Hard oordeel over toezicht op Amarantis

Het toezicht op de gevallen onderwijsgroep Amarantis schoot op alle niveaus tekort. Dat concludeert de Commissie onderzoek financiële problematiek Amarantis in het rapport dat vandaag is aangeboden aan minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA).

De minister kondigde in een eerste reactie aan de ze gaat kijken hoe de overheid haar toezicht kan verscherpen. Ook laat ze onderzoek doen naar mogelijke zelfverrijking binnen de top van Amarantis.

Amarantis, een fusieschool met meer dan 30.000 leerlingen, werd deze zomer opgesplitst omdat de instelling in zware financiële problemen verkeerde. Deze situatie bleef lang verdoezeld doordat het college van bestuur van de school „de maximale ruimte opzocht” om in de jaarstukken de solvabiliteit, de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen, „op het gewenste peil te presenteren”. Het college deed dit met goedkeuring van accountant Deloitte, die alle jaarrekeningen goedkeurde.

Toen begin dit jaar de financiële situatie acuut verslechterde bleek 132 miljoen euro nodig om de school te redden. Dat kwam vooral doordat het concern te veel en te dure gebouwen had, waaronder het hoofdkantoor met een jaarhuur van 450.000 euro. Er was 211.000 vierkante meter ruimte nodig, terwijl Amarantis 311.000 vierkante meter bezat.

De raad van toezicht heeft geprobeerd het falende college van bestuur bij te sturen, maar is daarin „onvoldoende effectief” geweest, aldus de commissie. Het lijkt erop dat de raad niet „doordrongen was van de urgentie en de aard van de problematiek”.

De commissie heeft ook kritiek op de externe toezichthouders van Amarantis: de accountant, de onderwijsinspectie en het ministerie van Onderwijs. Deloitte hanteerde zeer beperkte criteria bij het keuren van de jaarcijfers, waarmee vooral het korte termijnbelang van het bestuur was gediend. „In relatie tot de continuïteit van de instelling” had Deloitte „scherpere eisen” moeten stellen.

Bij de onderwijsinspectie kwamen signalen dat het mis ging bij Amarantis laat binnen, soms tot anderhalf jaar nadat de bestuurders van de school er zelf van wisten. Het verscherpte toezicht waartoe de inspectie besloot, stelde weinig voor en was niet voldoende afgestemd „op de aard en ernst van de problematiek”.

Het ministerie verschool zich volgens de commissie te veel achter het feit dat de overheid slechts ‘stelselverantwoordelijkheid’ heeft en zich daarom niet met individuele scholen bemoeit. „Dit mag geen excuus zijn”, aldus de commissie, „ voor het feit dat op het ministerie onvoldoende kennis aanwezig was over de feitelijke gang van zaken op Amarantis”.