Piraten vang je aan de kust, niet op zee

De Nederlandse marine bestrijdt de piraterij rond Afrika met succes. Haar geheim: informatie inwinnen bij de lokale bevolking.

Mumbai. Het amfibisch troepentransportschip* Hr. Ms. Rotterdam keert volgende maand terug naar Nederland. Deze week sloeg het in de Indiase havenstad Mumbai voorraad in voor de laatste etappe van zijn vijf maanden durende missie tegen piraterij rond de Hoorn van Afrika. De NAVO-operatie, Ocean Shield, staat onder commando van de Nederlandse commandeur Ben Bekkering. Hij noemt de operatie nu al een succes.

Waarom?

„Dit jaar is de piraterij voor het eerst gekrompen. Ik ben op 7 juni aangetreden. De laatste nieuwe kaping vond plaats op 10 mei en daarna waren er twee mislukte aanvallen. Dat is weinig. In totaal zijn door de internationale gemeenschap zeven piratengroepen opgepakt, vier daarvan door Nederlandse schepen: drie door de Rotterdam, één door het fregat Evertsen. Voor het eerst konden al die groepen worden overgedragen aan autoriteiten voor berechting. Wannabe piraten zien nu: Ahmed komt niet terug, die zit in de gevangenis.”

Wat is uw tactiek?

„Omdat andere landen succesvol konvooien begeleiden, konden wij dicht onder de kust kruipen. We hebben een heleboel vissersschepen bezocht om informatie in te winnen. Vissers hebben een hekel aan piraten, die hun schepen inpikken om van daaruit aanvallen uit te voeren. De bevolking moet weten dat de grote grijze schepen niet zijn gekomen om hen te beschieten.”

Een nieuwe methode, ingebracht door de Nederlanders?

„We hebben het twee jaar geleden geprobeerd te introduceren met Harer Majesteits Johan de Witt. Nu ben ik hier in een positie met meer invloed en slaat het aan. De Denen en Amerikanen uit onze taskforce doen enthousiast mee. Iedereen is geïnteresseerd. Ook de Indiërs en de Chinezen wilden weten hoe we het doen.”

„Eerst hebben we gesproken met 37 dorpsoudsten van de dorpen langs de kust. We hebben ze opgehaald met onze landingsvaartuigen, want wij mogen het land niet op. Daarna heb ik elf ontmoetingen gehad met notabelen uit kustdorpjes waarvan we wisten dat er piraten kwamen. De burgemeester, de imam, de politieagent. We hielden ook vijf medische spreekuren op onze landingsboten en zagen vierhonderd patiënten. Waar we voor de tweede keer kwamen, kwamen de vrouwen en kinderen. Niet meer alleen de kerels, om te controleren wat we deden. Het vertrouwen groeit.”

Het lijkt een drijvende versie van de Afghaanse Provinciale Reconstructieteams. Heeft u daar inspiratie opgedaan?

„Ik ben nooit in Afghanistan geweest. Onze missie is piraterij bestrijden. Dat kan door te tonen dat de veiligheid die wij op zee bieden zich uitstrekt tot de bevolking. Vanuit Nederland werd terecht gevraagd: heb je overlegd met hulporganisaties op het land? Maar in de kuststrook waar wij geweest zijn, zitten die niet.”

Wat leert u van de kustbezoeken?

„Dat de bevolking de piraten zat is. Hele dorpen worden meegezogen. Toen ik in Bandar Murcayo voor het eerst de dorpsoudsten sprak, was het: ‘Piraten? Nee.’ Terwijl wij wisten dat vanaf een gekaapt schip een bootje heen en weer voer. Bij het derde gesprek gaven ze toe: ze kopen eten bij ons. Piraten kopen alles op de pof, ze zijn gewapend. Wie weigert hun wat? In een ander dorp waren de mensen trots dat ze de piraten eruit hadden gekregen. Vaak wordt gezegd: ze komen niet van hier, we kennen ze niet. Dat blijkt doorgaans te kloppen als we ze oppakken.”