Haal Stapel terug in de schijnwerpers. Zijn demonen zijn onze demonen

Diederik Stapel is hard genoeg gestraft. Ontslag, schandpaal, uitsluiting. Met zijn boek Ontsporing probeert hij weer onder de mensen te komen. Die ruimte hoeven we hem niet te gunnen, maar we doen er goed aan hem die wel te geven. Niets is leerzamer dan een sociaalpsycholoog die verhaalt over hoe hij zijn kennis ten kwade aanwendde.

Ontsporing (Prometheus, november 2012) is interessant omdat het weerzinwekkend is. Wat aangekondigd werd als een bundeling schuldbewuste dagboekaantekeningen, blijkt een geraffineerd in elkaar gedraaide autobiografie. Tot in detail vertelt het Zondagskind, zoals hij zichzelf noemt, over zijn onbezorgde jeugd, het jaar aan een Amerikaanse universiteit, zijn passie voor toneel en hoe goed hij als adolescent de wereld al wist te doorgronden. Dit alles omlijst met beschouwingen over de cultuur van de jaren tachtig. Een goed uitgevoerde, maar uiterst misplaatste exercitie.

Boetedoeningen die van geen betekenis zijn

Misplaatst, omdat hij oreert als een oud-president die zijn memoires verkondigt. Hij zou te labiel zijn voor “nieuwszoekende interviews” en discussieprogramma’s als Pauw en Witteman, maar dat staat haaks op de geestdrift waarmee hij in korte tijd een 315 pagina’s tellend boek heeft geproduceerd. Hier is geen auteur aan het woord die zich in een hoekje de ogen uit zijn kop schaamt, maar iemand die zich heeft berust in zijn ontmaskering als fraudeur en als ervaringsdeskundige schaamteloos naar een tweede leven solliciteert.

Misplaatst, omdat de boetedoeningen in dat licht van generlei betekenis zijn. Stapel maakt van de gelegenheid - een schandaal van ongekende omvang - gebruik om zichzelf te herpositioneren als persoon waar anderen ontzag voor moeten hebben. Hij doet meer zijn best om intellect, kennis en observerend vermogen te etaleren dan om de hufter in hemzelf te zoeken. Het is alsof psycholoog Diederik Stapel de patiënt Diederik Stapel telkens de ruimte geeft om te vertellen waarin hij wel deugt. Als je als lezer even niet oplet, krijg je zelfs ontzag voor de tragische doch vernuftige manier waarop hij alibi’s construeerde. Zelden voelt een boek zo smerig aan. En wat betekent spijt eigenlijk als je nog geen cent hebt terugbetaald van de aan verzonnen onderzoek bestede subsidietonnen?

Misplaatst, omdat nota bene hij het waagt om zijn vakgebied en collega’s de maat te nemen. Hij is wel de laatste van wie we willen horen dat veel proefschriften onder de maat zijn door “financiële prikkels”. En al helemaal de laatste die een interessante en nuttige wetenschap door het slijk mag halen, zoals hij op bladzijde 180 doet: “Sociale psychologie is flauwekul, een verzameling nepfeitjes. Iedereen is aan het prijsschieten met flauwe, domme experimentjes waar de rest van de wereld geen boodschap aan heeft. Het gaat nergens over.” Verdorie, denk je dan: waarom dan in eerdere hoofdstukken verkondigen dat sociale psychologie zo allesomvattend en belangrijk is? Waarom je autobiografie onderdompelen in sociaalpsychologische verhandelingen als het toch een ‘verzameling nepfeitjes’ is?

Misplaatst, omdat Diederik Stapel nog steeds verslavingsgedrag vertoont. Hier is niet iemand aan het woord die afgekickt is van aandacht, maar een fraudeur die nog steeds alles en iedereen manipuleert om aan dat goedje te komen. Als onderzoeker probeerde hij de samenleving niet wijzer te maken, maar gebruikte hij zijn kennis tegen haar. Een mens kan van zichzelf extravert, introvert, dominant, volgzaam, aardig of gemeen zijn - daar kunnen we wat van vinden, dan weten we wat voor vlees we in de kuip hebben, maar uit Stapels relaas blijkt dat het bij hem allemaal spel was. Hij gedroeg zich altijd als de tweedehands autoverkoper bij wie we niet onder de motorkap mogen kijken. Als de drugsverslaafde die met een onzinverhaal aan een paar euro’s probeert te komen. Een open blik, een glimlach, een plausibel verhaal - we trappen erin omdat we zonder tegenbewijs mensen het voordeel van de twijfel geven. Zelfs nu we dat bewijs wel hebben, gaat hij nog door met die onzinpraatjes. Dat maakt het boek zo weerzinwekkend: het is de leugen in bedrijf.

Stapels spel van de persoonlijkheid

Verlossend zijn gelukkig deze woorden: “Ik ben een junk. Wat ik ook probeer om terug te keren naar normaal en eerlijk en rustig stap-voor-stap-onderzoek - het lukt me niet. Ik wil sneller en verder. Ik wil alleen nog maar het beste. Voor mij en voor alle anderen. Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten en zit in het binnenste van mijn ziel ten troon. Ik kan niet stoppen. Het is een automatisme geworden. Ik ben door mijn eigen leugens geconditioneerd.” Dat is eerlijk, dat is oprecht. Vooral ook richting de wetenschap die hij zo besmeurd heeft. Het academische systeem mag dan wat tekortkomingen hebben, maar het is bizar om te stellen dat er op de faculteiten allemaal potentiële Stapels rondlopen. Deze gewezen hoogleraar is ernstig ziek en geneigd tot het slechte, terwijl de rest van de onderzoekers en studenten ongetwijfeld van goede wil is en zichzelf niet meer in de spiegel aan zou kunnen kijken als zij deden wat Stapel deed.

Verontrustend is zijn adoratie voor Benjamin Kouwer (1921-1968). In Het Spel Van De Persoonlijkheid stelde deze psycholoog de mens voor als een ui zonder kern. Als we de schillen afpellen dan komen we verschillende identiteiten tegen, maar uiteindelijk blijft er niets over. Geen moraal, geen karakter. Stapel: “Voor mij voelde dit inzicht als een bevrijding. Als de conclusie is dat het zelf niet bestaat, dan is er ook niets om je zorgen om te maken. Als de kern van de zaak is dat je eigen ik onkenbaar is, dan ben je ervan verlost steeds weer te proberen antwoord te geven op zijnsvragen als ‘Wie ben ik’ en ‘Wat wil ik?’.” Dit mag dan bestaansrecht aan de sociaalpsychologie geven (een mens wordt in grote mate beïnvloed en gestuurd door zijn omgeving), maar als je Het Spel Van De Persoonlijkheid zelf gaat spelen is het foute boel.

Spiegel van negatieve eigenschappen

Dat iemand als Diederik Stapel met alles wegkwam, zelfs kon opklimmen tot de top van de academische wereld, moet ons waarschuwen. Waarschuwen voor de mensen die zich beter voordoen dan ze zijn, voor de mensen die de vermoorde onschuld spelen, voor de kantoorpolitici die succes boeken met sociale vaardigheden in plaats van verstandelijke competenties, waarschuwen voor de mensen die over anderen heenlopen zodra ze een zwakke plek hebben gevonden. Kortom: dit boek waarschuwt ons voor iedereen die het leven als een spel ziet en niet aan zijn eigen ‘ik’, zijn eigen ‘kern’ werkt. Het waarschuwt voor de kameleons die een loopje met ons nemen.

Tegelijkertijd is Stapel een spiegel van menselijke eigenschappen die we niet onder ogen willen zien, maar wel hebben. Verslaafd aan succes, liet hij alle morele verantwoordelijkheid varen. Maar hoe vaak zetten wij de omgeving niet naar onze hand met oneigenlijke middelen? Een leugentje om bestwil, een opgesmukt verkoopverhaal, een opgeleukt CV, een roddel, gevlei naar de directie, getrap naar beneden? In de handen van Stapel werden sociaalpsychologische instrumenten wapens, maar als leken kunnen we er met onze mensenkennis ook wat van. Misschien kunnen we leren van Stapels geworstel met die demonen. De leugen in bedrijf mag dan geen pretje zijn om naar te kijken, maar wel leerzaam. Druk Stapel niet weg in de vergetelheid, geef hem een podium in College Tour.

Naschrift: het citaat “Sociale psychologie is flauwekul, een verzameling nepfeitjes…” kan volgens een lezer ook anders geïnterpreteerd worden - meer als zelfkritiek dan als aanval op het vakgebied. De lezer wijst op de zinnen die Stapel hier direct aan vooraf schreef: “Ik haat mezelf en projecteer mijn zelfhaat op anderen. Ik ben een misantroop. Ik vind niets of niemand meer interessant of de moeite waard. Sociale psychologie is flauwekul…”

Volg de auteur op Twitter