Bony

E r was een mannetje gesignaleerd op de tribune bij Vitesse. Een Italiaans mannetje. Met een opschrijfblokje.

Een Italiaan komt niet voor zijn plezier naar Arnhem. Doorgaans geeft hij de voorkeur aan een lang weekend in de hoofdstad. Deze man, Ariedo Braida, was als directeur van AC Milan serieus aan het werk. Lavoro. Hij had een handelsmissie: Wilfried Bony.

Fred Rutten stond er ogenschijnlijk kalm bij, vlak voor aanvang van de wedstrijd. De trainer van Vitesse keek toe hoe zijn spelers een rondo afwerkten. Rutten begon over ‘grote clubs met hele grote zakken geld’ die Bony wilden kopen. Nou ja, Vitesse kon dan zelf ook weer een nieuwe speler aantrekken.

Rutten als buikspreekpop voor clubeigenaar Merab Jordania. De Georgische zakenman met zijn pokerface laat niet zien of hij werkelijk van Vitesse houdt of in de rust met een pocketcalculator op het herentoilet zit.

Bony had al vijftien keer gescoord voor Vitesse. De ouderwetse Vitesse-fan hoopt dat de topscorer het naar zijn zin heeft en in Arnhem wil blijven.

Een microfoon onder de neus van de spits uit Ivoorkust. Blijft hij bij de club? Wil hij een belofte doen?

Stalen smoel van Bony: „No.”

Het duidelijke antwoord heeft ook te maken met de politieke situatie in Nederland. Bony mag zijn familie uit Ivoorkust niet ontvangen, zelfs niet voor korte tijd. Dat steekt hem.

Het is veel gevraagd om in het huidige voetbal nog clubliefde te verwachten. Tijdens een wedstrijd zoenen de jongens na een doelpunt op het logo. Een uur later neemt de zaakwaarnemer met de speler de interesse van andere clubs door.

Mediamagnaat Murdoch koopt voor de zender Fox de voetbalrechten van de eredivisie. Hij kan nog geen drie spelers uit de top-5 noemen. Als het erop aankomt, is de bestuurskamer eerder het terrein voor sponsors en makelaars dan voor de de trouwe supporter.

Voetbal is business. Niets nieuws.

Ik besloot Bony de hele wedstrijd nauwkeurig in de gaten te houden. Hij kon met een paar mooie doelpunten de kans vergroten dat hij al in het voorjaar in stadion San Siro speelt. Hij bakte er weinig van. Zijn acties lukten net niet.

Bony greep met zijn handen in handschoenen regelmatig naar zijn hoofd. Hij was afwezig. Ik ook. Het uitroepen van onze gemeenschappelijke voornaam door de commentator hield me bij de les.

Kon ik de aantekeningen van meneer Braida van AC Milan maar lezen. Wilfried Bony: Dikke kont. Oersterk. Fantastische dijen. O-benen. Hard schot met rechts. Prima overzicht. Niet van de bal te krijgen. Schiet op de lat met zijn knie. Kijkt serieus. Lacht weinig. Geen doelpunt (!). Binnenkort nog eens kijken.

Het leek erop dat Bony zijn kansen op een transfer naar Italië bewust aan het verprutsen was. Hij speelde een van zijn minste wedstrijden en liep vaak moedeloos over het veld. Ach, ik begreep het wel. Het was waterkoud, Wilfried kon zijn familie niet zien en was al weken een financiële speelbal. Hij had recht op boosheid.

Bony gelooft in zichzelf, maar wantrouwt de wereld om zich heen. Op zijn rug stond zijn voornaam in frisse kapitalen op een inktzwart vlak.

Hoe duidelijk wil je het hebben?