Het Europese egeltje

De brief met de opvatting over de toekomst van de economische en monetaire unie die maar liefst vier ministers afgelopen vrijdag naar de Tweede Kamer stuurden, tempert het optimisme over de pro-Europese instelling van het nieuwe kabinet. De houding van Rutte II (VVD/PvdA) ten aanzien van een meer gecoördineerde en geïntegreerde Europese economische politiek wijkt maar weinig af van Rutte I (VVD/CDA). Nederland blijft op de rem staan als het nauwere samenwerking betreft.

Dat is een gemiste kans. Natuurlijk is het goed als het kabinet kritisch kijkt naar de afzonderlijke integratieplannen van voorzitter Barroso van de Europese Commissie en diens collega Van Rompuy van de Europese Raad van regeringsleiders. Maar voor de invloed op de besluitvorming zou het aanmerkelijk productiever zijn geweest als het nieuwe kabinet de gelegenheid had aangegrepen om de ‘nee tenzij’ houding van de afgelopen twee jaar te vervangen door een ‘ja mits’ houding.

Een dergelijke instelling zou het kabinet ook veel schade in eigen land kunnen besparen. Het beeld van de voorbije periode was dat van een minister-president die telkenmale met het nodige aplomb aangaf niet te zullen toegeven aan Brussel, om enige tijd later toch akkoord te gaan. Dit gebeurde ook vorige week, toen Nederland alsnog akkoord ging met extra financiële steun aan Griekenland. Eerder was er het geharnaste ‘nee’ van de premier tegen een Europese bankenunie, waarmee hij inmiddels ook geclausuleerd instemt.

Eind volgende week zullen de regeringsleiders van de 27 lidstaten van de Europese Unie verder praten over het overwinnen van de huidige crisis en maatregelen om deze in de toekomst voorkomen.

In de kern gaat het om de wijze waarop Europa gezamenlijk wordt bestuurd. Want als de crisis iets heeft duidelijk gemaakt, is het wel dat een muntunie niet kan bestaan zonder een zekere vorm van een politieke unie. Daarbij draait alles om de vraag hoe ver die politieke unie kan ingrijpen in de bevoegdheden van individuele lidstaten.

Het kabinet kiest, getuige de brief aan de Tweede Kamer, voor de minimale variant. Zo zou de overdracht van bevoegdheden alleen moeten gelden voor de landen die zich niet aan de begrotingsafspraken houden. Op die manier wordt het in de sfeer van sancties getroffen, terwijl Europees gecoördineerd beleid beter kan worden beschouwd als vorm van krachtenbundeling.

Het ene is defensief; het andere offensief. Het nieuwe kabinet had beter kunnen kiezen voor de offensieve lijn. Want met de snelle opkomst van economische en dus politieke grootmachten elders in de wereld is Europa niet het probleem, maar uiteindelijk de oplossing.