Democratie Qatar-stijl

De kleine Golfstaat Qatar heeft veel geld en een hoop ambitie. Het biedt zich aan als internationaal bemiddelaar en als gastheer voor grote conferenties – op dit moment de klimaattop. Het heeft het wereldkampioenschap voetbal in 2022 gekocht en wil de Olympische Spelen krijgen. Het heeft ook sjeika Mozah, tweede van drie echtgenotes van emir Hamad bin Khalifa al-Thani, die door de wereld reist voor goed onderwijs. En niet te vergeten hun dochter sjeika Al-Mayassa, die zojuist door een internationaal kunstblad is uitgeroepen tot de invloedrijkste persoon in de kunstwereld (wegens haar onbegrensde budget).

Qatar geldtook als steunpilaar van de ‘Arabische lente’. Het was een van de belangrijkste financiers van de Libische rebellen tegen Gaddafi’s bewind. Nu is het een van de warmste ‘Vrienden van het Syrische volk’, de landen die de opstand in Syrië steunen. Het heeft net een grote rol gespeeld in de internationale inspanningen de Syrische oppositie te verenigen, die een democratisch bewind in Damascus moet leveren.

Democratisch? Hoe zit het eigenlijk met Qatar zelf?

Dat valt nogal tegen. De emir heeft destijds de nieuwszender Al-Jazeera opgezet als een Arabische BBC waarop ook oppositiestemmen te horen zijn. Maar het is niet de bedoeling dat oppositie uit Qatar er een podium krijgt. (Was de Roosevelt Stichting zich daarvan wel bewust toen ze dit jaar in Middelburg Al-Jazeera haar prijs voor de vrijheid van meningsuiting uitreikte?)

Maar ik wil hierheen: de Qatarese dichter Mohammed al-Ajami schreef begin vorig jaar het gedicht ‘Tunesische Jasmijn’, waarin hij autoritair bestuur in de regio kritiseerde. „Alle Arabische regeringen” zijn „om zich heen graaiende dieven”, schreef hij. En: „We zijn allemaal Tunesië in het licht van de repressieve elite”.

De emir voelde zich duidelijk aangesproken. Ajami werd een jaar geleden opgepakt en volgens Amnesty International maanden in een isoleercel vastgehouden. Vorige week werd hij na een geheim proces tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld op beschuldiging van het aanzetten tot omverwerping van het regime en belediging van de emir.

Ajami zegt dat hij niet bedoelde dat de emir Saddam of Gaddafi is: „Hij heeft geen zwart hart maar hij wordt omringd door mensen die hem willen behagen”.

De Saoedische zender Al-Arabiya wees er nog fijntjes op dat Al-Jazeera het nieuws niet had gemeld „hoewel het schendingen van mensenrechten in andere Arabische landen wel kritiseert”. Niet dat Saoedi-Arabië zo liberaal is of Al-Arabiya zo vrij; het is de neerslag van de onderlinge rivaliteit.

Carolien Roelants

    • Carolien Roelants