zo’n 42 landen zich bezig met het filteren en censureren van internetcontent. En dan zijn hardnekkige schenders van de internetvrijheid zoals Noord-Korea en Cuba niet meegeteld. De afgelopen twee jaar hebben overheden negentien nieuwe wetten ingevoerd die de vrije meningsuiting op internet op losse schroeven zetten.

Een aantal van deze regeringen probeert nu om hun repressieve plannen door te drukken tijdens een vergadering achter gesloten deuren van de Internationale Telecommunicatie-unie (ITU), die vandaag in Dubai van start gaat. Deze regeringen zijn eraan gewend om controle op de media uit te oefenen en zijn bang dat ze hun grip zullen verliezen door een vrij en open internet. Ze maken zich zorgen over de verspreiding van afwijkende ideeën. Ze zijn boos dat mensen internet gebruiken om kritiek op hun bewind te uiten.

De ITU brengt toezichthouders uit alle delen van de wereld samen om opnieuw te onderhandelen over een tientallen jaren oud verdrag dat louter betrekking heeft op telecommunicatie en niet op internet. Een aantal voorstellen van deelnemende landen zou ertoe kunnen leiden dat overheden hun censuur kunnen rechtvaardigen of zelfs de toegang tot internet blokkeren in het kader van wijzigingen van de International Telecommunications Regulations (ITR’s).

Volgens de berichten zal een aantal autoritaire regimes het voorstel doen om de anonimiteit op internet op te heffen, zodat het makkelijker voor hen wordt om dissidenten op te sporen en te arresteren. Andere regeringen hebben voorgesteld om de verantwoordelijkheid voor het beheer van domeinnamen en internetadressen van het bedrijfsleven over te hevelen naar de Verenigde Naties. Dan zijn er ook nog voorstellen om aanbieders van internetcontent, klein of groot, een soort van douaneheffing te laten betalen als ze gebruikers over de landsgrenzen willen bereiken.

De knappe koppen die vanuit hun garagebox de volgende YouTube, Facebook of Skype proberen te worden, zullen hierdoor worden geconfronteerd met vrijwel onoverwinbare financiële hindernissen. Hun initiatieven zullen daarmee in de kiem worden gesmoord.

Voor de duidelijkheid: we bepleiten geen afschaffing van de ITU. Dit agentschap van de Verenigde Naties heeft de wereld geholpen met het beheer van radiofrequenties en vaste en draadloze telefoonnetwerken. Bovendien heeft het bijgedragen aan broodnodige investeringen in de infrastructuur van ontwikkelingslanden.

Dit intergouvernementele agentschap is echter de verkeerde instantie om beslissingen te nemen over de toekomst van internet. Alleen overheden hebben zeggenschap binnen de ITU. En daaronder bevinden zich regeringen die allerminst een voorstander zijn van een vrij en open internet. De technici, bedrijven en mensen die internet vormgeven en gebruiken, hebben geen mogelijkheid om hun stem te laten horen.

Een model waarbij meerdere partijen betrokken worden bij de ontwikkeling van internetbeleid is de enige juiste weg. Transparantie en openheid vormen de sleutel tot weloverwogen beleid. Burgers en andere betrokkenen krijgen echter geen inzage in de voorstellen voor het wijzigen van de internationale telecommunicatierichtlijnen. Het overleg hierover vindt in Dubai achter gesloten deuren plaats. We zien dit als een ernstige tekortkoming en zijn van mening dat deze aanpak een doordacht beleid in de weg zit.

Bij Google zien en voelen we de gevolgen van de aanval die regeringen op internet hebben ingezet. We zijn wereldwijd actief in zo’n 150 landen. Onze diensten, zoals onze zoekmachine, YouTube, Blogger, Gmail en Google Maps, zijn op enig moment in meer dan 30 landen tijdelijk of permanent geblokkeerd.

We zijn niet de enigen die ons hiertegen verzetten. Gebruikers, experts en organisaties uit alle delen van de wereld spreken zich uit tegen regeringen die hun regulering van internet proberen te rechtvaardigen op basis van de regels van de ITU. Deze protesten zijn niet alleen afkomstig uit westerse landen, maar ook van Afrikaanse internetleiders zoals Kenia en Noord-Afrikaanse internetbakens zoals Tunesië.

Hoewel sommige regeringen beweren dat er nieuwe, wereldwijde regels voor internet nodig zijn om de uitrol daarvan naar ontwikkelingslanden te versnellen, heeft de huidige marktgedreven aanpak naar onze mening de beste papieren om de enorme groei van internet te ondervangen. Er worden breedbanddiensten uitgerold. Internetstoringen zijn en blijven schaars.

Binnen een paar jaar zal internet naar verwachting vier miljard gebruikers bedienen. Dat is meer dan de helft van alle mensen op aarde. De bottom-upaanpak, informele relaties en wederkerigheid tussen de verschillende betrokken partijen hebben gezorgd voor deze groei en maken een diversiteit aan businessmodellen mogelijk. De essentiële technische standaarden die door de Internet Engineering Task Force en het World Wide Web Consortium in het leven zijn geroepen, staan garant voor interoperabiliteit.

Een door overheden gereguleerd systeem is niet alleen onnodig, maar zal bijna altijd de kosten en tarieven opdrijven en een remmende werking uitoefenen op de snelle en organische groei van het internet.

De toekomst van internet is verre van zeker en de geschiedenis biedt genoeg redenen om op onze hoede te zijn. Al een paar decennia na de uitvinding van Gutenberg besloten vorsten en geestelijken om de vrijheid van drukpers in te perken. De geschiedenis staat bol van voorbeelden van regeringen die maatregelen troffen om burgers te ‘beschermen’ door de toegang tot informatie te reguleren en de vrijheid van meningsuiting te beknotten, samen met andere vrijheden die in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zijn opgenomen. We moeten er samen voor zorgen dat het internet geen vergelijkbaar lot wacht.

Vinton Cerf (69) is een van de grondleggers van het internet. Hij is bij Google in dienst als de ‘Chief Internet Evangelist’.

    • Vinton Cerf