J.R. Moehringer

Het lijkt alsof de boekverkopers die bij De Wereld Draait Door maandelijks hun favoriete titel mogen presenteren, bezig zijn met een experimentje. Ze kiezen bewust geen boeken waarvan de bestsellerstatus wel te voorspellen is. Dus kozen ze vorige maand niet voor Tommy Wierenga of Oek de Jong, want ‘we hebben onze eigen pareltjes gevonden’, stelden ze vast. De keuze viel op Havik van Marco Kamphuis. Dat boek haalde de bestsellerslijst niet, maar inmiddels is er een nieuwe maand. De boekhandelaren kozen ervoor om nu J.R. Moehringers historische roman De spiegelwereld van Willie Sutton (De Geus, € 22,50) naar voren te duwen in de publieke aandacht. Terecht, want De spiegelwereld... is geestig, fijn en vlot geschreven. Moehringer schreef eerder The Tender Bar, een memoir over opgroeien in een kroeg. Bekender werd hij als ghostwriter van de memoires van André Agassi.

Willie Sutton (1901-1980) was een legendarische bankrover met een menselijk randje, een lezer bovendien. Dat laatste toont Moehringer door Sutton af en toe wat oneliners in de mond te leggen. Zo zegt hij tegen een verslaggever en een fotograaf de dag na zijn vrijlating wanneer hij vertelt over zijn grote liefde: ‘Wisten jullie dat Socrates heeft gezegd dat we houden van wat we ontberen? Of wat we menen te ontberen?’

Het boek mag dus gebaseerd zijn op de werkelijkheid, een biografie is dit zeker niet. Er was te weinig materiaal, legt Moehringer in het voorwoord uit, en het interview de dag na de vrijlating was vlak en saai. Moehringer wilde zijn personage kleurrijker maken dan op basis van de bekende gegevens verantwoord zou zijn geweest. Maar er is nog een andere reden dat hij méér wilde dan alleen reconstrueren. Sutton is namelijk ideaal om de tijdgeest weer te geven: ‘in een tijd dat de banken de wereld omver gooien, is het interessant om het perspectief van de bankrover te kiezen. En bovendien eentje die het systeem altijd te slim af was en toch een air van onschuld wist te behouden. Gewonden maakte hij niet, een wapen had hij niet – en toch wist hij uit streng bewaakte gevangenissen te ontsnappen. Een held’, legde Moehringer in een interview uit.

En inderdaad, de banken krijgen in dit boek genadeloos de schuld van elke crisis: ze namen onaanvaardbare risico’s waardoor de mensen hun huis kwijtraakten, werden zelf rijk en destabiliseerden de maatschappij. ‘Maar zijn de bankiers daarvoor opgepakt? Mooi niet, die zijn alleen maar rijker geworden. Ja, de regering beloofde wel dat het niet meer zou gebeuren. Nou mooi dat het wél is gebeurd?’ Het klinkt vertrouwd, maar het verhaal speelt zich toch echt af begin en midden van de vorige eeuw. En wanneer Sutton banken berooft ‘omdat daar het geld zit’, zou dat een paar jaar geleden geklonken hebben als absurde drogredenering. Maar nu klinkt het eerder als de strijdkreet van een Occupyer.