Schelden op Ronaldo in El Chiscón

Real, tegenstander van Ajax morgenavond, won zaterdag de Madrileense derby. Schrale troost voor Atlético-fans: Real staat lager op de ranglijst.

Xabi Alonso (lijnks) van Real Madrid in duel met Gabi Fernandez van Atlético Madrid. Foto Reuters

„We hadden ze een geweldige morele klap kunnen uitdelen”, zegt Fernando ‘Nano’ García met spijt in zijn stem. Terwijl hij het laatste bodempje bier uit zijn glas achterover slaat, beginnen kroegbezoekers hun jassen aan te trekken. De televisieschermen boven hun hoofd tonen de blessuretijd van de wedstrijd Atlético-Real. De Madrileense derby eindigt dit jaar zoals hij al dertien jaar op rij eindigt: zonder winst voor Atlético.

Dit terwijl de colchoneros, zoals de fans van ‘Atleti’ zichzelf noemen, dit jaar zulke goede hoop hadden. Hun stadgenoot Real is dit seizoen in slechte doen: in veertien speelrondes verspeelde de ‘Koninklijke’ liefst dertien punten. Atlético staat na Barcelona tweede in de Primera Division. Ruim voor grote broer Real, waar het intern steeds meer rommelt.

Het belang van stadsderby’s is ook in Spanje groot. De rivaliteit tussen clubs uit één stad overstijgt met gemak die tussen aartsvijanden Barça en Real. Atlético-fans juichen tijdens El clásico voor de Catalanen. Een fan van Espanyol (de tweede club van Barcelona) hoopt juist dat Real wint. „De derby is voor ons de belangrijkste wedstrijd van het seizoen”, zegt fan David.

De colchoneros vierden hun laatste zege op Real in oktober 1999. Een ander tijdperk. Spanje had de peseta nog. De wereld maakte zich druk om de millenniumbug Y2K. De huidige Real-coach José Mourinho was nog assistent van Louis van Gaal, bij Barça. En in de voorhoede van Atlético speelde de Nederlander Jerrel Hasselbaink.

In El Chiscón de la Ribera, een café tegenover het Atlético-stadion Vicente Calderon, zijn de verwachtingen hooggespannen als zaterdagavond om tien uur wordt afgetrapt. De kroeg is afgeladen met fans: de kinderen in hun rood-witte trainingspak, de volwassenen in het shirt van de club of met een sjaaltje om. De fans drinken zich in hoog tempo moed in. De broodjes met tortilla en varkenslapjes vliegen de keuken uit.

Er wordt gescholden, vooral op Cristiano Ronaldo en de scheidsrechter. Zeker als de sterspeler van Real Madrid na een kwartier uit een vrije trap de openingstreffer maakt. Uit tientallen kelen klinkt dat Ronaldo’s moeder hetzelfde, eeuwenoude beroep uitoefent als de moeder van de arbiter.

De slachtofferrol ligt de fans van Atlético. Real, dat is van oudsher de club van de pijos, de kakkers uit het noordelijke stadscentrum met hun stadion Bernabéu langs de chique Paseo de Castellana. Dat van Atlético ligt in het armere zuiden van de hoofdstad, net binnen de ring. Hoewel beide clubs allang fans uit alle lagen van de maatschappij trekken, koesteren Atlético-fans de idylle dat alles en iedereen tegen hun arme clubje samenspant.

De moppen die de colchoneros onderling tappen, getuigen ervan. „Komt een jongetje een sportwinkel binnen die vraagt om een tenue van Real. Vraagt de verkoper: wil je er een van een speler, de keeper of de arbiter?” En: „Wat is de overeenkomst tussen de koninklijke familie en Real Madrid? Ze leven allebei op rozen, maar eigenlijk zijn het domme pummels.”

In een poging op dit sentiment in te spelen, komt de impopulaire clubleiding van Atlético met een stunt. Op de wedstrijddag wordt het Vicente Calderon opengesteld om de laatste training van het team te volgen – gratis. Dit omdat kaartjes voor het duel met Real zo duur zijn, dat veel fans ’s avonds verstek moeten laten gaan. Ruim 20.000 fans komen de spelers ’s middags toejuichen in het eigen stadion.

„Van oudsher zijn wij meer de volksclub, maar inmiddels heb je bij ons ook mensen met veel geld rondlopen”, vertelt Alberto Cruz in de rust van de wedstrijd. „Zelfs bij Rayo lopen tegenwoordig kakkers rond.” Hij doelt op Rayo Vallecano, uit de zuidelijke arbeiderswijk Vallecas. Deze vereniging geldt als de meest volkse volksclub van Madrid, mede dankzij de ultralinkse harde supporterskern die met vlaggen van Che Guevara naar het stadion komt.

Fan García vertelt aan het eind van de, overigens weinig aantrekkelijke, wedstrijd (2-0) dat het verdriet dit jaar meevalt. Ondanks de hoge verwachtingen. „Bij andere derby’s stond de halve kroeg na afloop te janken.” Ook na deze nederlaag heeft Atlético nog altijd vijf punten voorsprong op Real. „Zoals we vandaag speelden worden we geen kampioen. Maar we kunnen wel boven Real eindigen. En dat is misschien nog wel meer waard.”

    • Merijn de Waal