Koeien sterven in de dichte Londense ‘fog’

Het Algemeen Handelsblad en de Nieuwe Rotterdamse Courant hadden zestig jaar geleden niet meteen de ernst van de situatie door. Beide kranten schreven weliswaar op maandag 8 december 1952 over de uitzonderlijk dichte mist die heel West- en Midden-Europa al dagen teisterde, maar ze hadden vooral oog voor de verkeershinder.

‘Ongekend dichte mist blinddoekt verkeer in groot deel van West-Europa’ kopte het Handelsblad en de NRC schreef in de onderkop van zijn openingsbericht: ‘Verkeer ondervond moeilijkheden op tal van plaatsen’.

Het Handelsblad liet zich verleiden tot een poëtische beschrijving. De krant legt uit dat in Amsterdam zondag de zon nog scheen, „maar toen de dagvorstin ter kimme was gedaald, liep de wereld ‘plotseling vol’.” Verder is de mist voor beide kranten vooral een reeks hinderlijke gebeurtenissen, van stagnerende treinen tot stilgelegd vliegverkeer.

Toch bleek uit twee kleine berichten in het Handelsblad dat dit geen gewone mist was. De krant kopte op maandag dat koeien door gebrek aan zuurstof „in de Londense ‘fog’ sterven”. In het bericht staat: „De mist drong in de huizen en enkele uren na het afwassen kon men borden en tafelgerei al niet meer gebruiken doordat er zich allerlei stof uit de vieze mist op heeft afgezet”.

Een dag later meldt het Handelsblad ook nog dat in het Londense theater Sadler’s Well een uitvoering van de opera La Traviata na de eerste acte was gestaakt omdat het publiek het podium niet meer kon zien.

Hoe ernstig de gevolgen van de mist waren, bleek pas achteraf. De bevolking van Londen deed wat het altijd deed als begin december de kou toesloeg: de kolenkachels aan en flink stoken. Dat leidde weliswaar regelmatig tot smogvorming, maar meestal werd de gevaarlijke mix van roet en zwaveldamp die boven Londen hing voldoende weggeblazen om de grootste problemen te voorkomen.

Deze keer was de situatie anders. Het grote hogedrukgebied dat sinds 5 december boven Europa hing verschoof nauwelijks, het was koud en dagenlang windstil, waardoor de roet niet weg kon. Toen de mist was opgetrokken bleken 4.000 mensen, vooral ouderen en mensen met longproblemen, te zijn gestorven. In de weken daarna meldden ziekenhuizen nog eens 8.000 extra sterfgevallen. Milieuwetten, aangenomen in 1956, moesten een herhaling van de ‘Great Smog’ voorkomen. De milieubeweging was geboren.