Seniorenbashing

Oudere echtparen lezen elkaar vaak berichten uit de krant voor die hen in een zekere staat van opwinding gebracht hebben; doorgaans wordt de opwinding tijdens het voorlezen nóg groter. Als je het samen goed organiseert, hoef je op die manier zelf nog maar de helft van de krant te lezen. Je geeft elkaar ieder een paar katernen en de uitwisseling kan beginnen.

„Moet je nou eens horen…”

„Ik lees net dat…”

Bij ons gebeurde dat zaterdag met het scherpe opiniestuk in deze krant van Frank Ankersmit, Arthur van Essen en Jaap den Hollander. „Het lijkt zowaar een trend te worden in NRC Handelsblad: seniorenbashing”, schreven ze. „En dat terwijl het vooral senioren zijn die deze krant overeind houden. Hoe dom kun je zijn?” Ze leverden, als goede wetenschappers, er ook voorbeelden bij, zoals een artikel waarin de ouderenzorg een ‘seniorenfeestje’ werd genoemd.

„Groot gelijk…”, riep mijn vrouw al toen ik nog pas halverwege het artikel was, „ik heb me er ook aan geërgerd, maar ik signaleer die bashing in vrijwel alle media, niet alleen bij jullie.” „Overdrijf je nou niet”, wierp ik nog tegen, want de media zijn mij soms nader dan de rok – per slot van rekening hebben ze altijd in mijn levensonderhoud voorzien.

„Helemaal niet”, zei ze, „want ze vergeten altijd dat de ouderen van nu het vroeger doorgaans veel minder breed hebben gehad dan de jongeren van nu. Toen ze opgroeiden, en ook toen ze aan het werk gingen. Ik kom nog wel eens oude loonstrookjes van ons tegen – nou, dat was geen vetpot. Jonge mensen gaan nu twee, drie keer per jaar op vakantie, rijden in goede auto’s rond, beschikken over de nieuwste elektronische snufjes. En dat de ouderen van nu allemaal zulke geweldige pensioenen hebben – het is een mythe. Ik ken genoeg gepensioneerde mensen die moeite hebben om rond te komen.”„Maar jongeren van nu krijgen moeilijk een vaste baan en kunnen straks makkelijker ontslagen worden”, zei ik.„Als je baas vroeger de pest aan je had, werd je ook ontslagen.”

Tijd om over te gaan naar een ander onderwerp uit de krant: het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) dat onder een andere naam – het Landelijk Schakelpunt – weer stiekem mag opbloeien.

„Daar brachten jullie wél uitstekende stukken over”, zei mijn vrouw, „vooral jullie afwijzende hoofdredactionele commentaar.” Ze kende het inmiddels roemruchte zinnetje aan het slot uit het hoofd: „Wij adviseren u te weigeren.” Ze voegde eraan toe: „Heel goed. Ook een krant moet z’n nek durven uitsteken.”

Ik zette voorzichtig uiteen dat ik nou juist op dit punt onder de nodige twijfels gebukt ging. Niet dat ik sympathie had voor dat EPD, maar stel nou eens dat er ook voordelen aan verbonden waren, dat je bijvoorbeeld nog net van een wisse dood gered kon worden doordat de chirurg, staande aan de snijtafel en het lancet al geheven, op het nippertje nog ontbrekende informatie kon krijgen en… „Allemaal theorie”, interrumpeerde mijn vrouw. „De NRC mag het hopen”, zei ik. „Want als er wél iets van waar is, zou dat kunnen betekenen dat duizenden NRC-lezers eerder zullen sterven omdat ze zo onverstandig waren om, daartoe aangespoord door hun krant, af te zien van deelname aan het EPD.”

„Ik vind het érg ver gezocht”, zei ze.

„Je zou het ook een dodelijke vorm van seniorenbashing kunnen noemen”, volhardde ik. „En van abonneeverlies.”