Opinie

    • Juurd Eijsvoogel

De Afghanen glijden terug in het stof

Over de poëzie van de Talibaan hoor je hier niet vaak. Maar gedichten zijn belangrijk in Afghanistan, vertelde Alex Strick van Linschoten, een van de samenstellers van een bloemlezing uit twee decennia ‘vaak emotionele Talibaan-poëzie’, dit voorjaar in deze krant.

In de verzen komt veel geweldsverheerlijking voor, zei hij: blijmoedig sneuvelende martelaars en strijders die voetballen met de hoofden van heidenen. Maar het gaat ook over gevoelens – vooral verdriet, woede en somberheid.

Onlangs dook zowaar ook in The Wall Street Journal een verwijzing op naar de poëzie van de Talibaan. De Afghaanse opstandelingen zouden in hun gedichten vaak de draak steken met president Karzai, schreef de krant, door hem te vergelijken met een algemeen geminachte koning uit de negentiende eeuw. Deze Sjah Sjuja was in 1839 door de Britten op de troon gezet, maar zodra de buitenlanders weer vertrokken werd hij vermoord.

Ook Karzai kent die geschiedenis – en de dreiging die er voor hemzelf vanuit gaat. Als de westerse troepen waarvan hij zo afhankelijk is zich uiterlijk over twee jaar geheel of grotendeels hebben teruggetrokken, dan kan het snel gedaan zijn met hem, zijn regering en alles waar het Westen sinds 2001 een oorlog voor heeft gevoerd.

„Het is mogelijk dat we het hele bouwwerk dan op spectaculaire wijze zien instorten”, zegt Bruce Riedel, die als adviseur van de regering-Obama nauw bij de oorlog betrokken is geweest, in The Wall Street Journal. Dan is dus alles voor niets geweest – alle inspanningen om het land te pacificeren, moderniseren en een functionerende staat te bezorgen, alle strijd tegen de opstandelingen, alle gesneuvelde en gewond geraakte burgers en militairen.

De zinloosheid van de grootste operatie uit de geschiedenis van de NAVO, de langste oorlog in de Amerikaanse geschiedenis, staart ons in het gezicht – maar is helaas niet uniek. Wat de zin was van de Vietnam-oorlog, de Irak-oorlog of de oorlog die de Sovjet-Unie in de jaren tachtig in Afghanistan voerde, is ook niet meer uit te leggen.

Al-Qaeda is in elk geval uit Afghanistan verdreven, kun je tegenwerpen, het land is geen uitvalsbasis meer voor internationaal terrorisme. Veel meer Afghaanse kinderen gaan naar school, ook meisjes. Kabul is een bruisende stad en zelfs in afgelegen oorden als de zuidelijke provincie Uruzgan, waar Nederlandse troepen vier jaar waren gelegerd, zijn het openbare leven en de economie opgebloeid door verbetering van veiligheid en infrastructuur.

Maar de terugval is allang begonnen. De Talibaan zijn nog altijd niet verslagen en dringen weer overal op. Afghanistan en Pakistan zijn radicaler dan tien jaar geleden, zei de stafchef van Karzai onlangs. De oorlog die de Amerikanen en hun bondgenoten hebben gevoerd, is volgens hem contraproductief geweest. Dus nog erger dan zinloos.

In Uruzgan, maar ook in het noorden, maken gewelddadige milities van krijgsheren weer de dienst uit. In Kabul blijkt de corruptie steeds weer erger dan toch al werd gedacht: afgelopen week beschreef een onderzoeksrapport hoe de grootste particuliere bank van het land in feite niet meer was dan een fraai ogende façade voor één grote, jarenlang durende diefstal – van zo’n 900 miljoen dollar – voor Afghanen met connecties.

Westerse landen verhullen nauwelijks nog dat ze Afghanistan eigenlijk hebben opgegeven. Niet alleen in Europa maar ook in de VS klinkt steeds luider de roep om niet tot 2014 te wachten, maar de troepen zo snel mogelijk terug te halen. Met grote meerderheid nam de Amerikaanse Senaat vorige week een verklaring van die strekking aan die niet bindend is, maar wel veel zegt over de stemming in het land: wegwezen.

En de Afghanen? Om een dichter uit Poetry of the Taliban te citeren: „Afghanen weten niet hoe ze vooruit moeten. Ze glijden terug in het stof.”

    • Juurd Eijsvoogel