Privacy is het probleem niet

Nog even. Eén keer. Dan houd ik er over op. Als ik blijf schrijven over technologie en bestuur zegt u de krant op en gaat u iets leukers lezen.

Het punt was dat de Verenigde Arabische Emiraten belden. Ze zeiden niet veel, ze ademden en hingen meteen op. Uit nieuwsgierigheid stopte ik hun telefoonnummer, 009712179508, in een zoekmachine en toen zag ik dat ze iedereen al gebeld hadden. Het ging ze om wachtwoorden voor internettoegang. Ik las dat ene Henrik een week geleden had getwitterd: ‘Pas op! Oplichters actief in Genemuiden. Bellen met een buitenlands nummer 009712179508. Vertellen dat je computer problemen heeft!’ Och, Henrik toch. Ze zijn niet alleen actief in Genemuiden.

Het tweede wat gebeurde was dat ik elektronische post kreeg naar aanleiding van mijn herhaalde oproep een rechtsstaat te vestigen in de digitale ruimte. ‘Dan zouden we een mondiale staat op het internet moeten oprichten, en dan zouden alle burgers onder toezicht komen’, wierp men mij tegen. Kennelijk krijgen mensen bij het begrip rechtsstaat meteen associaties met politiecontrole, veiligheid op straat en het registreren van burgers, merkte ik. Iets politiestaterigs. Iets waardoor we de boeven van 009712179508 achter de tralies krijgen, maar zelf tegelijk ook onze vlinderachtige natuur verliezen.

Dat was niet wat ik had bedoeld, natuurlijk. Ik ga geen mondiale staat vestigen; die is ook niet nodig om mondiale rechten te hebben. Ik gebruikte het begrip ‘rechtsstaat’ metaforisch: ik denk dat we met spoed rechtsstatelijker moeten gaan denken over ons leven op het internet. Een rechtsstaat doet dan juist precies het tegenovergestelde dan het nodeloos lastigvallen van burgers. In een rechtsstaat is de macht onderworpen aan het recht. Van de weeromstuit heeft het individu rechten tegenover de macht.

Als ik zeg dat we op het zojuist ontdekte continent van het internet een rechtsstaat moeten vestigen, zeg ik dus alleen maar dat wij burgers als de donder onze rechten moeten opeisen tegenover de machten en overheden op dat continent. Sommige van die rechten zijn al geformuleerd. Ze zijn zelfs mondiaal en universeel geformuleerd. De mensenrechten bijvoorbeeld: menselijke waardigheid, de integriteit van het menselijk lichaam, recht op een persoonlijke levenssfeer. Laten we ervoor zorgen dat die rechten de grondslag vormen voor de inrichting van de digitale ruimte!

Ten slotte gebeurde er nog dit. Ik kreeg verbaasde vragen over mensverbetertechnieken, want ik had met enige zorg geschreven over werkgevers en ouders die aan het menselijk lichaam knutselen om efficiëntere werknemers en kinderen te krijgen. Had ik het niet over mijn eigen geknutsel moeten hebben, vroegen deze en gene. Ik verbeter me toch ook met medische technieken? Mijn antwoord was al even verbaasd. Ik heb me lichamelijk weliswaar van een vrouw in een man veranderd. Maar als gentleman kun je dat toch moeilijk een verbetering noemen.

Goed, al deze dingen lagen dus op mijn bureau. Computercriminaliteit, de digitale rechtsstaat en de mensverbetering. En plotseling zag ik orde in deze chaos. Opeens begreep ik wat we fout doen in de discussie over DNA-opslag, Elektronisch Patiënten Dossier en zo. We hebben het steeds over privacy. En het gaat helemaal niet om privacy! Het gaat niet om de vraag hoe erg het is als iedereen alles van ons weet. Het gaat om macht. Om zeggenschap. Om de vraag wie de baas is over de samenleving en ons private leven.

Mensverbetering en digitalisering zijn op zich prachtige en sublieme ontwikkelingen. Je kunt je leven ermee verrijken. Minder prachtig is de macht die overheden ermee in handen krijgen. Mij baart daarom niet allereerst de inbreuk op privacy zorgen, maar de mogelijkheid om aan onze toegang tot publieke diensten en middelen steeds strengere voorwaarden te stellen. De reële dreiging dat toegang tot onderwijs of studiefinanciering afhankelijk wordt van je gebruik van concentratieverbeteraars. Dat de toegang tot de snelweg afhankelijk wordt van je productiviteit: alleen als je hard werkt mag je de weg nog op.

Het duurt beslist niet lang meer of je krijgt alleen nog toegang tot de zorg als je bereid bent een smart pil te slikken. Vanuit je lichaam stuurt die gegevens over je hartslag, je bloeddruk en je hele innerlijke huishouding naar je EPD. Slik je hem niet, dan vergoedt de verzekering je behandeling niet en wordt het artsen verboden je te helpen, zoals het artsen al eerder werd verboden buiten het systeem van Diagnose Behandeling Combinaties om te werken. Is dit een kwestie van privacy, van niet willen dat iedereen weet hoe hoog je bloeddruk is? Welnee, het is een voorbeeld van toenemende dwang door overheid en bedrijfsleven en afnemend recht op zelfbeschikking door arts en patiënt.

De kleine krabbelaars uit de Verenigde Arabische Emiraten zijn wel ons minste probleem. Het grootste probleem zijn wij zelf. Terwijl overheden met steeds meer techniek en bestuursvormen hun macht vergroten, eisen we als burgers onze rechten en zeggenschap niet op. Wat te doen? Een rechtsstaat vestigen in de digitale ruimte! En nu houd ik er over op.

Maxim Februari is filosoof en schrijver.